Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De afloop van den strijd kon dus niet twijfelachtig meer zijn. De nieuwe bevelhebber van de troepen van de Unie, Grant, rukte, nadat hij door de overwinning bij Chattanooga het geheele W. aan de Zuidelijken had ontnomen (November i 1863), in' Mei 1864 op tegen Richmond, leverde bij Wilderness en Spottsylvania Lee een aantal bloedige gevechten, trok, nadat de overtocht over de Chickahominy door de nederlaag van den 3<ien junj verhinderd was, over de Jamesriver en berende Petersburg. Onder aanhoudende, bloedige gevechten gelukte het hem eindelijk in den herfst, in vereeniging met Sheridan, die in het Shenandoadal opereerde, door de verdedigende stelling van Lee bij Richmond heen te breken en zich op den rechter oever van de Jamesrivier staande te houden. Het leger der Geconfedereerden werd tevens uit het Zuiden bedreigd door Sherman, die, in Februari 1864 uit Chattanooga opgebroken, onder gedurige gevechten in Georgia doordrong, in September Atlanta bereikte en vandaar een stouten tocht naar Savannah aan den Atlantischen Oceaan ondernam, waar hij in December binnentrok en de gemeenschap met de vloot der Unie tot stand bracht. In Januari 1866 rukte Sherman van Savannah noordwaarts, trok door Zuid- en Noord-Carolina en voltooide tegen het einde van Maart de volkomen insluiting van Lee, die niet meer dan 60 000 man onder zijn bevelen had. Den 3den April trokken de troepen der Unie Petersburg en Richmond binnen en den 9den April legde Lee bij AppomatoxCourtliouse voor Grant en den 17den April Johnston met het overschot van het leger der Geconfedereerden bij Raleigh voor Sherman de wapens neder. Daardoor nam de burgeroorlog na een tijdperk van vier jaren een einde. Hij had aan beide zijden omstreeks een half millioen menschen weggerukt en do Unie met een schuldenlast van 3 müliarden dollars bezwaard, Het bestaan der Unie .was echter verzekerd en aan de twisten over de slavernij was voorgoed een einde gemaakt.

Te midden van de vreugde over de overwinning werd Lincoln den 14den April 1865 in den schouwburg te Washington door een dweepzieken aanhanger der Geconfedereerden, den tooneelspeler J. W. Booth, doodgeschoten. Hij werd opgevolgd door den vice-president Andrew Johnson, een vroegeren democraat. Johnson koesterde het voornemen, het onderworpen Zuiden, door den oorlog en de opheffing der slavernij vernederd en verarmd, door verzoenende zachtheid tot rust te brengen en voor een vreedzame verbintenis met het Noorden te stemmen. Hij wilde alle Zuidelijke staten, onder voorwaarde, dat zij zich van alle zelfstandige bemoeiingen onthouden en de afschaffing der slavernij erkennen zouden, terstond hun vroegere rechten hergeven, zoodat hun afgevaardigden onmiddellijk hun werkzaamheden konden hervatten in het Congres. De Republikeinen echter kwamen daartegen in verzet en drongen er op aan, dat de deelnemers in den opstand van het stemrecht uitgesloten zouden worden. Toen het Congres in dien geest besloot, sprak Johnson daarover zijn veto uit en verzette zich ook tegen het besluit, dat allen, die in de Vereenigde Staten geboren of genaturaliseerd waren, het volle burgerrecht zouden hebben, alzoo ook de voormalige slaven. Ook over de Reconstructiebill van 1867, die het Zuiden in 5 militaire dis-

trikten deelde en volgens welke een staat alleen weer opgenomen kon worden onder voorwaarde, dat hij den Negers gelijke rechten als den blanken zou verleenen, werd door Johnson zijn veto uitgesproken en toen dit ontwerp toch kracht van wet kreeg, trachtte hij de uitvoering op alle manieren te verhinderen. Tenslotte zette hij op verschillende reizen het volk tegen het Congres op en gaf aanleiding, dat het Huis van Afgevaardigden in 1868 een aanklacht wegens schennis van de grondwet bij den Senaat tegen hem indiende. Daar echter een meerderheid van de leden niet voor een veroordeeling te vinden was, moest de aanklacht ingetrokken worden. Intusschen was zijn invloed geheel verdwenen, zoodat hij bij de nieuwe verkiezingen op een weinig eervolle wijze het staatkundig tooneel verliet.

De meeste Zuidelijke staten hadden hun grondwet in overeenstemming gebracht met de besluiten van het Congres en aan de Negers dezelfde staatkundige rechten toegestaan als aan de blanken. Bij de verkiezingen behaalde de republikeinsche partij een glansrijke overwinning en de nieuwe president Grant (1869—1877) aanvaardde het bewind onder gunstige omstandigheden. Handel en nijverheid bloeiden, het gebied van de Unie werd vergroot door de staten Nevada en Colorado en het territorium Alaska, dat van Rusland werd gekocht. Engeland moest in 1872 als schadeloosstelling voor de verliezen, die de in dat land vervaardigde kruisers aan den Amerikaanschen handel toegrbracht had, 15 millioen dollar schadevergoeding betalen (zie Alabamaquaeslie). In het Zuiden echter liet. de regeering groote verkeerdheden toe. Het 15de amendement der algemeene grondwet van den 30s,en Maart 1870, dat aan 4 millioen Negers het stemrecht schonk en elke uitsluiting van dezen van de volle burgerlijke en burgerschapsrechten verbood, deed groote ontevredenheid ontstaan. Toen de ambtenaren en volksvertegenwoordigers, uit omkoopbare en hebzuchtige avonturiers van het Noorden (carpetbaggers) en uit Kleurlingen samengesteld, het hun verleende gezag tot onderdrukking der Blanken misbruikten, ontstond, vooral in Zuid-Carolina onder de Blanken de geheime samenzwering van den Kuklux-clan (zie Ku-ldux-genootschay), die zich door bloedige daden op de Negers zocht te wreken en de openbare veiligheid in gevaar bracht. Den 20sten April 1871 werd een bill uitgevaardigd, waarin de vernietiging van dat geheime genootschap werd verordend. Dit gelukte, maar daar de regeering geen perk stelde aan de ongerechtigheden der roofzuchtige ambtenaren, die door hooge tractementen en verduistering van gelden zich ten koste van het volk verrijkten, nam de ontevredenheid meer en meer toe. Alle voorstellen tot onderzoek van de misbruiken werden in het Congres ter zijde gelegd en alle pogingen van de liberale republikeinen of van do reformpartij om aan de corruptie een einde te maken, bleven vruchteloos. De verkiezingen voor het Congres vielen in 1874 reeds ongunstig voor de regeeringspartij uit. Grant kon weliswaar nog de wereldtentoonstelling te Philadelphia openen en den 4aen Juli 1876 het eeuwfeest van het bestaan der Unie leiden, hij kon echter voor een herkiezing niet weer in aanmerking komen. Zijn partij bleef echter aan het bewind. Ofschoon de

XV

34

Sluiten