Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het vrije vers, zooals in „Les Apparus dans mes chemins", „Les Campagnes hallucinées" en „Les Villages illusoires"(1891—1893). Daarop volgden „Les Heures claires"(1896), „Les Aubes"(1898), lyrisch drama in vier bedrijven, „Les Visages de la Vie" (1899), „Les Vignes de ma muraille"(1899), „Le Cloïtre" (1900), drama in vier bedrijven te Parijs opgevoerd door het Théatre de 1'Oeuvre, „Petites Légendes"(1900), het drama in drie bedrijven, „Philippe Il"(1901), „Les Forces tumultueuses"(1902). Daarna bezong hij in een prachtige reeks Vlaanderen, n.L in „Toute la Flandre", waarvan reeds verschenen: „Les Tendresses premières"(1904), „La guirlande des Dunes"(1907), „Les Héros"(1908), „Les villes a Pignons"(1909) en „Les Plaines"(l9_10). Verder verschenen „Les Heures d'après-midi" (1905), „La multiple Splendeur"(1906), „Les Rythmes souverains"(1910), een werk over Rembrandt (Parijs, 1905) en een over James Ensor (Brussel,

1909). Zijn drama „Helène de Sparte" werd van het handschrift vertaald en door het Insel-Verlag (Leipzig) uitgegeven, nog vóór tot heden de Fransche tekst gedrukt werd. Verder leverde hij talrijke bijdragen in tijdschriften enz. De geniale Vlaming wordt aangezien als een der eerste dichters van zijn land en van zijn tijd. Hij woont afwisselend te Brussel en te Parijs (Saint Cloud), maar meestal in liet Waalsch dorpje Caillou-qui-bique. Een volledig beeld van zijn leven en zijn werk, rijk aan bibliograr fische en biografische inlichtingen, is het werk van Slefan Zweig, „Emile Verhaeren, sa vie, son oeuvre, traduit de 1' allemand"(Parijs—Mercure de France,

1910).

Verhaert, Piet Jozef, een Belgisch schilder, geboren te Antwerpen den 26s,en Februari 1852, studeerde eerst gedurende 2 jaar in de beeldhouwkunst aldaar en bezocht vervolgens een jaar de academie van schoone kunsten te Antwerpen, waar hij onderricht ontving van Van Lerius. Vervolgens deed hij een reis naar Italië en Parijs en vestigde zich daarna te Antwerpen. In 1887 werd

hij leeraar aan de koninklijke academie. Ook is hij lid van den Provincieraad aldaar. Hij vervaardigde een groot aantal portretten, landschappen, binnenhuizen enz.

Verhakking- noemt men een versperring, welke den vijand het naderen moet bemoeilijken. De boomverhakking bestaat uit omgehakte boomen, welke, met hun kruinen naar den vijand gericht, kruisgewijs over elkander geworpen zijn. Een takverhakking bestaat uit struikachtige, zoo mogelijk met doornen bezette takken. Bij de natuurlijke vertakking blijven de boomen ter plaatse, waar zij geveld zijn, liggen, terwijl zij niet geheel doorgezaagd, maar voor ongeveer één derde der stamdikte met de wortels verbonden blijven. Worden de stammen naar andere plaatsen vervoerd dan spreekt men van sleepverhakking. Om het wegruimen der verhakking te bemoeilijken, maakt men de boomen aan palen vast en verbindt ze onderling met pikkeldraad, terwijl men haar onder het vuur van de verdediging aanlegt.

Verhang; noemt men de verhouding tusschen het verschil in hoogte van den waterspiegel van een rivier op twee plaatsen en den afstand van die plaatsen. Zie Rivier.

Verharding' is doorgaans het gevolg van een snel verloopende ontsteking, wanneer het daarbij

gevormde exsudaat niet geheel of gedeeltelijk wordt opgeslorpt, maar de weefselruimten vult, nadat de vloeibare bestanddeelen van het exsudaat weder in het bloed zijn opgenomen. De vormbestanddeelen van het verharde Uchaamsgedeelte zijn min of meer verloren gegaan; de stofwisseling is belemmerd en de afscheidingen houden op. Verharde deelen zijn in hun verrichtingen gestoord en benadeelen door drukking de naburige deelen. Verharding wordt vooral waargenomen in klieren ten gevolge van sleepende ontsteking bij bestaande constitutieziekten als scrophulose.

Verheerlijking van Christus. Zie Transfiguratie.

Verhemelte. Zie Mond.

Verhey, Theodoor H. H., een Nederlandsch toonkunstenaar, geboren den 10aen Juni 1848 te Rotterdam, genoot onderwijs van zijn vader en aan de Rotterdamsche muziekschool, ging in 1865 naar 's-Gravenhage, waar hij de lessen van Nicolai volgde over theorie en compositie, en bekwaamde zich voor violoncel bij (He.se. voor klavier bij Sikemeyer, terwijl hij vervolgens nog eenigen tijd compositieleer studeerde bij W. Bargiel te Berlijn. Vervolgens keerde hij naar Rotterdam terug, waar hij thans nog als leeraar in theorie en klaviersepel aan de muziekschool werkzaam is. Als componist debuteerde hij op zijn 258te jaar, en een groot aantal werken, zoowel voor zang als voor instrumenten, zagen van hem het licht. Hij componeerde drie opera's: „Eine Johannisfeier auf Amrom," „Imilda" en „König Arpad", die met succes door de Iloogduitsche Opera werden opgevoerd; verder twee

symphonieen, een ballade voor sou, Koor en orKesi, een te Deum, een Requiem, een vioolconcert en een groot aantal werken van geringen omvang.

Verhey den, Isidoor, een Belgisch schilder, geboren te Brussel in 1845, legde zich vooral toe op het landschap en werd hoogleeraar aan de academie voor schoone kunsten in zijn geboorteplaats. Hij behoorde tot de modernen. Hij overleed te Brussel in 1906. Van zijn werken noemen wij: „Winterzonsondergang", „De regenboog", „Poelen in de Kempen" en „Zondag." Hij vervaardigde ook verschillende portretten, waarvan wij dat van Constantin Meunier noemen.

Verheyen, Philip, een Zuid-Nederlandsch ontleedkundige, geboren te Verbrouck in het land van Waas den 23sten April 1648, studeerde eerst in de theologie, vervolgens in de geneeskunde, werd in 1689 hoogleeraar te Leuven. Van zijn geschriften noemen wij: „Compendia theoriae practicae in quatuor partes distributa" (1688), „De febribus" (1692), „Anatomia corporis humani" (1693 en later) „Lettre ü un maïtre chirurgien" (1698), „Seconde lettre a un anatomiste de Gand" (1698), „Responsio ad exercitationem anatonicam de thymo" (1706) en „Vera historia de horrendo san guinis fluxu ex oculis, naribus, auribus et ore et miraculosa ejus sanatione" (1708). Hij overleed den 28sten Januari 1710.

Verhoeven, Willem Frans Gommar, een Belgisch letterkundige, geboren in 1738, was lakenkoopman te Lier. Hij is inzonderheid bekend geworden als geschiedschrijver. Wij noemen van hem: „Inleiding tot de Belgische historie" (1778— 1881) en „Hoedanig was de staat van de handwerken en van den koophandel in de Nederlanden ten

Sluiten