Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vergiftiging. Zie Vergijt.

Vergiftplanten. Zie Giftplanten.

Vergilo, Polidoro, een Jtaliaanscli geschiedkundige, geboren omstreeks 1470 te Urbino, studeerde te Padua, waar hij in 1496 een voorrede schreef bij de Venetiaansche uitgave van de „cornucopiae" van Perotti. Verder publiceerde hij een verzameling spreekwoorden onder den titel „Proverbiomm libellus" (1498) en „De rerum inventoribus libri VIII" (1499), dat meer dan honderd herdrukken beleefde. Nadat hij in 1602 door paus Alexander VI benoemd was tot archidiaconus van Engeland, verzocht Hendrik VII hem in 1605 om de geschiedenis van zijn koninkrijk te schrijven. De eerste druk van dit werk, getiteld „Anglicae historiae libri XXVI," verscheen in 1534 te Bazel; de tweede (1546) liep tot 1609 en de derde (1555) tot 1538. Hij overleed omstreeks 1655 te Urbino.

Verglazen. Zie Glazuur.

Vergniaud, Pierre Victurnien, een Fransch staatsman, geboren den 31BteD Mei 1763 te Limoges, vestigde zich in 1781 als advocaat te Bordeaux en werd in 1791 afgevaardigd naar de Wetgevende Vergadering, waar hij door zijn schitterende welsprekendheid de leider der Girondijnen werd. Door het departement der Gironde tot lid der Nationale Conventie gekozen, ondersteunde hij bij het proces van Bodewijk XVI tevergeefs het voorstel van Sallas, om het vonnis, over den koning uitgesproken, ter bekrachtiging voor te leggen aan het volk. Evenwel stemde hij tegen het verschuiven der voltrekking van het vonnis. Toen de Nationale Conventie den 2den Juli 1793 tot de in hechtenisneming van 22 Girondijnen besloten had, werd Vergniaud, nadat hij zich eenige dagen had verborgen gehouden,gevangen genomen en den 31stenOctober met 20 lotgenooten geguillotineerd. Vele van zijn redevoeringen zijn door Barthe opgenomen in het werk: „Les orateurs francais. (4 dln. 1820).

Vergroeiing noemt men de organische vereeniging der oppervlakten van twee weefsels. Zij komt voor als aangeboren afwijking, maar wordt ook door verschillende pathologische processen teweeg gebracht. Twee ongeboren vruchten kunnen geheel of gedeeltelijk met elkander vergroeien; ook komt vergroeiing van vingers en teenen vóór de geboorte voor. De vergroeiing van geheele ledematen heet symmelie, die van kanalen (darm, scheede) atresie. Talrijke ontstekingen van de uitwendige huid, van de harde en weeke hersenhuid, van den hartzak enz. leiden tot vergroeiing (synechie, adhaesio).

Vergroeiing van geheele dierlijke individuen of van gedeelten daarvan zijn in den nieuweren tijd herhaaldelijk en met goed gevolg op kunstmatige wijze teweeg gebracht. Reeds in het midden der 18de eeuw sneed Trembley den kleinen zoetwaterpolyp Hydra door en hechtte de tentakels van den eenen aan de tegenovergestelde helft van den anderen. Proeven bij regenwormen leerden, dat de aldus gevormde individuen nog gedurende 10 jaar in het leven konden worden gehouden. Vergroeiingen van larven der kikvorschen, vooral van Rana esculenta, konden tot na de gedaanteverwisseling in het leven gehouden worden. Bij plantaardige individuen treft men vergroeiing aan in gevallen van enten (zie aldaar). Van belang is daarbij de invloed, dien de ent op den onderstam uitoefent.

Vergrootglas. Zie Lens.

Vergalden noemt men het bedekken van voorwerpen met een dun laagje goud. Dit kan op verschillende wijzen gebeuren. Bij het vergulden in het vuur bereidt men goudamalgama's, die op de vooraf nauwkeurig gereinigde voorwerpen worden gebracht, welke men hierop zóó sterk verhit, dat het kwik vervluchtigt. Een dunner goudlaagje wordt bij het koudvergulden op koper, messing, tombak, nieuw zilver en zilver aangebracht. Hierbij wordt de zoogenaamde goudtonder, met goud gedmkt en daarna verbrand linnen, met behulp van een in zoutwater gedompelde en een weinig verkoolde kurk, op de voorwerpen gebracht. Bij het vergulden langs den natten weg dompelt men de voorwerpen in een verdunde oplossing van goudchloried, spoelt ze daarna af, droogt en polijst ze. Het galvanisch vergulden maakt gebruik van een oplossing van goud, knalgoud of goudchloried in cyaankalium. Men hangt het voorwerp als kathode in de oplossing, waarvan de anode een stuk goudblik is, en laat den stroom 1—2 minuten doorgaan. Daarna wordt het voorwerp afgespoeld, geborsteld met wijnsteen en water en weder in het bad gebracht, welke bewerking herhaald wordt, totdat de vergulding stevig genoeg is (zie Galvanoplastiek). Bij het contactvergulden voegt men aan de zooeven genoemde vloeistof een weinig keukenzout toe en verhit haar. Daarna dompelt men het voorwerp erin en bovendien een stuk zink, dat het onder den vloeistofspiegel aanraakt. Het vergulden met bladgoud kan bij zuiver ijzer en staal, die met salpeterzuur mat gebeten zijn, zonder meer gebeuren. Andere stoffen moeten aan haar oppervlakte meer of minder geprepareerd worden, voordat het bladgoud er op houdt. Porselein verguldt men met behulp van uit goudchloried neergeslagen met basisch bismuthnitraat aangewend goud; het moet dan na het branden nog gepolijst worden. Een glanzende vergulding van porselein wordt verkregen door het inbranden van een oplossing van zwavel- of knalgoud in zwavelbalsem; zij is echter minder duurzaam dan de op de voorgaande wijze verkregene.

Het vergulden in het vuur was reeds in de Oudheid bekend. Het koud-vergulden met goudtonder is wellicht in Duitschland uitgevonden; in Engeland was het in 1698 bekend. In 1805 verguldde Brugnatelli twee zilveren medailles onder toepassing van een zuil van Volta. Deze wijze van vergulden is vooral door Christoffel in Frankrijk vervohnaakt.

Vergunning en Vergunningsrecht. Zie Drank en Drankbestrijding.

Verhaeren, Emile, geboren te Sint-Amands bij Antwerpen den 21sten Mei 1855, studeerde aan het Alma Mater te Leuven, stichtte er „La Semaine", was weldra een der voornaamste persoonlijkheden onder de jonge Fransch-Belgische letterkundigen, geschaard om het tijdschrift „La jeune Belgique". In 1883 verscheen zijn eersten bundel „Les Flamandes", zinnelijke herinnering aan den geboortegrond, gevolgd in 1885 door de prozavertellingen „Les Contes de Minuit", in 1886 gevolgd door „Les Moines", waarin zijn tijdelijk mysticisme weerspiegeld wordt. Tusschen 1887 en 1891 schreef hij „Les Soirs", „Les Débacles", „Les Flambeaux", een triologie. Hiermede sluit een periode van zijn kunst af. Hij schiep zich een nieuwen uitdrukkingsvorm in

Sluiten