Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hangt, evenals bij daglicht, weder af van de afmetingen der te verlichten ruimte. Intusschen komt in dit geval ook de lichtsterkte van de lichtbron in aanmerking. Gaat men uit van zulke van 16 normaalkaarsen, zooals bij Argandbranders en electrische gloeilampen gebruikelijk zijn, dan is voor ruimten van 3—3,5 m. hoogte en voor grovere werkzaamheden 1 vlam op 33, voor fijnere 1 op 25 v. m. vloeroppervlakte voldoende. Hoe meer daarbij de ruimte den kubusvorm nadert, des te ge¬

lijkmatiger is de verlichting en des te beter komt zij tot haar recht. Langerekte of lage ruimten hebben dus een grooter aantal lichtbronnen noodig. Een zaal van 30 X 18 X 12 m. zou bijv. ongeveer 216 vlammen vereischen.

In de volgende tabel geven wij ten slotte een vergelijkend overzicht van de voornaamste kunstmatige lichtbronnen ten opzichte van haar lichtsterkte, verbruik enz.

Per 100 kaarsuren.

Licht-

sterkte. Koolzuur- Water- Warmte- Stralende Lichtende

Verbruik. ontwik- ontwik- ontwik- warmte stralin

keling. keling. keling. ° '

Stearinekaars 1 920 gr. 1,18 1,04 8100 —

Paraffinekaars 1 770 „ 1,22 0,99 7980 1080 0,45

Petroleumvlakbran-

der 4 600 „ 0,95 0,80 6240 — —

Petroleumrondbran-

der 25 330 „ 0,53 0,44 3432 1080 —

Spiritusgloeilicht 36 270 cm.' 0,38 0,25 1247 — —

Gasbrander 12 1,6 m.3 0,91 1,71 8480 820 0,35

Gas-argandbrander.. 25 1,2 „ 0,68 1,28 6360 700

Gasgloeilicht 46 0,25,, 0,12 0,12 1060 140 0,75

Electrisch gloeilicht 15 — — — 400 250 7,14

') In procenten van het geheele arbeidsvermogen.

Verlof is het recht om andere dan sterken drank te mogen verkoopen, voor het gebruik ter plaatse. De wet onderscheidt: verlof voor alkoholhoudende, andere dan sterke dranken, zooals bier, wijn enz., en verlof voor alkoholvrije dranken. Evenals de vergunning het recht tot verkoop van andere dranken insluit, zoo sluit het verlof tot verkoop van alkoholhoudende, andere dan sterke dranken, het verlof tot den verkoop van alkoholvrije dranken in. Burgemeester en wethouders van een gemeente hebben, na een tot lien gericht verzoekschrift, het recht den verzoeker binnen hun gemeente verlof te verleenen.

Verloren zoon, een gelijkenis in het Lucas-Evangelie (15:11—32), is voor verschillende dichters een onderwerp voor dramatische bewerking geweest. De oudste voorbeelden zijn een Fransch treurspel van omstreeks 1500, het werk van Burkard Woldis 1527 en de in het Latijn geschreven „Acolastus" van onzen landgenoot Gnaphaeus (1529, nieuwe druk, 1891).

Verloskunde of vroedkunde noemt men de kunst, barenden bij de natuurlijke geboorten bij te staan, en deze bij moeilijkheden te bevorderen en tot een goed einde te brengen. Zij is een deel der geneeskunde en leert, welke moeielijke gevallen kunnen voorkomen en hoe men daarbij handelen moet. Hiertoe behoort een nauwkeurige kennis der bij de verlossing betrokkene lichaamsdeelen en der afwijkingen en misvormingen van deze, inzonderheid van het bekken; verder van het verloop der geboorte en evenzeer van de daarbij aanwezige gevaren. Ook behoort fr alles toe, wat geschieden moet ten behoeve van het kind gedurende en

onmiddellijk na de geboorte, en eindelijk de doelmatige verpleging der kraamvrouw. Bij de gewone schedelligging (zie Verlossing) en normaal verloop van de geboorte wordt van den verloskundige alleen toezicht vereischt en kan zijn directe hulp zich bepalen tot het dubbel afbinden en doorknippen van de navelstreng na de uitdrijving van de vrucht. Veel gewichtiger echter wordt de verloskundige hulp bij afwijkingen van allerlei aard, hetzij van het bekken of van de ligging van het kind. Bij vernauwing van den ingang van het bekken of bij dwarsligging komt de keering van de vrucht op haar voeteneinde te pas, bij vertraging voor den bekkenuitgang de verloskundige tang,waarvan de twee lepels om de zijvlakken van het hoofd aansluiten en waarmee men sterke tractie kan uitoefenen. Bij billigging kan een stompe haak in de liesplooi gebracht worden, bij voetligging kan men aan het been van de vrucht trekken en zoo het kind langzamerhand verder „ontwikkelen". Is het kind dood (en soms reeds vóór dien dood om de moeder te redden) dan moet soms het voorliggend hoofd geperforeerd worden, om het te kunnen verkleinen, of na de perforatie en de afvloeiing der hersens wordt het hoofd nog verder verkleind door de cephalotribe, een tang, welks lepels tot dicht bij elkaar geschroefd kunnen worden. Bij verwaarloosde dwarsligging kan ook de onthoofding ter verkleining van de vrucht (embryotomie) noodig worden, of de verwijdering der ingewanden. Eindelijk behoort tot de verloskundige kunstbewerking de keizersnede (zie aldaar), die ook bij't sterkst vernauwd bekken moeder en kind kan redden. Zie verder Verlossing.

Verlossing1. Bij de normale verlossing wordt

Sluiten