Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een zekere graad van vetgroei in geen ziekelijk ver-i schijnsel. Onder normale omstandigheden bedraagt de hoeveelheid vet bij een volwassen mannelijk persoon van gemiddelde grootte Va» bij een vrouw '/ie van het lichaamsgewicht. Bij vetzucht neemt het vet eerst op alle plaatsen toe, waar zich ook in normalen toestand vetcellen bevinden, het sterkst onder de huid, waar zich vetlagen van 5—8 cm. en meer vormen, inzonderheid in de buikstreek, de heupen en de dijen. Talrijk zijn de mededeelingen over een buitengewoon gewicht en een buitengewonen omvang van corpulente personen; zoo vindt men opgaven van kinderen van 4 jaar, die 41 en 68 kg., van 10 jaar, die 109 en 128, volwassen personen, die van 250—490 kg. hebben gewogen. De oorzaken van de vetzucht zijn niet altijd aan te wijzen; in vele gevallen bestaat ongetwijfeld een erfelijke aanleg. Ook sommige nationaliteiten vertoonen een neiging tot gezetheid zooals sommige Oostersche volken, Hongaren en Walachen. Personen met een phlegmatisch temperament, die zich lichamelijk, noch geestelijk weinig inspannen, worden licht corpulent. Een van de voornaamste oorzaken echter ligt in een overmatig gebruik van voedingsmiddelen, inzonderheid van zeer vette, suikerhoudende en zetmeelrijke spijzen en alkoholische dranken. Vrouwen schijnen meer neiging tot corpulentie te hebben dan mannen. Zooals reeds gezegd, is een zekere graad van vetgroei geen ziekelijk verschijnsel; personen, bij wie dit optreedt, zijn dikwijls volmaakt gezond en ondervinden er geen last van. Gewoonlijk echter is dit bij heviger vormen wel het geval; zeer vetzuchtige personen lijden aan zwakte van de spieren, pijn in het kruis bij het loopen, neiging tot overmatig transpireeren, kortademigheid, duizelingen en hartkloppingen. De laatste verschijnselen zijn een gevolg daarvan, dat het hart met een vetlaag wordt omgeven of zelf meer of minder vetachtig wordt (zie Hartziekten). Ook ontstaan dikwijls storingen in de spijsvertering, tengevolge van een vervetting van het maagdarmkanaal, een vettige infiltratie van de lever en de daardoor veroorzaakte vermindering van de galafzondering, of door storingen in den bloedsomloop van het poortadergebied. Physische stoornissen als tegenzin tegen geestelijke inspanning, traagheid in het denken en handelen en besluiteloosheid treden dikwijls op, hoofdzakelijk door bloedarmoede, die meestal met erge vormen van vetzucht gepaard gaat. Verder bevordert vetzucht het ontstaan van sommige andere ziekten. De behandeling bestaat voornamelijk in het volgen van een streng diëet, het vermijden van een zittend leven, veel beweging in de frissche lucht, 6—7 uur slaap, en de zorg voor een geregelde ontlasting. Van de bepaalde vermageringskuren is de zoogenaamde Bantingkuur (zie aldaar) het meest bekend. Soortgelijke kuren zijn die van Ortel en Erbstein. Een snelle vermagering bewerkt het innemen van schildklierstof, waarbij de stofwisseling verhoogd wordt; wegens schadelijke werkingen mag dit echter alleen voorzichtig en onder bepaald toezicht van een geneeskundige aangewend worden.

Veuillot, Louis, eenFransch ultramontaansch schrijver, geboren in 1813 te Boynes (Loiret), redigeerde sedert 1831 den „Echo de Rouen", een regeeringsgezind provinciaal blad, sedert 1837 te Parijs eerst „La Charte de 1830" en vervolgens: „La Paix".Daarna was hij chef de bureau aan het mi¬

nisterie van Binnenlandsche Zaken, maar nam na verloop van 18 maanden zijn ontslag, om in 1843 als medewerker aan den „Univers religieux" op te treden. In 1848 werd hij hoofdredacteur van dit voornaamste orgaan van het Ultramontanisme. Met taaie volharding en zonder aanzien des persoons verdedigde hij de aanspraken van den Paus en gaf aanleiding door zijn hevigen strijd tegen de Italiaansche staatkunde, door Napoleon 111 gevolgd, dat de „Univers" in 1860 verboden werd en eerst in 1867 weder verscheen. Gedurende het Vaticaansch Concilie wist hij door bedreiging en verklikking iedere beweging in Gallicaansche richting bij de Fransche bisschoppen te onderdrukken. Zijn staatkundige invloed bereikte zijn hoogtepunt onder de regeering der zoogenaamde „moreele orde" (1877). Later door jicht aan zijn kamer gebonden, liet hij zich nog slechts een enkelen keer in den „Univers" hooren; van den ouden geestigen en pikanten, dikwijls ook cynischen schrijver was echter niets meer over gebleven. Van zijn werken noemen wij als de meest gelezene: „Pélerinages de Suisse" (35ste druk, 1904), „Rome et Lorette" (1841) „Les Francais en Algérie" (10de druk, 1889), „Les libres penseurs" (1848), „Le droit du Seigneur au moyen-Sge" (3de druk, 1878), „Le parfum de Rome" (2 dln., 12de druk, 1891), „Les odeurs de Paris" (10de druk, 1876), „Paris pendantles deux sièges" (2 dln., 1871), „Rome pendant le Concile" (2 dln., 1872), „Oeuvres poétiques" (1878) enz. Ook verscheen een verzameling van zijn werken onder den titel: „Mélanges religieux, historiques, politiques et littéraires" (18 dln., 1857—1876). Hij overleed den 7aen April 1883 te Parijs. Na zijn dood verscheen „Correspondance" (7 dln., 1883—1902).

Vevey, een stad in het Zwitsersche kanton Waadt, bevallig gelegen aan de monding van de woeste Veveyse in het Meer van Genève en aan den Simplonspoorweg, terwijl zij door een electrischen tramweg verbonden is met Montreux en door een luchtspoorweg met Pélerin (900 m.), is een verzamelplaats van vreemdelingen. Het bezit onderscheiden bezienswaardige kerken, een kasteel, een collége, een openbare bibliotheek, een natuurhistorisch museum in het casino, benevens verschillende fraaie woonhuizen en villa's en telt (1900) 11 915 inwoners. De nijverheid levert machines, sigaren en tabak, chocolade, gecondenseerde melk, kindermeel (Nestlé), uurwerken enz., terwijl er een,levendige handel gedreven wordt in wijn en kaas. Als badplaats bezit Vevey vele hötels en pensions. Vevey, dat bij de Duitschers Vivis heet, is het Viviscum der Romeinen. Toenmaals een bloeiende plaats, was het onder de Bourgondische koningen een onaanzienlijk visschersdorp. Rousseau koos de omstreken als schouwplaats voor „La nouvelle Héloise", „La fête des vignerons", het feest van het wijnlezen, hier gevierd, is wellicht naast de passiespelen van Ober-Ammergau, één der oudste volksfeesten van het vasteland.

Vezelplanten noemt men de planten, van wier vezels spinsels, vlechtwerk, touwwaren enz. vervaardigd worden. Zij komen in een groot aantal plantenfamilies voor en worden, voor zoover zij door haar toepassing van belang zijn, op uitgebreide schaal gekweekt. De voornaamste vezelplanten behooren tot de malvaceeën, waarvan de gossypiumsoorten het katoen en de hibiscussoorten den gam-

Sluiten