Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de-spoorwegen. Zij zijn alle in handen van particuliere maatschappijen en personen. Ofschoon de staat aan vele maatschappijen groote stukken land afgestaan heeft, is de financiëele toestand van een aantal spoorwegen zeer ongunstig. Daardoor zijn vele spoorwegen aan grootere maatschappijen overgegegaan, terwijl een ander deel gerechtelijk verkocht is. Vooral in den laatsten tijd zijn eenige groote kapitalisten in het bezit gekomen van een aantal spoorwegen; zoo bezit de familie Vanderbilt 21 353, Hill 20 246 de Pennsylvania-maatschappij 16 836, Oould 16 520 en Hamman 14 725 Engelsche mijlen spoorlijn. De spoorwegen vormen een belangrijk deel van het vermogen van het volk. In 1904 werd de waarde daarvan op 11244,9 millioen dollar geschat. De lengte van de electrische spoorwegen bedroeg in 1904 : 38 430 km., van de paardentramlijnen 452 km.

De kanalen hebben een gezamenlijke lengte van 4048 km.; de belangrijkste daarvan zijn: het Eriekanaal (zie aldaar), het Chesapeake-Ohiokanaal, het Miami—Eriekanaal, het Ohiokanaal en het Pennsylvaniakanaal, welke laatste echter weinig wordt gebruikt. In 1895 werd een kanaal van de Hudson door de Spuyten Devil Creek en de Haarlem River naar de Long-Island Sund voor zeeschepen geopend. Van veel belang zijn verder het korte Saint Mary's Fallskanaal, het Ohiokanaal bij de stroomversnelling van Louisville en het Portage—Lakekan aal.

De telegraaflijnen zijn, evenals de spoorwegen, voor het grootste deel particuliere ondernemingen en behooren voornamelijk aan de Western Union Telegraph Company en aan de Postal Telegrapli Cable Company. De eerste bezat in 1909 23 853 bureaux en 335 523 km. lijnen en verzond 62 371287 telegrammen, ie laatste bezat in hetzelfde jaar 25 846 bureaux en 955 95 lijnen en verzond 23 341 437 telegrammen. In 1809 hadden de telefoondraden een lengte van 13 034 081 km. De meeste telefooninrichtingen zijn aangelegd door <le American Bell Telephon Company te Boston. In 1906 verzond de post door 65 724 kantoren 11 361 090 610 zendingen. De inkomsten bedroegen 167 932 782, de uitgaven 178 449 778 dollar.

Een Staatsbank bestaat er in de Vereenigde Staten niet, wel zijn er 6137 nationale banken, die een kapitaal van 839 934 775 dollar in omloop hebben. In het geheel zijn er 684 268074 dollar in goud, 81 662 707 dollar in zilver, 116 001 510 andere zilveren munten, 541857 929 dollar aan goudcertificaten, 474 338 310 dollar aan zilvercertificaten, 342 858 598 dollar aan bondsstaatsbiljetten en 564148 004 dollar aan nationale bankbiljetten in omloop. In de schatkist bevinden zich nog 273 831 835 dollar aan goud en 5 064 433 dollar aan zilver. In 1319 spaarbanken waren in 1906 door 8 027 192 personen 3 482 137 198 dollar ingelegd. De Clearjnghouses zetten in 1906 157 749 328 913 dollar om.

Beschavingstoestand. De leiding van het onderwijs berust in het algemeen bij de afzonderlijke staten, de Unie onderhoudt alleen een groote cadettenschool te Westpoint, een marineacademie te Annapolis en een aantal scholen voor Indianen. In 28 staten en in Nieuw-Mexico bestaat leerplicht; dikwijls echter blijft de wet een doode letter. In 1905 telden de openbare lagere scholen

460269 onderwijzers en 16 468 300 ingeschreven schoolkinderen, waarvan echter gemiddeld slechts 11 481 531 de school bezochten. 73,4 % van de leerkrachten waren onderwijzeressen. Voor het middelbaar en hooger onderwijs zorgen High Schools, Academies, Normal Schools, Colleges en Universities. In 1905 waren er 453 Universities en Colleges met 15 847 mannelijke en 2247 vrouwelijke docenten, en 147 296 mannelijke en 44 467 vrouwelijke studenten. De belangrijkste zijn: Harvard University, Yale University en de Columbia University. Èen aantal colleges zijn alleen voor vrouwen bestemd. Militaire scholen vindt men te Westpoint, Fort Leavenworth, Monroe en Willetspoints. Verder zijn er 156 theologische, 96 juridische, 120 geneeskundige en 18 homoepathische scholen, 54 scholen voor tandheelkunde, 67 pharmaceutische scholen, 12 veeartsenijscholen, 862 scholen voor vroedvrouwen, een aantal instituten voor doofstommen, blinden, idioten, verbeterhuizen, weeshuizen enz. Er zijn 16 universiteiten en colleges voor kleurlingen en 257 lagere scholen met 24 347 kinderen voor Indianen. De Amerikaansche bibliotheken kunnen als voorbeeld voor alle beschaafde landen dienen. De belangrijkste zijn: de Congresbibliotheek (1,2 millioen deelen en 100 000 handschriften) en de Smithsonian Librarv (250 000 deelen) te Washington; verder de openbare bibliotheken te New-York (1,2 millioen deelen), Boston, Chicago, Philadelphia en St. Louis en de universiteitsbibliotheken te Cambridge, Newhaven, Chicago, New-York, Ithaca, Philadelphia, Berkeley en Princeton.

De eerste courant verscheen in het laatst van de 17de eeuw te Boston; in 1740 bestonden er 11 couranten. In 1906 verschenen er 22 326 periodieke geschriften, waarvan 2465 dagelijks, 55 driemaal, 588 tweemaal, 16,782 eenmaal in de week, 287 om de 14 dagen en 9260 eenmaal in de maand uitkomen. Van deze worden ruim 1000 in een andere taal dan de Engelsche gedrukt. De meesta colleges geven eigen tijdschriften uit; voor geheelonthouders bestaan er 170, voor sport 93, voor leerlingen van zondagsscholen 60, voor kinderen 53, voor doofstommen 29 en 10 voor vrouwenkiesrecht.

Een staatskerk hebben de Vereenigde Staten niet, men heeft er een aantal godsdienstige sekten (1900: 150), die zelf voor den bouw van kerken en voor de bezoldiging van de geestelijken zorg dragen. In 1906 waren er 31148 445 volwassen personen, die zich bij een kerkgenootschap aangesloten hadden. Hiervan behoorde het grootste deel tot een der vele Protestantsche sekten. In 1906 telde men 64 29815 Methodisten, 4 974 047 Baptisten, 1 723 871 Presbyterianen, 1 841 346 Lutheranen, 827 127 Episcopalen, 687 042 Congregationalisten, 344 247 Mormonen en 143 000 Joden. De Katholieke kerk telde in 1907 13 089 353 leden. In 1905 bestonden 140 519 zondagscholen met 1 451 855 onderwijskrachten en 11 329 253 leerlingen. Er zijn 1868 vereenigingen van Christelijke jongelingen met 405 789 leden en 552 vereenigingen van Christelijke meisjes met 100 252 leden die godsdienstige met maatschappelijke doeleinden vereenigen en eigen gebouwen, bibliotheken enz. bezitten. Over het geheel heerscht er op kerkelijk gebied veel leven; zendelingen worden

Sluiten