Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergelijkingen van den derden en vierden graad feitelijk slechts theoretische beteekenis heeft en daar die van hoogeren graad, zooals gezegd, in het algemeen niet rechtstreeks kunnen worden opgelost, neemt men bij numerieke vergelijkingen van hoogeren dan den tweeden graad gewoonlijk zijn toevlucht tot oplossing door benadering, waardoor men de reëele wortels op verschillende wijzen kan bepalen met den vereischten graad van nauwkeurigheid, of tot de grafische wijze van oplossing, waarbij de benaderde waarden der wortels uit een teekening gevonden worden.

Vergennes, Charles Gravier, graaf de, een Fransch staatsman, geboren den 28sten December 1717 te Dijon, betrad reeds vroeg de staatkundige loopbaan en was sedert 1771 gezant te Stockholm, waar hij Gustaaf III den voor de Fransche partij gunstigen staatsgreep hielp volvoeren. Nadat Lodeicijk XVI den troon beklommen had, werd hij minister van Buitenlandsche Zaken (1774) als hoedanig hij Frankrijk uit de vernedering, als gevolg van den zevenjarigen Oorlog, poogde te verheffen. Daartoe sloot bij in 1778 het AlliantieTractaat met de Vereenigde Staten van NoordAmerika en verijdelde met Frederik II van Pruisen in 1779 de bedoeling van keizer Jozef II, om zich van Beieren meester te maken. Hij overleed den 13aen Februari 1787.

Verg-erio, Piétro Paolo (Petrus Paulus Vergerius), een Hervormingsgezind godgeleerde, geboren omstreeks 1498 te Capo d'Istria, vergezelde in 1530 den legaat Campeggi naar Augsburg. Paulus III zond hem in 1535 nogmaals naar Duitschland, om de Duitsche Vorsten tot het bijwonen van een concilie te Mantua te bewegen. Bij die gelegenheid leerde hij Luther kennen, wiens geschriften hij na zijn terugkeer ging bestudeeren met de bedoeling ze te weerleggen. In 1536 werd hij bisschop in zijn geboortestad; hier begon hij allengs over te hellen tot het Protestantisme, dat hij in 1548 omhelsde. Daarop werd hij predikant in Grauwbunderland en vestigde zich in 1553 te Tübingen, waar hij verschillende geschriften tegen het pausdom schreef. Eén van de merkwaardigste daarvan is: „Trattato delle superstizioni d'Italia e della ignoranza dei sacerdoti" (1550). Hij overleed den 4<le'1 October 1565 te Tubingen. Zijn briefwisseling met hertog Chrisloffel van Wurttemberg is in 1875 door het Letterkundig Genootschap te Stuttgart in het licht gegeven.

Vergift noemt men alle stoffen, die, in het menschelijk of dierlijk organisme opgenomen, reeds in geringe hoeveelheden de werkzaamheid van sommige organismen schaden en welke daardoor ziekteverschijnselen of den dood tengevolge hebben. Een scherpe begrenzing van het begrip „vergift" is moeilijk. Want ofschoon bijv. cyaankalium in zeer geringe hoeveelheden den dood veroorzaakt en dus vergift genoemd wordt, is het toch minstens twijfelachtig of men bittere amandelen, die cyaankalium bevatten, daartoe moet rekenen.

Men kan de vergiften verdeelen in zulke, welke grove, anatomische veranderingen op bepaalde plaatsen of organen van het lichaam tengevolge hebben, zulke welke in de eerste plaats veranderingen in het bloed veroorzaken en eerst daarna grootere anatomische veranderingen met zich medebrengen, en eindelijk in zulke, welke vooral

op het zenuwstelsel en het hart inwerken. Tot de eerste groep behooren verschillende zuren, de alkaliën en sommige metaalzouten. Zij omvat een aantal zeer zware vergiften, zooals: sublimaat, arsenik, chroomzouten enz. Ook een reeks van vergiften, afkomstig uit het planten- en dierenrijk benevens scheikundige produkten maken van deze groep deel uit; wij noemen bijv. het moederkoren, het vergift van slangen, krotonolie, enz. In het algemeen vertoonen de vergiften van deze groep zeer talrijke en dikwijls ook zeer karakteristieke eigenaardigheden.

De bloedvergiften werken gedeeltelijk, doordat zij zich met de bloedkleurstof verbinden en daaruoor de opneming van zuurstof onmogelijk maken (kooloxyd), gedeeltelijk doordat hun tegenwoordigheid het afgeven van zuurstof door het bloed verhindert (blauwzuur); weer andere vergiften van deze groep veranderen en ontleden de bloedkleurstof nog intensiever (nitrobenzol).

De reeks van vergiften eindelijk, welke tot de derde groep behooren, is schier eindeloos. Zij omvat in de eerste plaats alle narcotica en verder de krampvergiften. Van de hartvergiften noemen wij als de voornaamste: digitalis, helleboreïne en muscarine.

Het opnemen van vergiften geschiedt het meest langs den weg van het spijsverteringskanaal; verder door de huid, door de ademhaling bij het werken met vergiften en eindelijk door wonden (slangenbeet). Het verloop der vergiftiging hangt af van de snelheid van het opnemen en van de hoeveelheid. Men spreekt van acute bij het plotseling opnemen van groote hoeveelheden en van subacute vergiftigingen, waarbij middelmatige hoeveelheden zijn opgenomen. Veel voorkomend en van groote beteekenis is ook de chronische vergiftiging. Zij ontstaat als gevolg van het herhaaldelijk opnemen van kleine hoeveelheden, bijv. bij het voortdurend gebruik van morphine, bij het werken in phosforusluciferfabrieken enz. De symptomen van de chronische vergiftiging zijn zoo verschillend van die der beide andere, dat men dikwijls geen,dikwijls slechts gedeeltelijke overeenkomst met den acuten vergiftigingsaanval kan ontdekken.

De in het organisme opgenomen vergiften doorloopen zeer verschillende processen. Nu eens worden zij onveranderd door nieren, darm, huid of longen uitgescheiden, of geschiedt zulks met de uit hun ontleding ontstane produkten. In andere gevallen legt het organisme het opgenomen vergift vast en tracht het dan langzaam door uitscheiding meester te worden. Dit geschiedt met name in de lever, bijv. met lood, arsenik enz. In weder andere gevallen beschikt het lichaam over stoffen, welke zich met de vergiften tot onschadelijke stoffen verbinden, of doet het hen omzettingen doorloopen, waardoor zij snel van hun schadelijke werking ontdaan worden. Dit leidt tot het aannemen van verweermiddelen in het organisme, welke worden aangeduid met het woord immuniteit,

Het wezen der giftwerking is in de meeste gevallen nog zeer raadselachtig. Het minst, wanneer men te doen heeft met grove, anatomische veranderingen, welke men aan de sterke affiniteit der vergiften toeschrijft. De werking der zenuwvergiften daarentegen is minder gemakkelijk te begrijpen en moet wellicht ook aan verschillende oorzaken worden toegeschreven.

Sluiten