Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijde van de 13de en 14de eeuwen" (1778). Hij overleed in 1809.

Verhongeren, zie Honger.

Verhoor is in het strafrecht de ondervraging, die een beklaagde van de zijde van bevoegde ambtenaren ondergaat, — in het burgerlijk recht die welke partijen bevoegd zijn elkander gedurende den loop van het proces te doen. In strafzaken is hoofdzakelijk de rechter-commissaris met het verhoor belast, en de officier van justitie kan, door hem uitgenoodigd, er bij tegenwoordig zijn. Deze is bevoegd, aan den rechter-commissaris de vragen op te geven, waarop hij antwoord wenscht, en de rechter-commissaris kan hierover naar bevind van zaken beschikken. Deze is intusschen verplicht, telkens de verhooren aan den officier van justitie mede te deelen, om dezen in staat te stellen tot het doen der vereischte requisitoiren. Wanneer door den rechtercommissaris een bevel tot voorloopige aanhouding tegen een beklaagde is verleend, moet deze binnen 24 uren worden ondervraagd. Gedurende den loop der instructie doet de rechter-commissaris zoo dikwijls hij dit noodig oordeelt, den beklaagde, zoo deze in verzekerde bewaring is, voor zich verschijnen of, zoo hij in vrijheid is, daartoe dagvaarden; verschijnt hij niet, dan kan de rechter-commissaris hem andermaal doen dagvaarden en daarbij voegen een bevel van medebrenging. De beambte, met dat exploit belast, kan de openbare burgerlijke of de gewapende macht te zijner hulp inroepen. Van elk verhoor wordt proces-verbaal opgemaakt. Bij de behandeling der zaak in de openbare terechtzitting ondervraagt de president, nadat de getuigen gehoord zijn, den beklaagde. Ook indien deze weigert te antwoorden, wordt de zaak voortgezet. In burgerlijke zaken kunnen partijen verzoek doen, elkander op ter zake dienende vraagpunten te hooren. Wordt zulk een verhoor op vraagpunten verzocht, dan onderzoekt de rechter, of de vraagpunten betrekking hebben op het geschil, belet het doen van strikvragen of kan ook het \erhoor geheel van de hand wijzen. Staat de rechter het verhoor toe, dan gelast hij, dat de wederpartij voor hem in raadkamer verschijne, om op de vraagpunten te worden gehoord. In sommige gevallen kan de rechter van het kanton, waarin de partij woonachtig is, tot het afnemen van het verhoor worden gemachtigd. De partij verschijnt in persoon en moet de vragen beantwoorden zonder eenig geschreven opstel te mogen voorlezen. De partij die het verhoor heeft verzocht en de advocaten en procureurs van beide partijen kunnen bij het verhoor tegenwoordig zijn. Van het verhoor wordt een procesverbaal opgemaakt, dat door den ondervraagde, den president of kantonrechter en den griffier wordt onderteekend.

Verhouding' is in het algemeen de betrekking van het ééne tot h=>t andere, vandaar dat zij geen inhaerente eigenschap der dingen of begrippen is, maar iets, dat zij krachtens een vergelijking met andere, gelijksoortige bezit. In de wiskunde verstaat men onder verhouding het resultaat van de vergelijking van twee gelijksoortige grootheden. Men kan nu in de eerste plaats vragen, hoeveel de ééne grooter is dan de andere en krijgt dan de rekenkundige verhouding van beide (haar verschil) of en in de tweede, hoeveel maal de ééne grooter is dan de andere, als wanneer men de meetkundige verhouding (het quotiënt) verkrijgt. De uitdrukking

voor de gelijkheid van twee verhoudingen noemt men een evenredigheid of proportie.

Verhuell, Carel Hendrik, graaf van Zevenaar, een admiraal in Nederlandschcn, daarna in Franschen dienst, geboren den llden Februari 1764 te Doetinchem, werd in 1803 benoemd tot schoutbij-nacht met het commando over de Nederlandsche vloot bij Tessel en in 1804 tot vice-admiraal, toen Napoleon 1 voornemens was, een landing te doen in Engeland. Voordat hij Boulogne bereikte, had hij op de hoogte van Kaap Grinez den 18den Juli 1805 te strijden met een sterke afdeeling der Engelsche vloot, welke hij noodzaakte de wijk te nemen. Na de troonsbestijging van Lodewijk Napoleon werd hij benoemd tot minister van marine en rijksmaarschalk en later tot gezant te Parijs. Na de vereeniging van Holland met Frankrijk trad hij in Franschen dienst. In 1813 en 1814 verdedigde hij den Helder tegen zijn eigen landgenooten en gaf deze plaats eerst over, nadat de Verbonden Mogendheden Parijs waren binnengetrokken. Bij zijn terugkeer naar Frankrijk werd hij inspecteur der N. kusten. Hij overleed te Parijs den 258ten October 1845.

Verhuell, Quirijn Maurits Rudolph, een Nederlandsch zeeofficier en schrijver, een neef van den voorgaande, geboren te Zutfen den llden September 1787, trad op 15-jarigen leeftijd als cadet in dienst, werd in 1807 bevorderd tot 2den luitenantadjudant van den schout-bij-nacht Buyskes, die als gouverneur-generaal naar Nederlandsch O. Indië vertrok. Verhuell bleef er één jaar en beschreef zijn ontmoetingen gedurende dien tijd in het werk: „Mijne eerste zeereize" (1842). In 1815 vertrok hij als kapitein-luitenant weder naar Nederlandsch O. Indië, waar hij waarnemingen deed, teekens vervaardigde en verzamelingen bijeenbracht, die op den terugtocht verloren gingen door het verbranden van zijn schip bij het eiland Diëgo Garcia. Na zijn terugkeer werd hij equipagemeester op 's Rijks werf te Rotterdam, daarna kapitein ter zee, equipagemeester en directeur der marine, waarna hij in 1850 met den rang van schout-bijnacht werd gepensionneerd. Van zijn hand verschenen nog: „Mijne herinnering aan eene reis naar Oost-Indië" (2 dln., 1836), „Het leven en karakter van Carel Hendrik, graaf Verhuell" (4 dln., 1847), en een „Handboek voor de verzamelaars van vlinders"(1842), terwijl hij een groot aantal platen voor de „Flora brasiliensis" van Martius, al de platen voor de plantenmonographieën van den hoogleeraar Miquel enz. teekende. Hij overleed den 10den Mei 1860.

Verhuell, Alexander Willem Carel Maurits, een Hollandsch teekenaar en schrijver, werd geboren te Doesburg den 7den Maart 1822 en overleed te Arnhem den 288ten Mei 1897. Hij studeerde en promoveerde te Leiden en vestigde zich te Arnhem. Hij verwierf een grooten naam door zijn humoristische schetsen, voornamelijk door die, welke hij ontleende aan het studentenleven. Veelal gaf hij ze uit onder het pseudoniem Alexander. Van zijn plaatwerken zijn de voornaamste: Jeugd, Zijn er zoo? (2 deelen), Zoo zijn erl, Zie daarI, Scherts en Ernst., Denkende Beeldjes., Eerste en Laatste Studentenschetsen., Afspiegelingen, en Ze zijn er!.

Verhulst, Rombout, een Hollandsch beeldhouwer, werd geboren te Mechelen (?) in 1624 of 25

Sluiten