Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook afgesneden loten (stekken) of bladeren (bij begonia's enz.), welke in vochtige aarde geplaatst worden, instaat wortels te vormen en zoo doende nieuwe planten te leveren. De vegetatieve vermeerdering kan in sommige gevallen, zooals bij de gekweekte banaan en bij waterpest, de geslachtelijke voortplanting geheel vervangen. Een zeer belangrijke rol speelt zij bij de crvptogamen.

In den tuinbouw vermeerdert men de planten voornamelijk door zaad en deeling, maar ook door afleggers en stekken en door veredeling. Planten, uit zaad gekweekt zijn gewoonlijk sterker; zij bloeien echter vaak later dan die, door stekken of veredelen verkregen. Vermeerdering uit zaad kan bij variëteiten en bij cultuurvariëteiten gewoonlijk niet worden toegepast. In zulke gevallen maakt men dan van stekken of veredeling gebruik. Heesters en dergelijke worden doordeefing vermeerderd.

Vermeerdering: der dieren. Zie Voortplanting.

Vermenigvuldiging-, één van de vier hoofdbewerkingen der rekenkunde, bestaat hierin, dat men een getal zooveel malen bij zichzelf optelt, als een ander getal eenheden bevat. Beide getallen heeten factoren; de uitkomst der vermenigvuldiging product. De volgorde der factoren is willekeurig. Men krijgt dus hetzelfde product als men 3 met 4 of 4 met 3 vermenigvuldigt. Het product is derhalve, in verband met de gegeven definitie, op te vatten als een veelvoud van elk der

beide tactoren. Men duidt de vermenigvuldiging aan door de teekens X of . Ook meer dan 2 factoren kunnen met elkander vermenigvuldigd worden, bijv. 5 X 6x 7 = 30 X 7 = 210. Men spreekt in dat geval van een gedurig product. Zijn eindelijk de factoren onderling gelijk, dan noemt men het product een macht (zie aldaar).

Vermeulen, Petrus Jacobus Franciscus, een Nederlandsch Staatsman en journalist, werd den llden Januari 1846 te Delft geboren, genoot zijn voorbereidende opleiding aan het stedelijk gymnasium aldaar, dat hij met einddiploma verliet, en aan het R. K. Seminarium „Hageveld". Hij werd vervolgens student te Leiden, bezocht de Universiteit te Heidelberg en promoveerde in 1871 aan de Leidsche hoogeschool tot doctor in wis- en natuurkunde, op een proefschrift getiteld: „De chemische constitutie der aromatische verbindingen." Hij was vervolgens van 1870 tot 1872 leeraar aan de gemeentelijke hoogere burgerschool te Goes, van 1872 tot 1881 aan de bijzondere hoogere burgerschool en de scholen voor hooger en middelbaar onderwijs te Rolduc. In 1881 werd hij voor het distrikt Eindhoven gekozen tot lid van de Tweede Kamer en had (later voor Helmond) zitting tot 1901, toen hij zich bij de nieuwe verkiezingen niet herkiesbaar stelde. Na korten tijd lid geweest te zijn van de Provinciale Staten van Noord-Holland, werd hij in 1904 gekozen tot lid van de Eerste Kamer voor Zuid-Holland. In 1881 trad hij op als vast redactielid van „De Tijd", werd in 1884 directeur van dit blad, en vervulde deze betrekking sedert onafgebroken. Vele bijdragen van hem verschenen in de tijdschriften; „De wachter", „Onze wachter", „De Katholiek" enz. Hij is ridder in de orde van den Nederlandschen Leeuw, de Pauselijke orde van Gregorius den Groote en officier in de Turksche Med-Jidié-Orde.

Vermicelli is de naam van een meestal uit tarwe-griesmeel vervaardigd produkt, dat uit rolronde draden, lintvormige strooken of pijpjes bestaat. Het griesmeel wordt met ongeveer 30% heet water in een kneedmachine tot een stijve soort deeg (dikwijls gekleurd met curcuma. safraan of een andere kleurstof) gekneed; dit deeg wordt op een bank met gegroefde en gladde walsen bewerkt en daarna in een door stoom verwarmden cvlinder met dubbele wanden van een schroefpers of hydraulische pers gebracht. De bodem van dezen cylinder is met gaten voorzien, waardoor de vermicelli haar vorm krijgt.

Vooral in Italië, inzonderheid in Napels, Livorno, Genua en Turijn, wordt veel vermicelli vervaardigd.

Vermigli, Pietro Mar lire [Petrus Martyr Vermiglius), een Hervormingsgezind godgeleerde, geboren te Florence den 8st,I> September 1500, trad in 1516 in het klooster der reguliere Augustijner Koorheeren, begunstigde sedert 1541 te Napels en Lucca de denkbeelden der Hervorming en vluchtte in 1542 naar Zwitserland. Daarop werd hij hoogleeraar te Straatsburg, in 1547 predikant te Oxford, in 1553, gevlucht voor Maria de Bloedige, te Straatsburg en in 1556 te Zurich. Van zijn geschriften vermelden wij zijn commentaren op verschillende boeken des Ouden en Nieuwen Testaments en vooral zijn „Loei cummunes theologici" (uitgegeven door Masson, Londen, 1575 en later). Hij overleed den 12den November 1562 te Zurich.

Vermiljoen. Zie Kivikzilversulfied.

Verminking; (mutilatio) is een lichaamsbeleedigine, waardoor een of ander lid verloren paat

of het verminkte duurzaam misvormd wordt. Opzettelijke verminking komt als godsdienstige plechtigheid en als poging om zich aan den militairen dienst te onttrekken voor.

Vermoedens worden in ons Burgerlijk Wetboek genoemd onder de bewiismiddelen in bure-or-

lijke zaken. Art. 1952 definieert ze als gevolgtrekkingen, die de wet of de rechter uit een bekend tot een onbekend feit afleidt. Zij zijn van tweeërlei aard, namelijk wettelijke en zoodanige, welke niet op de wet zelve zijn gegrond; de laatste worden ook wel genoemd feitelijke vermoedens (praesumptiones facti of hominis tegenover praesumptiones juris). Wettelijke vermoedens zijn de zoodanige, welke krachtens een bijzondere wetsbepaling met zekere handelingen of daadzaken verbonden zijn (art. 1953 Burgerlijk Wetboek); als voorbeelden daarvan noemt hetzelfde artikel handelingen, welke de wet nietig verklaart, omdat zij, door haren aard en hare hoedanigheid alleen, vermoed worden gepleegd te zijn om een wetsbepaling te ontduiken, — gevallen, waarin de wet verklaart dat de eigendom of de bevrijding van schuld uit bepaalde omstandigheden wordt afgeleid, — het gezag, dat de wet aan een rechterlijk gewijsde toekent, — en de kracht, door de wet verleend aan de bekentenis van een der partijen of aan den doorhaar afgelegden eed. Het is vreemd, dat de bekentenis en de eed hier onder de vermoedens worden gerekend, terwijl art. 1903 ze als afzonderlijke bewijsmiddelen naast de vermoedens noemt. Een wettelijk vermoeden ontslaat dengene, in wiens voordeel het bestaat, van alle verdere bewijzen. Men heeft de wettelijke of rechtsvermoedens nog wel eens onderscheiden in de zoodanige

Sluiten