Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

royale 'de médecine de Belgique", in het „Journal des sciences médicales de Louvain", in de „Revue médicale" enz. 1873—1886. Niet alleen als man der wetenschap wordt hij in België gevierd, maar ook als vriend en bewonderaar van Benoit en Gezelle. Werkdadig steunde hij ook de Vlaamschgezinde studentenbeweging te Leuven. Zijn voordracht „Over de grondslagen van het rhythmisch woord", verschenen in het tijdschrift Vlaanderen werd in 1904 te Bussum in boekvorm afgedrukt. In 1911 ontving hij zijn Emeritaat aan de Leuven sche Universiteit.

Verrius Flaccus, Marcus, een Romein sch taalkundige, werd als vrijgelaten slaaf door keizer Augustus belast met het onderwijs van dier.s kleinzonen. Van zijn hoofdwerk „De verborum significatione" bezitten wij, behalve enkele fragmenten, een groot gedeelte van het uittreksel van Festus en het op zijn beurt daaruit gemaakte uittreksel van Paulus Diaconus. Bovendien zijn in 1770 te Praeneste brokstukken van een Romeinschen kalender van zijn hand gevonden. Met andere, soortgelijke werken werden deze onder den titel „Fasti Praenestini" (Rome, 1779) door Foggini bekend gemaakt. Hij overleed op hoogen leeftijd na het jaar 14 n. Chr.

Verrocchio, eigenlijk Andrea di Gione, genaamd del Verrocchio, een Italiaansch goudsmid, schilder en beeldhouwer, geboren in 1436 te Florence, was eerst als goudsmid leerling van Guilano Verrocchio, vormde zich daarna tot beeldhouwer en was te gelijker tijd als schilder werkzaam. Ervaren iu de marmerbewerking zoowel als in het bronsgieten en het kunstsmeedwerk, heeft hij te Florence een reeks van kunstwerken vervaardigd. De voornaamste van zijn aldaar bewaard gebleven werken zijn: de „Knaap met den dolfijn", een bronsgroep op de fontein in den tuin van het Palazzo vecchia, verschillende madonnareliëfs in marmer en klei, een bronzen beeld van David en een marmeren reliëf, de „Dood van van Francesea Tornabuoni", in liet Bargello, benevens de groep in brons „Christus en Thomas" in het Or San Michele. Bovendien noemen wij de borstbeelden van Guilano en Lorenzo de' Medici. Omstreeks 1481 ging hij naar Venetië, waar hij het beroemde reusachtige ruiterstandbeeld van Bartolommeo Colleoni schiep. Het afgieten in brons geschiedde echter eerst na zijn dood door Leopardi. Van zijn schilderwerken staat slechts van één, „De doop van Christus", de echtheid vast.-Bovendien worden hem eenige Madonnaportretten toegeschreven. Hij overleed in 1488 te Venetië.

Verrotting' is de langzame oxydatie van organische stoffen, in tegenwoordigheid van vocht en bij gemiddelde temperatuur. Zij wordt veroorzaakt en onderhouden door fermenteerend werkende bacteriën. De eindprodukten der verrotting zijn koolzuur en water, terwijl de stikstof der verrottende zelfstandigheid ontwijkt, deels in vrijen toestand, deels als ammoniak. Is de luchttoevoer echter beperkt, maar daarentegen veel water aanwezig, dan verbindt zich de waterstof van de rottende stof met koolstof tot moerasgas (methaan), dat ontwijkt, terwijl een koolstofrijke stof, modder, achterblijft. De verrotting zet de stof van gestorven planten en dieren in eenvoudiger verbindingen om, welke weer het voedingsmateriaal voor de

planten opleveren. Zij onderhoudt dus den kringloop der stoffen en vervult daarin een belangrijke rol.

Vers (Latijn versus, van vertere = omkeeren) heeft oorspronkelijk dezelfde beteekenis als versregel en is als zoodanig de naam van een uit verschillende voeten of maten bestaand rhytmisch geheel (zie Rhythmus en Metriek). Later werd het ook de naam van een strofe of een couplet en ook van een geheel gedicht, inzonderheid van een gedicht van kleinen omvang. Ook noemt men de onderverdeeling van de hoofdstukken van de Bijbelboeken verzen.

Ver sacrnm (= Heilige Lente) noemde men de voortbrengselen van een lente aan vruchten, vee en menschen, die naar Oud-Italiaansch gebruik in moeilijke tijden aan de goden gewijd werden. De vruchten en het vee werden geofferd, de kinderen werden, wanneer zij volwassen waren geworden, uit het land gezet om ergens anders een nieuwe woonplaats te zoeken. Naar men wil zijn een aantal Italiaansche koloniën, o. a. die van de Samnieten, op deze wijze ontstaan.

Versailles, de hoofdstad van het Fransche departement Seine-et-Oise, ligt 17 km. Z. W. lijk van Parijs, op een in het N. en Z. door met bosschen bedekte heuvelruggen afgesloten plateau en aan de spoorwegen Parijs—Granville, Parijs—Brest, alsmede aan de ceintuurbaan van Parijs, waarmede het bovendien door twee locaalspoorwegen en een tram verbonden is. Van Versailles naar Saint— Cyr loopt verder een stoomtram. Versailles is de de zetel van een prefect, van een bisschop, van een tweetal rechtbanken en van een Hof van Assises. Het bezit de kathedraal St. Louis (18d0 eeuw), de kerk Notre Dame (1684—1688), benevens 6 andere kerken, een beroemd slot met park, een voormalige balzaal (1686, met een museum der Revolutie), een nieuw stadhuis (1898—1900), verschillende gedenkteekenen, een klein en een groot seminarium, een kweekschool voor onderwijzers en onderwijzeressen, een lyceum voor meisjes, een tuinbouw- en een ambachtsschool, een stedelijk conservatorium, een boekerij (160 000 dln.), een volksbibliotheek, een schouwburg en een filiaal van de Fransche Bank. De nijverheid levert machines, stoomketels, smeedwerk, aardewerk, cement, chemicaliën enz. Daarnaast worden tuinbouw en handel beoefend. De plaats telt (1906) 54 596 inwoners.

Het slot van Versailles werd, terwijl een reeds door Lodewijk XIII hier gebouwd jachtslot erbij getrokken werd, onder Lodewijk XIV door Levau en vooral door J. H. Mansart in de jaren 1662— 1688 gebouwd. Het werd met beeldhouwwerken en schilderijen rijk versierd, terwijl er naar de ontwerpen van Lendlre een park bij werd aangelegd. Om het slot ontwikkelde zich langzamerhand de stad, daar Lodewijk den aanbouw zooveel mogelijk bevorderde. Ook Lodewijk XV en Lodewijk XVI hielden hier verblijf. Gedurende dezen tijd breidde Versailles zich gedurig uit en de bevolking klom tot 100 000 zielen. Toen echter Lodewijk XVI de stad verlaten had, daalde dat cijfer tot 30 000, en het onbewoond kasteel begon te vervallen. Ten tijde van Lodewijk Philips werd het slot gerestaureerd en ingericht tot nationaal museum, dat met allerlei kunstwerken van voornamelijk geschiedkundige beteekenis werd versierd. Het slot

Sluiten