Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit de aardkorst is opgebouwd, te bepaler. Dit geldt vooral van de leidjossielen, dat zijn zulke versteeningen, die gemakkelijk te herkennen, ver verbreid en tot bepaalde lagen of reeksen van lagen beperkt zijn. Zie ook de artikelen Geologische formatie en Palaeonlologie.

Verstek is de rechtsterm, waardoor de rechter te kennen geeft, dat een der partijen ten dienenden dageniet is verschenen. Daaraan zijn verschillende rechtsgevolgen verbonden, welke voor burgerlijke zaken vermeld zijn in de zesde afdeeling van den eersten titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, voor strafzaken in den achtsten titel van het Wetboek van Strafvordering. In burgerlijke zaken wordt in het niet dikwijls voorkomende geval, dat de eischer niet verschijnt, de gedaagde van de instantie ontslagen, met verwijzing van den eischer in de kosten. De eischer kan dan im betaling dier kosten het proces opnieuw beginnen. In het dikwijls voorkomende geval, dat de gedaagde niet verschijnt, wordt de vordering aan den eischer toegewezen, ten ware zij den rechter onrechtmatig of ongegrond mocht voorkomen. De bij verstek veroordeelde heeft tegen dit vonnis het rechtsmiddel van verzet; de zaak wordt dan geheel opnieuw behandeld voor den zeilden rechter, die het vonnis heeft uitgesproken. De termijnen en formaliteiten van dit verzet worden bij de wet uitvoerig aangegeven. Zijn er in een proces meer gedaagden, van wie sommigen wel en anderen niet verschijnen, dan wordt tegen de laatsten verstek verleend en de zaak ten opzichte van de eersten aangehouden; er moet dan opnieuw worden gedagvaard en tegen het vonnis dat daarna gewezen wordt, is geen verzet toegelaten.

In strafzaken wordt, indien de beklaagde niet verschijnt, de zaak op gelijke wijze behandeld als ware hij wel verschenen. Ook hier komt aan den bij verstek veroordeelde het rechtsmiddel van verzet toe in denzelfden geest als in burgerlijke zaken. De wet heeft dit rechtsmiddel toegekend, omdat de nietverschijning buiten zijn schuld kan zijn geschied en dus in die niet-verschijning niet altijd het bewijs kan worden gezien, dat hij tegen den eisch of de beschuldiging niets heeft in te brengen.

Verster, Floris Hendrik, een Hollandsch stilleven-, genre, landschap- en portretschilder, werd geboren te Leiden den 9tlen Juni 1861 en is nog aldaar woonachtig. Van 78—79 had hij les van Breitner, van 79—82 bezocht hij de Haagsche Academie, waarna hij een half jaar te Noode bij Brussel werkte onder leiding van Bourson. Hij onderging eenigszins den invloed van De Haas, Breitner en Weissenbruch, alvorens in het stilleven-schilderen zijn eigen richting te vinden. Zijn bloemstukken munten uit door den schitterenden gloed der kleuren. Daarbij is Verster een uitstekend teekenaar: in strenge strakke lijnen karakteriseert hij zijn planten, vruchten enz. Werken van zijn hand bevinden zich o. a. in vele particuliere verzamelingen.

Versterkingskunst leert het terrein zoodanigen vorm en zulk een verandering te geven, dat het medewerkt tot verhooging der gevechtskracht van strijdende troepen. Het geschiedt volgens tactische grondregels en vindt zijne toepassing met inachtneming van arbeidskracht en tijd, zoowel in den strijd van verre, als van nabij. In den strijd van verre om de eigen troepen in staat

te stellen het vuur te kunnen beantwoorden en hen tegen de uitwerking van he.t vijandelijk vuur te beschutten; in dien van nabij om gelegenheid te geven de nadering van den vijand te bemoeilijken door het afgeven van een overstelpend vuur en het aanbrengen van hindernissen. Ook om een tegenaai.val te vergemakkelijken. Zij houdt zich dus bezig met het opwerpen van dekkingen en met het opruimen van die, welke de eigen beweging of vuuruitwerking zouden belemmeren. Zoowel aanvaller als verdediger hebben dus de hulpmiddelen,die de versterkingskunst biedt,noodig.

Beschikbaargestelde tijd, arbeidskrachten en hulpmiddelen aan den eenen kant, opdracht van de troepen aan den anderen kant, bepalen de uitgestrektheid en de soort van versterking. Daar tijd en de te gebruiken hulpmiddelen den doorslag geven, zoo onderscheidt men: duurzame door middel van forten (zie Fort), tijdelijke en vluchtige (veld) versterkingskunst. Als mannen die zich een grooten naam op het gebied van versterkingskunst gemaakt hebben, dienen genoemd te worden: Coehoom (Nederland), Vauban (Frankrijk) en de Brialmont (België).

Verstikking1. Zie Stikken.

Verstolk van Soelen, Jan Gijshert, baron, een Nederlandsch staatsman, geboren te Rotterdam in 1777, begaf zich na de omwenteling van 1795 naar Güttingen en vervolgens naar Kiel om zijn studiën voort te zetten en keerde in den tijd van de vredesonderhandelingen te Amiëns over Frankrijk naar het vaderland terug. In 1809 benoemde koning Lodewijk hem tot landdrost van Gelderland. Het ministerie, te Amsterdam gevestigd, gelastte hem als zoodanig tegen de komst van Fransche troepen in de provincie Gelderland te protesteeren. Hij volvoerde dit bevel, en ofschoon zijn protest aan den keizer werd opgezonden, benoemde deze hem tot prefect van Friesland, welke provincie hij zooveel mogelijk tegen de drukkende lasten der Fransche overheersching trachtte te vrijwaren. Toen de voorhoede der verbonden legers ons land was binnengerukt, legde hij zijn ambt neder; hij werd ten gevolge van zijn weigering, om het verder waar te nemen, gevangen genomen en naar het hoofdkwartier der Gealliëerden opgezonden, maar spoedig weder in vrijheid gesteld. Bestemd tot gezant bij het Russische Hof, werd hem inmiddels het bewind over het groothertogdom Luxemburg en aangrenzende gewesten opgedragen. Van 1815—1822 was hij gezant te St. Petersburg, en in 1825 werd hij minister van Buitenlandsche Zaken. Zijn diplomatieke bekwaamheid kwam duidelijk aan den dag bij de onderhandelingen over de Rijnvaart en bij de verwikkelingen, door de afscheiding van België veroorzaakt. In 1833 nam hij deel aan de conferentiën te Londen, en tegen het einde van dat jaar vertegenwoordigde hij ons land op het congres te Weenen. Bij zijn ontslagaanvrage in 1841 werd hij benoemd tot minister van Staat. Van zijn hand verscheen: „Recueil de pièces diplomatiques relatives aux affaires de la Hollande et de la Belgique" (3 dln. 1833). Hij overleed den 3<ltn November 1845 te 's Gravenhage.

Verstopping- van den stoelgang (Obstructio alvi, Obstipatio, Constipatio) wordt veelal door voorafgaande ongesteldheden veroorzaakt, namelijk door ziekten van de maag, van het darmkanaal, van het

Sluiten