Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die de meerderheid in hetCongres bezat,bewerkte een breuk met Engeland, daar zij na het opnemen van Louisiana als 18den staat in de Unie (1812) het bezetten van Spaansch Florida en, toen Engeland daartegen protesteerde, den 18den Juni 1812 de oorlogsverklaring aan Engeland doorzette. Het verloop van dezen oorlog (1812—1815) beantwoordde echter niet aan de verwachtingen. De Vereenigde Staten hadden geen vloot, welke zich met de Engelsche kon meten. Hun tot kapers uitgeruste koopvaardijschepen maakten weliswaar vele Engelsche schepen en scheepsladingen buit, maar de Engelschen handhaafden hun heerschappij ter zee en blokkeerden alle Amerikaansche havens. Onderscheiden ondernemingen der Amerikanen ter verovering van Canada leden schipbreuk en eindigden in December 1813 met de verovering van het fort Niagara door de Engelschen, die in 1814 een gedeelte van Maine in bezit namen, den 25slen Juli bij den waterval van de Niagara een belangrijke overwinning behaalden en den 24sten Augustus zelfs tot "Washington doordrongen, waar zij het capitool, het paleis van den president, de tuighuizen en werven en alle openbare eigendommen vernielden. Wel gelukte bet Jackson, den Engelschen, die den 13den December 1814 met 15000 man in New Orleans geland waren, den 8s,cn Januari 1815 een beslissende nederlaag toe te brengen, maar inmiddels was reeds den 248,en December 1814 te Gent door tusschenkomst van Rusland, een vrede gesloten, waarbij beide partijen haar veroveringen teruggaven en de Amerikanen den strijd over den regel: „Vrij schip, vrij goed" lieten varen, terwijl zij tevens de verplichting op zich namen, den Negerhandel zooveel mogelijk af te schaffen.

De oorlog herstelde de eendracht der natie en maakte tijdelijk een einde aan de partijtwisten. Het grondgebied van den staat werd gedurig grooter: in 1816 voegde zich Indiana als 19ae, in 1817 Mississippi als 20ste, in 1818 Illinois als 218te, in 1819 Alabama als 22ste en in 1820 Maine als 23ste staat bij de Unie. In 1819 stond Spanje tegen een schadevergoeding van 5 millioen dollars de beide Florida's af, die in 1822 in de Unie werden ingelijfd. Handel en nijverheid ontwikkelden zich met kracht en bereikten zulk een hoogte, dat de uitgaven van het Centraal Bestuur daardoor volkomen gedekt waren, zoodat men de binnenlandsche rechten en belastingen kon afschaffen. Naar buiten bleef de Unie de onzijdige politiek handhaven; toen de Spaansche kolonies \an het moederland afvielen, werden zij door de Vereenigde Staten niet ondersteund, en toen Bolivar voorstelde een Pan-Amerikaansch Congres te houden, wees president Monroe (1817—1825) dit voorstel van de hand. Naar hem is de Monroeleer (zie aldaar) genoemd.

Inmiddels hadden de binnenlandsche zaken en partijverhoudingen in Amerika een belangrijke wijziging ondergaan. Tot nu had de gezeten middenstand de voornaamste rol vervuld in den staat. In het Noorden ontstond naast de middenklasse een talrijke arbeidersbevolking, die naar staatkundige gelijkheid streefde. In het Zuiden daarentegen vermeerderden de slaven snel (tot 1^2 millioen), en naast de rijke grondbezitters kon een middenklasse zich niet staande houden. Het Zuiden zag zijn belangen door de snelle ont¬

wikkeling van de niet slavenhoudende staten meer en meer bedreigd. Volgens den census van 1820 behoorden van de 223 vertegenwoordigers slechts 90 tot de Zuidelijke staten. Opdat ook in den Senaat de slavenstaten niet in de minderheid zouden komen, drongen deze aan op de aanneming van nieuwe slavenstaten en bestreden de aanneming van andere staten. Deze strijd werd vooral met hevigheid gevoerd van 1818—-1820 bij de behandeling van de opneming van Maine en Missouri, totdat men op voorstel van Clay de bepaling vaststelde, dat ten noorden van 36°30' N. Br. de slavernij verboden, maar ten zuiden daarvan geoorloofd zou wezen.

Bij de verkiezingen van 1824 werd, zij het ook met een geringe meerderheid, voor de eerste maal, iemand uit het Noorden, Quincy Adams (1825— 1829), tot president gekozen. Adams regeerde in het algemeen volgens de beginselen van zijn voorgangers; slechts poogde hij door het nieuwe tarief van inkomende rechten van den lBten September 1828 meer bescherming te verleenen aan de nijverheid der Noordelijke staten. Aanhoudend moest hij strijd voeren tegen een stelselmatige en verbitterde oppositie in het Congres. In de Zuidelijke staten drong men aan op het „nullificatierecht", namelijk het recht van eiken staat, de besluiten der centrale regeering nietig te verklaren. Bij de presidentskeuze van 1828 behaalde dan ook de vereenigde oppositie een glansrijke overwinning. Met 178 tegen 83 stemmen werd generaal Jackson tot president benoemd (1829—1837). Jackson voegde zich aanvankelijk naar de eischen der partij, aan welke hij zijn waardigheid verschuldigd was. Daarin voerden de aristocraten van het Zuiden, die zich democraten noemden, den boventoon. De belangen van het Noorden werden door den nieuwen president bestreden en die der slavenstaten bevorderd. In 1835 werd een wet voorgesteld tegen de verspreiding van geschriften, die de hartstochten der slaven in beweging konden brengen, den 268ten Mei 1836 werd door het Congres besloten alle verzoekschriften en voorstellen betrekking hebbende op de slavernij ter zijde te leggen. Toen Virginia, Kentucky en Zuid-Carolina zich verstoutten, de tariefwet van 1829 niettig te verklaren, verklaarde Jackson het nullificatierecht wel van onwaarde, doch wist tegelijkertijd het Congres tot een gewijzigd tarief te bewegen, waardoor onderscheiden goederen lager belast werden, terwijl het tevens een geleidelijke verlaging der invoerrechten voorschreef. Hij liet toe, dat sommige Zuidelijke staten, zooals Georgia, Alabama en Florida om nieuwe gronden voor hun roofbouw te verkrijgen, de Indianen uit hun gebied verdreven en de Unie in den veeljarigen Seminolenoorlog wikkelden. Toen de Bank der Vereenigde Staten weigerde, de aanstelling van haar ambtenaren af hankelijk te maken van een bovendrijvende partij, verklaarden Jackson en zijn aanhangers den oorlog aan deze instelling, die als de steunpilaar van den handel en het verkeer van het bloeiende Noorden door de slavenhouders werd verafschuwd. De oude gematigde democratie in het Congres, welke zich onder Clay en Webster tot de partij der Whigs vereenigd had, bood echter een krachtigen tegenstand. Het Congres stond toe, dat de Bank in in 1832 haar privilegie vernieuwde, maar Jackson

Sluiten