Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den 600 m. hoogen kudritzer Kopf, alsmede aan de spoorwegen naar Temesvar, Bazias, Maros— Illye, Kubin en Scecsany en aan het Theresiakanaal, is de zetel van een Griekschen, niet-geeunieerden bisschop. Het bezit machine- en wijnsteenfabrieken, cognacstokerijen, bierbrouwerijen, een asfaltfabriek, pannebakkerijen en zijdeteelt, drijft een levendigen handel en telt (1901) 25199 inwoners. Er is een rijkshoogere burgerschool, een museum en een stoeterij gevestigd. Vroeger was ook zijn wijnbouw beroemd.

Den llden Juli 1848 behaalden de Hongaren hier de overwinning op de Serviërs; den 19den Januari 1849 werd de stad door de Oostenrijkers ingenomen.

Versiering; heeft in de bouwkunde en de kunstnijverheid dezelfde beteekenis als ornament (zie aldaar).

In de muziek is versiering de naam voor de, door bijzondere teekens of kleine noten aangeduide, verfraaiing van een melodie, welke vroeger aan het goedvinden van den zanger of den speler werd o\ ergelaten. De componisten schreven er daarom, ofschoon de tabulatuur reeds in de 15de eeuw teekens voor versieringen had, maar weinige voor. Op het einde van de 17dc eeuw echter begonnen Fransche musici hun werk met versieringen te overladen. Sedert Bach wordt een groot aantal daarvan in naar haar waarde nauwkeurig bepaalde noten uitgeschreven. De belangrijkste en thans nog gebruikelijke, door afzonderlijke teekens aangeduide versieringen zijn: trillers, dubbelslag en mordent. Van de door kleine noten, welke in de maatverdeeling niet in rekening gebracht worden, aangeduide, thans nog gebruikelijke versieringen zijn de voornaamste: de enkele voorslag, de dubbele voorslag, ook aanslag genaamd, de sleper en het battement.

Veramaat. Zie Metrum.

Versmachten. Zie Dorst.

Versnaeyen, Karei, een Belgisch dichter, tooneel- en novellenschrijver, geboren te Gent den 25"len Maart 1836, studeerde aldaar, was later geruimen tijd secretaris van den gouverneur der provincie West-Vlaanderen, den Vlaamschgezinden Vrarribout, te Brugge en werd vervolgens kunsthandelaar te Parijs. Hij bracht zijn laatste jaren te Brussel door, waar hij in 1910 overleed. Hij schreef: „Ween niet meer" (1854), „De arme moeder" (1855), „Maerlant, cantate" (1860), „Beschrijving der Maerlant's feesten" (1860), die hij voor een groot deel had ingericht en geleid, „Liefde, Vreugd, Vaderland, drie snaren mijner lier, Volksliedjes" (1860), „Jacob van Maerlant en zijne werken" (1861), „Welkomstgroet, gezongen door de Koorzangmaatschappij tot opening van het Vilde Nederlandsch taal- en letterkundig Congres te Brugge den 6den September 1862" (1862), „De Halletoren van Brugge" (1862), „De Zoete inval, blijspel" (1862), „De liefde eener kindermeid, blijspel" (1862), „Eene rat in de val, zangspel" (1862), „Gijsbrecht Barlo, drama" (1863), „De slekken, komedie in drie bedrijven" (1863), „Lange Jan, novelle" (1864), „De viooltjes, novelle" (1865), „De hoovaardige kleermaker, novelle" (1865), „Dat komt van vrijen, blijspel" (1865), „Het lied van den armen kiezer" (1865), „De huismeester, novelle"

(1866), „Pier de zuiper, novelle" (1866), „Brugge en Gent" (1866), „Het woud, bekroonde cantate"

(1867), „De nacht, ode-symphonie" (1867), „Berken

de diamantslijper, lyrisch drama in vier bedrijven" (1868), getoondicht door H. Waelput, en tal van liederen-teksten, door denzelfden componist getoondicht.

Versnelling- (Acceleratio) is de per tijds eenheid berekende snelheidsvermeerdering van een ongelijkmatige beweging. Bedraagt zij in gelijke tijdsverloopen evenveel, dan noemt men de beweging eenparig versneld, in het andere geval niet-eenparig versneld.

Versperring1. Zie Hindernis.

Verspieder. Zie Spion.

Verspreiding-smlddelen van de planten noemt men bijzondere inrichtingen, welke dienen om bepaalde organen van de moederplant weg te voeren naar plaatsen, welke geschikt zijn om de ontwikkeling van nieuwe planten uit deze organen te bevorderen. Inzonderheid de zaden en vruchten zijn van dergelijke inrichtingen voorzien. Dikwijls heeft de verspreiding met behulp van water, wind of dieren plaats; in verband hiermede onderscheidt men hydrochore, anemochore en zoochore verspreidingsmiddelen. Bij vele xeropliyten hebben sommige weefsels het vermogen bij vochtig weer op te zwellen, zoodat dan de zaadhoudende deelen bepaalde, voor de verspreiding dienende bewegingen maken, terwijl zij bij droog weer gesloten blijven. Bij andere planten ontstaan dergelijke bewegingen, wanneer bepaalde zaaddeelen ingedroogd zijn. Zaden en vruchten, die door de lucht voortbewogen worden, zijn meestal klein en licht en somtijds van vleugelachtige aanhangsels of haar- of vedervormige organen voorzien.

Verspronck,,ƒ oanwsCorneh'sz., een Hollandsch portretschilder, werd geboren te Haarlem in 1597 en overleed aldaar in 1662. Hij was een leerling van Frans Hals en was te Haarlem werkzaam, waar hij als portretschilder zeer gezocht was. Behalve in particuliere verzamelingen, bevinden zich hier te lande schilderijen van zijn hand o. a. in het Rijksmuseum en het Universiteitsgebouw te Amsterdam en in het Stedelijk museum te Haarlem.

Verspyck, jonkheer Gustave Marie, een Nederlandsch krijgsman, geboren te Gent in 1822, werd op twintigjarigen leeftijd tweede luitenant van de infanterie en ging 4 jaar later in dien rang over bij het Indische leger, ontving weldra zijn benoeming tot eersten luitenant-adjudant en werd in 1853 bevorderd tot kapitein. In 1855 werd hij assistent-resident van Montrado. In 1859 werd hij majoor en toen hij als commandant der troepen tevens als waarnemend resident in de Zuider- en Oosterafdeelingen van Borneo optrad, werd hij bij machtiging des konings buitengewoon bevorderd tot luitenantkolonel. Reeds vroeger was hem het ridderkruis 4de klasse in de Militaire Willemsorde ten deel gevallen. Bij de expeditie in de Westerafdeeling van Borneo had hij, den 208ten Juli 1854, als kapitein een verwonding opgeloopen en was na zijn herstel met het ridderkruis begiftigd. Bij de expeditie in de Zuider- en Oosterafdeeling van Borneo werd hij den 18den Februari 1861 tot ridder 3de kl. bevorderd. Vervolgens ging hij naar Batavia terug, aanvaardde in 1864 het plaatselijk commandement aldaar en werd een jaar later benoemd tot chef van den generalen staf.

Terwijl Verspyck van 1868—1870 een verlof in Nederland doorbracht, werd hij bevorderd tot gene-

Sluiten