Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er een belangrijke handel in zijde, wijn, graan enz. gedreven. Als vesting en voornaamste bolwerk van den beroemden vestingvierhoek Verona, Mantua, Legnano, Peschiera, is Verona uit krijgskundig oogpunt van groot belang, daar het de sleutel tot Tirol is. De stad is de geboorteplaats van een aantal beroemde mannen (Catullus, Macer, Paolo Veronese, van de Scala's enz.).

Verona is één der oudste steden van Italië. Als kolonie van keizer Augustus werd het een groóte en bloeiende stad. Decius versloeg hier in 249 keizer Philippus, Constantijn in 312 Pompejanus, Stilicho in 403 Alaric I. In 452 werd de stad door Attila geplunderd en verwoest. Daarna was zij de residentie van Theoderik, koning der Oost-Goten, die hier in 489 Odoacer versloeg. In de Duitsche heldensage heet hij naar den naam Bern, dien de Duitschers aan Verona gaven, daarom Dielrich von Bern. In den strijd tegen keizer Frederk I was Verona één der voornaamste steden van den Lombardischen Stedenbond. Daarop werd het geteisterd door de oorlogen der adellijke partijen, der Montecchi (Ghibellijnen) en der San Bonifazio (Guelfen). In de 13de eeuw maakten de Ezzelini, beschermers der Montecchi, zich van de stad meester. Na den dood van Ezzelino da Rorruino (1259) kozen de Veroneezen Mastino della Scala tot podestè; het geslacht van dezen behield de heerschappij gedurende 127 jaren en bereikte onder Cangrande I het toppunt van macht en bloei. In 1387 onderwierp de stad zich aan Milaan, in 1405 aan Venetië, waarmede zij, na den val van het eerste Fransche Keizerrijk, onder de heerschappij van Oostenrijk kwam. Sedert 1866 maakt zij deel uit van het koninkrijk Italië. Van October tot December 1822 werd hier het congres van de leden der Heilige Alliantie tot beteugeling der revolutionnaire bewegingen in Europa gehouden.

Veronal (^XK^I^Co) vormt

kleurlooze, zwak bitter smakende kristallen, welke in warm water gemakkelijk oplossen. Het wordt als kalmeerings- en slaapmiddel toegepast, vooral bij zenuwzieken, en heeft geen schadelijke of onaangename nawerking.

Veronese, Paolo Cagliari, een Italiaansch schilder, geboren in 1528 te Verona, werd leerling bij zijn oom Antonio Badile, waarna hij zich vormde naar de werken van Cavazzola. In 1548 naar Mantua ontboden, was hij hier in den dom werkzaam, terwijl hij zich in 1555 naar Venetië begaf, waar hij aan de zoldering van de sacristie in de kerk San Sebastiano de kroning van Maria en de 4 Evangelisten schilderde. In 1556 volgden daarop aan de zoldering van het schip der kerk 3 tafereelen uit de geschiedenis van Esther, in 1557 de schilderij voor het hoogaltaar, terwijl hij in de daaropvolgende jaren, tot 1570, de verdere beschüdering van de kerk voltooide. Hieronder bevinden zich twee van zijn voornaamste werken: de „Verzoeking van den heiligen Sebastianus en Marcus" en „Marcellinus op weg naar het schavot", terwijl het werk besloten werd met den „Maaltijd bij den phariseër Simon." In dezen tijd ontwikkelde zich zijn stijl tot volkomen rijpheid. Tiziaan heeft klaarblijkelijk een grooten invloed op hem uitgeoefend. Zijn zelfstandigheid wist hij echter te bewaren. Ofschoon hij te Venetië bleef wonen, was hij toch

herhaaldelijk elders werkzaam, zoo bijv. in 1560— 1561, toen hij in de villa Tiene bij Vicenza met G. Zelotti allegorische tafereelen en gebeurtenissen uit de oude geschiedenis schilderde; omstreeks 1566 beschilderde hij met Zelotti een reeks kamers en zalen in de villa der Barbar? 8 te Maser bij Treviso met tafereelen en figuren, welke op het meest volmaakte gezichtsbedrog berekend waren, terwijl hij na 1572 werkzaam was op het slot Magnadole in den omtrek van Treviso, waar hij fresco's uit de oude geschiedenis, zooals de „Familie van Darius" en het „Feestmaal van Cleopatra" uitvoerde. Het aantal van zijn werken, aan de uitvoering waarvan later talrijke helpers en leerlingen deelnamen, is zeer groot. Van zijn te Venetië uitgevoerde beschilderingen zijn de voornaamste: de figuren der muziek, der meetkunde, der rekenkunde en van den roem in ovale plafondvelden van de Libreria vecchia, de op linnen uitgevoerde mythologische plafondbeschilderingen voor de banketzaal van het Fondaco dei Tedeschi, de plafond- en wandbeschilderingen van verschillende zalen van het dogenpaleis, waaronder de „Overwinning van Lepanto" en de „Apotheose van Venetië." Een bijzondere groep onder zijn godsdienstige werken vormen de „gastmalen" naar motieven uit het Nieuwe Testament. Van deze noemen wij: de „Bruiloft te Kana" (1561), den „Maaltijd bij Levi" (1572), die aanleiding was, dat de schilder in 1573 door de Inquisitie aan een scherp verhoor werd onderworpen, omdat hij „zotten, dronken Duitschers, dwergen en andere zotternijen" op een schilderij had afgebeeld, den reeds genoemden „Maaltijd bij den phariseër", den „Maaltijd bij Simon" en „Christus en de Emmaüsgangers." Van zijn kerkbeschilderingen te Veronese zijn nog als de voornaamste te noemen: het „Huwelijk van de heilige Catharina", de „Verzoeking van de heilige Justma", de „Verzoeking van den heiligen George", de „Aanbidding der koningen" en de „Familie Cuccina voor de troonende Maria." Zijn kleurenrijkdom komt het meest in zijn olieverfschilderijen uit. De „Ontvoering van Europa" en de „Familie van Darius" behooren tot de voornaamste werken van deze soort. Bovendien heeft hij nog een aantal op zichzelf staande doeken geleverd, waarin hij verwantschap met Tintoretto toont. Hij overleed den 19den April 1588 te Venetië. Na zijn dood werd zijn wijze van schilderen nog een tijdlang voortgezet door zijn broeder Benedetto (1538—1598), zijn zoons Carlo (1570—1596) en Gabriele (1568—1631) en zijn leerlingen, dikwijls in gemeenschappelijk uitgevoerde erken, die zij teekenden met „Herede? Paoli" (de erven van Paolo).

Veronlca. Zie Eereprijs.

Veronica was volgens de overlevering een vrome Israëlietisclie vrouw te Jeruzalem, die den Heiland, op weg naar Golgotha, haar hoofddoek toereikte, om zijn zweet en bloed daarmede te kunnen afwisschen. Als belooning daarvoor ontstond op den doek een getrouwe afdruk van het gelaat van Jezus. Aldus luidt de laat-Middeleeuwsche, kerkelijk aangenomen legende, welke de vrucht is van een langdurige ontwikkeling. Haar oorsprong moet worden gezocht in een beeldhouwwerk van Paneas, dat men met Jezus en de bloedende vrouw, welke men later met de dochter \ an

Sluiten