Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

republikein Hayes in 18 staten 166 en de democraat Tilden in 17 staten 184 stemmen had verkregen, verklaarde het comité voor het opnemen van de stemmen met behulp van een verkeerde uitlegging van de grondwet den eerste voor gekozen.

Hayes aanvaardde den 5dcn Maart 1877 zijn ambt met een boodschap, waarin hij een verzoenende politiek en afschaffing van de msibruiken beloofde. Hij kon echter geen grondige verbetering brengen. De regeering ondervond van het Congres geen voldoende steun en Hayes moest herhaaldelijk van zijn veto gebruik maken om ongrondwettige handelingen te verhinderen. Hij kon de invoering van den zilveren standaard niet verhinderen, doch bewerkte dat de betaling van de staatsschuld weer in goud geschiedde en dat de rentevoet verlaagd werd. In 1880 werd Garfield, aanhanger van de gematigd republikeinsche partij, tot president gekozen. Hij ging door met de verlaging van de rente en de aflossing van de staatsschuld en trachtte verschillende misbruiken uit den weg te ruimen. Den 2aen Juli 1881 echter werd er te Washington een aanlag op hem gedaan, tengevolge waarvan hij den 19den September overleed. De vice-president Arihur, die vroeger zelf aan de knoeierijen van de republikeinen meegedaan had, volgde hem op en de oude toestand keerde terug. Wel begunstigde hij de corruptie niet openlijk en sprak over verschillende bills van het Congres, die over het saldo van de inkomsten al te verkwistend beschikten, zijn veto uit, hij kon echter niet verhinderen, dat de republikeinen de pensioenwet voor oud-strijders van 1879 op een gewetenlooze manier exploiteerden, zoodat in een jaar voor 100 millioen dollar aan pensioenen toegestaan werd; verder werden er tengunste van eenige partijhoofden enorme sommen voor openbare bouwwerken besteed. De overwinning, die bij de verkiezingen voor het Congres in 1882 de democraten behaalden, was aanleiding, dat in 1883 een hervorming van den civielen dienst tot stand kwam, waardoor de corruptie werd tegengegaan, terwijl een tariefwet werd aangenomen, die eenijge belastingen verlaagde, zoodat het saldo van de inkomsten geringer werd. De staatsschuld, die den lslen November 1883 tot 1312 millioen dollar was gedaald, kon niet geheel worden afbetaald, daar een deel eerst in 1892, een ander deel eerst in 1907 betaald kon worden. In 1884 behaalde de democratische partij bij de presidents\erkiezingen de overwinning.

De nieuwe president Cleveland benoemde een gematigd ministerie en regeerde in verzoenenden geest, hij liet de meeste republikeinsche ambtenaren in hun ambten en stond niet toe, dat zijn partij misbruik maakte van de heerschappij. Hij streefde in de eerste plaats naar een verandering in de tariefwet om handel en verkeer op te beuren en de inkomsten te verminderen. Hij bereikte echter zijn doel niet, daar in 1888 Harrison, de candidaat van de republikeinen, tot president werd gekozen. Hij benoemde Blaine tot zijn staatssecretaris. In 1889 werd een Pan-Amerikaansch congres te Washington geopend, dat ten doel had een handelsverdrag tusschen Noord-, Middel- en Zuid-Amerika tot stand te brengen. De uitkomst beantwoordde echter niet; aan de verwachtingen. In 1890 trachtte de republikeinsche partij door de invoering van de zoogenaamde Mac Kinley-Bill,

die de inkomende rechten van buitenlandsche waren belangrijk verhoogde, den invoer van Europeesche waren te verminderen. Daar deze bill echter niet het volk, doch alleen de plutocratie ten goede kwam, werd Harrison niet herkozen. Hij werd weder opgevolgd door Cleveland. Deze opende den lsten jiej 1393 de schitterende wereldtentoonstelling te Chicago. De financiëele toestand van het land was echter niet gunstig. De verkwistende politiek van het Congres, inzonderheid de groote aankoopen van zilver, waardoor het de voortdurende daling van de zilverprijzen hoopte tegen te gaan, en de vermindering van de accijnsen, hadden het batig saldo in de begrooting van 1893 tot 2 millioen verminderd, de bègrooting voor 1894 wees een tekort van 70 millioen aan. Daarbij kwam een zware handelscrisis, die den val van een aantal banken en spoorwegmaatschappijen ten gevolge had. Werkeloosheid, werkstakingen en onlusten deden den ongunstigen toestand nog toenemen. Cleveland riep den 7den Augustus 1893 het Congres tot een buitengewone zitting bijeen en verlangde het ophouden van den zilveraankoop. De verzachtingen van de Mac. Kinley-Bill, die de democratische partij na een langdurigen strijd den 28sten Augustus 1894 doorzette, en de verbetering van den maatschappelijken toestand, hadden een gunstige uitwerking op den financiëelen toestand van de Unie, terwijl de president tevens door de verhooging van de goudreserve van de schatkist en door een hervorming van het bankwezen verbetering trachtte te brengen. Hij ondervond echter weinig steun van zijn eigen partij. Den invloed van de Unie in Amerika trachtte hij o. a. te versterken door de vermeerdering van de oorlogsvloot en den bouw van het Nicaraguakanaal. Naar aanleiding van een grensstrijd tusschen Venezuela en Britsch Guyana, verzette hij zich op grond van de Monroeleer tegen elke uitbreiding van Europeesch gebied in Amerika. Daarentegen weigerde hij de opstandelingen op Cuba als oorlogvoerende partij te erkennen. Voor de presidentsverkiezingen van 1896 hadden de republikeinsche partij en de democratische partij beiden een herziening van den muntstandaard in haar programma opgenomen. Er ontstond onderlinge verdeeldheid onder de democraten, zoodat Mac Kinley, de candidaat van de republikeinen, een glansrijke overwinning behaalde op Bryan. De eerste daad van den nieuwen president was het uitvaardigen van een nieuw stelsel van beschermende rechten (Dingleybill). In de buitenlandsche politiek sloot hij zich openlijk aan bij de partij, die voor de uitbreiding van het gebied van de Unie optrad. In 1898 werden de Hawai-eilanden in de Unie opgenomen» Tegelijkertijd trachtten de Vereenigde Staten partij te trekken van den opstand op Cuba om de Spanjaarden van dat eiland te verdrijven. Toen de Spaansche regeering weigerde het Amerikaansche ultimatum van den 206ten April 1898, waarbij Spanje aangezocht werd het eiland te ontruimen, te beantwoorden, verklaarden de Vereenigde Staten dit land den oorlog (zie Spanje, Geschiedenis), De uitslag van den strijd kon niet twijfelachtig zijn; bij den Vrede van Parijs (10 December 1898) moest Spanje Portorico en de Philippijnen aan de Unie afstaan, terwijl Cuba onder protectoraat van Amerika een soort autonomie kreeg. In 1909 wer-

Sluiten