Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergoeding wegens het verbreken van huwelijksbeloften.

Verluchten of Illumineeren is het met kleuren afzetten van een letter. Een verluchting of een illuminatie is hetzelfde als een miniatuur. Zie aldaar.

Vermaking' is een andere naam voor Legaat. Zie aldaar.

Vermandois, een voormalig Fransch graafschap, later een hertogdom in Picardië, met St. Quentin als hoofdstad, behoort tegenwoordig tot het departement Aisne en voor een klein gedeelte tot het departement Somme. In de Middeleeuwen was het onderworpen aan de machtige graven van Vermandois, die tevens graven waren van Troyes, Meaux en Roucy. Met Raoul den Jongere stierf in 1167 het oude geslacht der graven uit. Zijn zuster Elizabeth, gemalin van Philips, graaf van Elzas en Vlaanderen, zocht tevergeefs haar recht op de nalatenschap te handhaven tegen Philips II Augustus. Deze ontrukte haar in 1185 het graafschap en vereenigde het in 1215 met Frankrijk. Het behoorde nu geruimen tijd aan de kroon en werd tot een hertogdom en pairie verheven ; Lodewijk XIV schonk het aan Louis de Bourbon, zijn onwettigen zoon, bij de Lavallière verwekt. Met dezen verdween in 1683 de titel van hertog van Vermandois.

Vermasen, een Nederlandsch krijgsman, geboren te Leiden den 28sten Mei 1776, trad in 1792 in dienst als brigadier bij de Brabantsche pionniers, werd vervolgens opperwachtmeester bij den artillerietrein, in 1805 aide-de-camp bij den luitenant-generaal Bruce, in 1806 bij den luitenant-generaal van Boecop, in 1812 luitenant-kolonel, in 1813 chef van den staf bij de divisie van Ney, in 1814 opperbevelhebber van het arrondissement Epernay in Champagne en nam in dat jaar ontslag uit den Franschen dienst met den rang van .maréchal de camp. Vervolgens ging hij over in Nederlandschen dienst, was later provinciaal commandant in verschillende Nederlandsche provinciën en werd in 1831 luitenant-generaal. Hij overleed den 25sten Februari 1855.

Vermeer of Van der Meer, Johannes, de Oude, (de Haarlemsche Vermeer), een Hollandsch landschapschilder, werd geboren te Haarlem in 1628 en overleed aldaar in 1691. Hij was een leerling van Jacob de Wet. In 1654 werd hij lid van het St. Lucasgilde te Haarlem, van 1662—67 en van 1678 —79 maakte hij deel uit van het bestuur. Hij was zijn geheele leven te Haarlem werkzaam en schilderde meestal gezichten in de duinen bij zijn stad. Hij weet een mooi licht in zijn landschappen te brengen, die min of meer op de wijze van Philip Koninck zijn gecomponeerd. Hij overtreft dezen evenwel als colorist. Schilderijen van zijn hand bevinden zich hier te lande o.a. in het Rijksmuseum te Amsterdam, in het Mauritshuis te 's Gravenhage, en in het museum Boymans te Rotterdam. Zijn zoon Jan schilderde ook landschappen.

Vermeer, Johannes (de Utrechtsche Vermeer) ook wel Van der Meer genaamd, een Hollandsch portret- en historieschilder, werd geboren te Schoonhoven omstreeks 1630 en overleed te Utrecht in 1688. In zijn jeugd reisde hij met den schilder Lieve Verschuier in Italië en bezocht ook Rome, waar hij betrekkingen aanknoopte met

de schilders Drost en Carlo Loth. Teruggekomen in Utrecht trad hij in het St. Lucasgilde aldaar, waarvan hij van 1664—66 deken was. In zijn schilderwijze volgde hij de Italiaansche meesters der hoogrenaissance na. In 1679—80 schilderde hij een groot stuk, voorstellende de regenten van het weeshuis te Utrecht, dat nog in het fundatiehuis van Renswoude aldaar wordt bewaard.

Vermeer of Van der Meer, Johannes (de Delftsche Vermeer), een Hollandsch landschap- en genreschilder, werd geboren te Delft in 1632 en overleed aldaar in 1675. Hij was een leerling van Carel Fabritius. In 1653 trad hij in het St. Lucasgilde te Delft, waarvan hij in 1671 deken werd. Vermeer behoort tot de allergrootste meesters der llde eeuwsche Hollandsche school. Hij is een colorist van buitengewone gaven, zoowel zijn interieurs als zijn stadsgezichten maken een grooten indruk. Uiterst eenvoudig is de keuze zijner onderwerpen, maar in de weergave daarvan bereikt hij de meest verrassende effecten, zoowel coloristisch als in het weergeven der atmosfeer, in de stofuitdrukking en — gelijk bij het Meisjeskopje i i het Mauritshuis — in het uitdrukken van het innerlijk leven van de personen, die hij afbeeldt. Langen tijd is Vermeer zoo goed als vergeten geweest. Men verwarde hem met zijn Ilaarlemschen naamgenoot, den landschapschilder, of schreef zijn werken toe aan Pieter de Hoogh. W. Burger (Thoré) komt de eer toe, hem de hem toekomende plaats ia de kunstgeschiedenis gegeven te hebben. Heden ten dage zijn weinig schilderijen zoo gezocht als de zijre. Mede omdat zij zeer gering in aantal zijn worden ze met fabelachtige prijzen betaald. Ons land bezit zijne meesterwerken, o. a. „het Melkmeisje" en „de Brief" in het Rijksmuseum te Amsterdam, en „Het gezicht op Delft" en het „Meisjeskopje" in het Mauritshuis te 's Gravenhage. Deze musea bevatten nog eenige andere werken van zijn hand, terwijl zich nog een stadsgezicht bevindt in de verzameling Six te Amsterdam en een allegorie va i het nieuwe Testament in de verzameling Bredius te 's Gravenhage.

Vermeerdering; (ongeslachtelijke) der planten noemt men de vorming van nieuwe, plantaardige individuen, doordat zich vegetatieve deelen door van het plantenlichaam losmaken en groeien. Bij de hoogere planten komt zij het meest door onderaardsche spruiten tot stand, die zich verder ontwikkelen, terwijl de oudere gedeelten afsterven. Niet zelden ontwikkelen zich deze onderaardsche spruiten als knollen, waaruit, na het afsterven van de vezelvormige verbinding, zelfstandige individuen ontstaan. Iets dergelijks geschiedt door wortelspruiten, welke aan knoppen van de wortels optreden, of door uitloopers en scheuten, die óf alleen aan het einde, öf aan de verschillende stengelgeledingen wortelvormende knoppen voortbrengen. Bij een tweede groep van gewassen heeft de vermeerdering plaats door knopof spruitvormige geledingen, welke door de moederplant worden losgelaten. Voorbeelden daarvan zijn de knolletjes in de bladoksels van Ficaria, de bolvormige, aan draadvormige uitloopers ontstaande bladrosetten van Sempervirum enz. In de meeste gevallen worden de door de plant losgelaten vermeerderingsspruiten door het water, den wind of door dieren verspreid. Ten slotte zijn

Sluiten