Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kanalen en vuurplaatse«,die aan de eene zijde water en aan de andere zijde vuur, vlam of rook hebben. Aldaar wordt de stoom gevormd.

Verwarming; heeft in het algemeen ten doel de temperatuur in afgesloten ruimten op kunstmatige wijze te verhoogen of een belangrijke daling daarvan te voorkomen. Om dit te bereiken kan men öf elke ruimte (kamer) afzonderlijk, óf verschillende ruimten gelijktijdig van uit een centraalpunt verwannen. In het eerste geval spreekt men van locale, in het tweede van centrale verwarming. In het eerste geval maakt men van kachels of haarden gebruik waarin men één of ander materiaal verbrandt. Bij de centrale verwarming wordt de warmte, eveneens van een verbrandingsproces afkomstig, door middel

Fig. h

Schema voor warme-luchtverwarming

van een warmteoverbrenger naar de ruimten, welke verwarmd moeten worden, geleid. Als warmteoverbrenger gebruikt men lucht, water of stoom.

Bij de luehtverwarming wordt de lucht in een afzonderlijke kamer verhit en daarna door buizen naar de betreffende ruimten gevoerd. Al naarmate men die lucht aan deze ruimten zelf ontleent of steeds opnieuw van buitenaf toevoert, onderscheidt men circulatie- en ventilatieverwarming. Hoewel sneller werkend, is toch de eerste methode alléén niet aan te bevelen, omdat steeds weder dezelfde lucht wordt toegevoerd. Vandaar, dat men dikwijls beide vereenigt, en door circulatieverwarming eerst de ruimte op temperatuur brengt, om haar daarna door ventilatieverwarming op temperatuur te houden. Figuur 1 geeft van deze gecombineerde verwarming voor 2 kamers, A en B, een schematische voorstelling. Bij de circulatieverwarming wordt de kamerlucht vlak boven den vloer door openingen b opgezogen en door de kanalen c naar den verwarmer h geleid, vanwaar zij door de kanalen a weder in de kamers geleid wordt. Bij de ventilatieverwarming wordt de versche buitenlucht door een kanaal f naar den verwarmer gevoerd en vandaar, na verwarming, door de kanalen a naar de kamers A en B. In dit geval moet natuurüjk een gelijke hoeveelheid lucht uit deze kamers worden verwijderd, wat geschiedt langs de boven het dak uitmondende kokers V, waarmede zij door de openingen bl in verbinding staan. De verwarmer is in zeer verschillende typen

geconstrueerd. Dikwijls wordt hij geheel in vuurvasten steen uitgevoerd om, ook bij onregelmatige warmteontwikkeling, een regelmatige verwarming te verkrijgen. Wij geven in figuur 2 een afbeelding van den verwarmer van Conzelmann.

Bij de waterverwarming onderscheidt men die met lagen druk, waarbij het water tot hoogstens 100° C, wordt verwarmd, met middelbaren druk, waarbij de temperatuur van het water tusschen 100° en 150° C. gelegen is en met hoogen druk, waarbij zij loopt van 160r—200° C. in de hoofdaanvoerbuis. Bij de warmwaterverwarming met lagen druk kent men in hoofdzaak 2 verschillende typen (fig. 3 en 4). Bij het eerste wordt het in den ketel A verwarmde water, terstond door de buis a naar de bovenste verdieping van het gebouw geleid, daama over

de radiatoren c verdeeld, vanwaar het door het buizennet b weder naar den ketel gebracht wordt. Bij het tweede typewordthet warme water juist onder in het gebouw over de verschillende radiatoren verdeeld. Bij beide bevindt zich op het hoogste punt een expansievat e, om het water bij verwarming gelegenheid te geven zich uit te zetten, zonder dat drukvermeeraering optreedt. In woonhuizen kan de ketel der warmwaterverwarming tegelijkertijd als kookhaard gebruikt

worden. Zulke installaties zijn doorLiebau voorhui¬

zen met 20 kamers met succes uitgevoerd (fig. 5). De toestel eischt geen bijzondere bediening en levert een belangrijke besparing, doordat de kookhaard niet afzonderlijk gestookt behoeft te worden. De heetwaterverwarming bestaat uit

Fig. 2.

Toestel van Conzelmann.

een geheel gesloten buizenleiding van dikwandige, smeedijzeren buizen, welke op geringen afstand van den vloer en zoo dicht mogelijk onder een venster gelegd worden. Somtijds ook legt men haar in den vloer zelf'en bedekt ze met roosters. De warmwater-

Sluiten