Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote verliezen aanleggen. Intussclien heeft de aanvaller het voordeel, dat hij nieuw materiaal kan doen aanrukken, zoodat het einde van de verdediging, wanneer zij geen hulp van buiten krijgt, te voorzien is.

Vestris (eigenlijk Veslri) is de naam van een beroemde Italiaansche familie van dansers en danseressen. Gaetarw Apollino Baldasarre Vestris, geboren te Florence den 18aen April 1729, was van 1749—1781 de roem der Groote Opera te Parijs. Hij overleed aldaar den 27sten September 1808. Zijn vrouw Anna Friederieke Heinel, geboren te Baireuth den 288'1"1 December 1752, behoorde sedert 1768 eveneens tot het corps de ballet van de Groote Opera. Zij overleed den 27sten September 1808. Maria August Vestris, de zoon van den voorgaande en van de danseres Allard (daarom ook Vestris- Allard genaamd), geboren den 27stel1 Maart 1760, was sedert 1772 werkzaam aan de Groote Opera te Parijs en wist in 1816 het publiek nog in verrukking te brengen door zijn bevalligheid en kracht. Hij is de uitvinder van de pirouette en overleed den 6den December 1842.

Marie Franfoise Rose Gourgaud-Dugazon-Vestris, geboren te Parijs den 7den April 1743 en gehuwd met Angiolo Vestris, een broeder van Gaetano, verbond zich in 1768 aan het Thé&tre-Franqais en on-' derscheidde zich in het treurspel. Zij overleed den 5den October 1804 te Parijs.

Vesuviaan (Idocras), een mineraal, bestaande uit calciumalumiumsilicaat van de formule H2 Ca4 Al2 Si4 016, met 4—9% ijzeroxyd en 3% magnesia, komt meestal als kortzuilige, zelden als pyramidale tetragonale kristallen voor. Men vindt het in of op andere mineralen en ook in stukken ter grootte van een noot als stengelvormige (egeraan) en korrelige (colofoniet) aggregaten. Het is bruin, geel, groen of blauw, glas- of vetglanzend, doorzichtig tot ondoorzichtig. Zijn hardheid bedraagt 6,5, zijn soortelijk gewicht 3,4. Vesuviaan komt voor op kloven in de kristallijne leigesteenten der Alpen (Zermatt, Schwarzenstein, Alatal), in Scandinavië en in den Oeral en vooral als contactmineraal in metamorfe kalkgesteenten, bijv. aan den Monzoni, in het Banaat, bij Auerbach en in de kalkerupties van den Vesuvius. De doorzichtige, fraai groene en bruine variëteiten van het vesuviaan vinden toepassing als siersteenen.

Vesuvius (zie de kaart bij Napels en de plaat bij Vulkanen), de eenige nog werkende vuurspuwende berg op het vasteland van Europa, verheft zich 10 km. ten Z. 0. van Napels als een alleenstaande kegel met twee toppen en een bijna cirkelvormige basis van 200 v. km. oppervlakte in de onmiddellijke nabijheid van de zee uit de vlakte van Campanië. De Z. lijke top (thans 1 223 m.) is de eigenlijke Vesuvius, die met een helling van ongeveer 10" uit de vlakte omhoog rijst en gekroond wordt door een aschkegel. De Ni lijke top (1132 m.) heet Monte di Somma; hij omgeeft den eigenlijken Vesuviuskegel in het N. en O. als een halfcirkelvormigen bergrug en is van dezen door een diep, sikkelvormig dal, Atrio del Cavallo, gescheiden. Hij is het overblijfsel van een voorhistorischen krater, welke door de uitbarsting van 79. n. Chr. vernield werd. De top van den berg is aan groote veranderingen onderhevig. Ook de middellijn van den krater en diens diepte veranderen herhaaldelijk. De voet van

den berg is, in weerwil van het gestadig gevaar van uitbarstingen, door een bevolking van meer dan 80 000 zielen bewoond en met vruchtboomen en wijngaarden bedekt. Tusschen deze wijngaarden loopen diepe, onvruchtbare dalkloven, waarin oude lavagesteenten zijn opgestapeld. De middelgordel van den berg is kaal en alleen op enkele plaatsen, waar lavastroomen den bodem niet verwoest hebben, verheffen zich kastanjeboomen, wijnbergen en boomgaarden. Aan den voet van den eigenlijken aschkegel (603 m. boven den zeespiegel) ligt het observatorium voor meteorologische en in het bijzonder voor seismologische waarnemingen en het bestudeeren der atmosferische electriciteit. Het bezit een bibliotheek en een verzameling van vulkanische producten. Een straatweg eu een electrische spoorweg loopen van Ponte Resina naar het observatorium en verder naar den voet van den aschkegel (795 m.), vanwaar een electrische luchtspoorweg (in 1906 vernield) naar den top voert.

In de Oudheid beschouwde men den Vesuvius als een uitgedoofden vulkaan. De vreeselijke uitbarsting van 79 n. Chr., welke de steden Pompeji, Herculanum en Stabiae onder de asch bedolf en o. a. aan Plinius het leven kostte, had zich reeds sedert 63 door aardbevingen aangekondigd. Na dien tijd hadden er gedurig uitbarstingen plaats, het hevigst in de jaren 203,472,512,685,982,1036enll39; hierop volgde een lang tijdperk van rust, totdat in 1631 een geweldige uitbarsting plaats had, gevolgd door een reeks van andere in de jaren 1638, 1660, 1680 en van dit jaar tot 1790 door een aanmerkelijk aantal. Bij de kleinere van deze werd de top doorgaans hooger en bij de grootere lager. In 1794 had er weder een hevige uitbarsting plaats, die de stad Torre del Greco bijna geheel vernietigde. Sedert den aanvang der 19de eeuw waren vooral de uitbarstingen in de jaren 1804, 1810, 1822, 1828, 1831,1834, 1839, 1850,1855, 1856, 1857, 1858, 1868 van belang. Een hevige uitbarsting had plaats in 1872. Reeds maanden lang was een lavastroom uit een spleet aan de N. lijkezijde van den aschkegel langs dehellinggevloeid; den 248ten April stortte zich een lavavloed langs de Z. zijde van den kegel naar beneden. In den morgen van den 26Bten ontstond een scheur over de geheele hoogte van den kegel, van den top tot het Atrio, waaruit een ontzettende lavamassa te voorschijn trad. Tevens slingerden de beide kraters van den top onder hevig gebulder tallooze gloeiende massa's tot een hoogte van 1300 m. omhoog, waarbij ongeveer 30 toeschouwers om het leven kwamen. De voornaamste lavamassa drong N. W. waarts tusschen de dorpen Massa en San Sebastiano voorwaarts en verwoestte deze gedeeltelijk. Tusschen Juli 1895 en Juli 1898 wierp de vulkaan meer dan 100 millioen kub. m. lava uit, welke aan den beneden uitgang van het Atrio del Cavallo een heuvel van ongeveer 100 m. vormde. Bij de laatste, groote uitbarsting van April 1906 werden de verwoestingen meer veroorzaakt door een aschregen, welke de omstreken gedurende eenige dagen teisterde dan door de lava. Hij verduisterde den hemel, bedekte straten, gebouwen en aanplantingen te Sant' Anastasia, Somma, Ottajano, San Giuseppe en Terzigni meters hoog, bedekte Napels met een 5. cm. dikke grauwwitte laag en drong door tot Benevento, Ceprano en zelfs tot Montenegro. Een gedeelte van Boscotrecase en van het landschap Annunziata werd

Sluiten