Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuur, inzonderheid door tocht veroorzaakt. Haar verschijnselen zijn algemeen bekend. Zij openbaart zich vooral in ontsteking van het slijmvlies van den neus en deze doet afscheiding van slijm, verstoptheid in het hoofd enz. ontstaan, terwijl zij dikwerf van oor-, mond- en keelpijn, van loomheid en pijn in de leden en van lichte koortsen vergezeld gaat. Men geneest de verkoudheid het best door de huid flink te doen werken, hetzij door warme baden, hetzij door het innemen van zweetdrijvende middelen. Doorgaans wijkt zij spoedig.

Verkromming1 (curvatura) noemt men een blijvende afwijking in de richting der beenderen, in hunnen samenhang of in hunne geledingen. Zij kan aangeboren of later ontstaan zijn. Soms wordt zij veroorzaakt door een aanhoudend scheeven stand of door verschillende ziekten der beenderen en gewrichten. Verkromming wordt vooral waargenomen aan den hals (torlicollis), — aan de raggegraat, onderscheiden in achterwaartskromming (kyphosis), voorwaartskromming (lordosis), zijwaartskromming (scoliosis) en asdraaiing (strophosis), — en aan den voet, namelijk in den buitenwaarts gekantelden voet (valgus) den binnenwaarts gekantelden voet (mms), den uitgestrekten voet (pes equinus) en den hakvoet (talipes). Tot genezing der verkromming bezigt men de onderhuidsche klieving van saamgetrokken spieren, pezen en peesvliezen, alsmede werktuigen, welke onder den naam van orthopedische werktuigen bekend zijn. Ook is daartoe de orthopedische gymnastiek van veel belang.

Verkwisting' noemt men het onbedachtzaam verbruik van goederen, in het bijzonder door overbodige uitgaven. Zie Curateek.

Verlaine, Paul, een Fransch dichter, geboren den 30sten Maart 1844 te Metz, bezocht te Parijs het lyceum-Bonaparte, was daarna ambtenaar der gemeente en werd door zijn gedichten, „Poèmes Saturniens" (1865), Fêtes galantes" (1869) en „La bonne chanson" (1870), weldra een gevierd lid der Parnassiens. Na de Commune zag hij zich, doordat hij enkele Communards had verborgen, genoopt de wijk te nemen naar Engeland, vanwaar hij zich naar België begaf. Te Parijs teruggekeerd, trok hij in 1872 met den dichter Arthur Rinibaud naar Engeland en later naar Brussel, waar hij Rinibaud, die zich van hem had willen ontdoen, dood schoot. In de gevangenis te Bergen, waar hij het einde van een tweejarige gevangenisstraf doorbracht, schreef hij zijn „Romances sans paroles" (1874) en ontwierp hij „Sagesse." In 1876 verliet bij Bergen en keerde naar Frankrijk terug. Hij vertoefde eenigen tijd in de Ardennen, vertrok daarna naar Engeland, waar hij les gaf in het Fransch en het teekenen. In 1877 weder in Frankrijk, werd hij leeraar aan het college te Réthel. Een mislukte cultuuronderneming te Coulommiers in do Ardennen, welke hem bijna geheel ruïneerde, voerde hem weder naaar Parijs, waar hij in 1881 zijn meesterwerk „Sagesse" publiceerde, dat hem beroemd maakte. Als leeraar te Boulogne-sur-Seine en te Nenilly publiceerde hij nog „Poètes maudits" (1884) en „Jadis et naguère" (1885). Daarna begon hij een zwervend leven. Na een voordrachtentournée door Engeland, België en Nederland liet hij zich, geheel op en uitgeput, in het ziekenhuis Broussais opnemen. Na den dood van Leconte de Lisle gekozen tot „prince des poètes", schreef

hij in 1895 zijn laatste gedicht „Mort" en overleed den 88,en Januari 1896 te Parijs. In zijn „Confessions" (1895) biecht hij de dwalingen van zijn leven. Een volledige uitgave van zijn werken verscheen in 6 dln., (1903—1907).

Verlamming is het geheel of gedeeltelijk verlies van bet bewegingsvermogen, al of niet vergezeld van het verlies van de gevoeligheid (anaesthesia). De oorzaken kunnen gelegen zijn in de hersenen of het ruggemerg of in de periphérische zenuwen (Zie Hersenphysiologie en Ruggemerg). Naarmate de stoornissen in die zenuwmiddenpunten min of meer belangrijk zijn, naarmate voorts de geleiding der periphérische zenuwen slechts bemoeilijkt of geheel onderdrukt is, verschilt de graad van verlamming. Onvolkomen verlamming noemt men pare sis, volkomene paralysis. Nu eens bepaalt zij zich tot een enkele zenuw of sommige van haar takken, dan weder strekt zij zich uit over verschillende lichaamsdeelen. Onvolledige centrale verlamming onderscheidt zich meestal door onzekere, bevende bewegingen, daar de wil bij belemmerde geleiding slechts nu en dan zijn invloed doet gelden. Men geeft hieraan den naam van paralytisch beven (paralysis agitans). Bij gevoelsverlamming worden dikwijls hevige pijnen waargenomen in de verlamde deelen, hoewel deze voor uitwendige prikkels ongevoelig zijn (anaesthesia dolorosa). De voeding is in de verlamde deelen steeds gestoord, de huid wordt bleek en slap, de temperatuur daalt, de afscheiding van zweet en huid smeer vermindert, de beenderen verliezen aan gewicht, de spieren worden slap en bleek, gaan over in vet, zijn gemakkelijk te scheuren en veranderen in omvang en gewicht, terwijl ook de zenuwen belangrijke wijzigingen ondergaan. Tot de meest gewone oorzaken van verlamming behooren beleedigingen der organen van het zenuwstelsel, misbruik van verdoovende middelen, van lood, kwik, arsenicum, hevige gemoedsaandoeningen, misbruik van sterken drank en rheumatismns. De voorspelling is in het algemeen ongunstig en de behandeling moet naar de oorzaken worden geregeld.

Verlat, Michél Marie Charles, een Belgisch historie-, portret- en dierschilder, werd geboren te Antwerpen in 1824 en overleed aldaar den 238,en October 1890. Hij was een leerling van Nicaise de Keyser. Later oefende hij zich te Parijs. Als dierschilder was hij een navolger der oud-Hollandsche meesters, doch in zijn historische tafereelen staat hij onder invloed van de Romeinsche en Venetiaansche school. Na een reis in het Oosten gemaakt te hebben, werd hij in 1869 directeur van de Kunstschool te Weimar. Later werd hij benoemd tot directeur en professor aan de Koninklijke Academie te Antwerpen en had als zoodanig een grooten invloed op het jongere geslacht. Schilderijen van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het RijksMuseum en in het Stedelijk Museum te Amsterdam.

Verlegde Blaas of Bergsche Maas. Zie Maas.

Verlengde merg (medulla oblongata) is dat deel van de witte mergsubstantie, dat door het groote achterhoofdsgat in het ruggemerg overgaat. Ter weerszijde van de groeve, die er midden over langs loopt liggen de pyramiden-strengen (zie Hersens en Ruggemerg) en buitenwaarts van deze de olijven-, naast deze ziet men de strengvormige lichamen (corpora restiformia), die van het verlengde merg naar de halfronden van de kleine hersens loo-

Sluiten