Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooral in Gluck's „Orpheus" schitterde. In 1862 verliet zij het tooneel en vestigde zich te Baden-Baden, daarna in 1871 te Parijs als zangleerares. Haar stem was een voortreffelijke mezzosopraan van grooten omvang. Haar grondige opleiding toonde zij in verschillende composities, zooals de operetten: „Le dernier sorcier" (1867), ,,L' Ogre" (1868) en „Trop de femmes" (1869), 12 Russische melodieën en in een uitnemend leerboek voor zangonderwijs „Une heure d' étude." Zij overleed den 18del1 Mei 1910 te Parijs.

Haar echtgenoot, Louis Yiardot, geboren te Dijon den 318ten Juli 1800, was eenigen tijd directeur van het Thé&tre-Italicn te Parijs en vergezelde vervolgens zijn vrouw op haar kunstreizen. Hij'schreef: „Histoire des Arabes et des Maures en Espagne" (2dln., 1851), „Espagne et beaux-arts" (1866). „Apologie d'un incrédule" (1868, later onder den titel „Libre examen", 6de druk, 1881), „Les merveilles de la peinture" (2 dln., 1868—1869), „Les merveilles de la sculpture" (1869), terwijl hij bovendien verschillende vertalingen bewerkte. Hij overleed den 6dcn Mei 1883 te Parijs.

Van hun kinderen onderscheidden zich op musikaal gebied hun oudste dochter Louisa Héritte Viardot, geboren den 14den December 1841 te Parijs, als componiste van een komische opéra „Lindoro" en van andere werken en hun zoon Paul Viardot als vioolvirtuoos en schrijver. Van zijn hand verschenen: „Histoire de la musique" (Parijs 1904), „La musique en Scandinavië, rapport officiel" (Parijs, 1908) en „Souvenirs d'un artiste" (Parijs, 1910).

Viareggio, een stad in de Italiaansche provincie Lucca, is, in en groote, gedeeltelijk moerassige vlakte met uitgestrekte dennenbosschen, gelegen aan de Ligurische Zee en aan den spoorweg Pisa —Genua, terwijl het door een spoorweg met Lucca en door een stoomtramweg met Camajore is verbonden. Het bezit een technische school, een haven, druk bezocht zeebad, een geneeskundig instituut voor scrofuleuze kinderen en telt (1901) 12 540 (als gemeente 17 166) inwoners. Niet ver van hier bevinden zich de ruïnen van Romeinsche baden (Bagni di Nerone). Voor den in 1822 in de nabijheid verdronken dichter Shelley werd in 1892 een gedenkteeken opgericht.

Viaticum noemden de Romeinen het geld, dat iemand voor de reis van een ander kreeg. In de R. Katholieke Kerk wordt die naam gegeven aan bet laatste oliesel.

Viaud, Jules. Zie Loti, Pierre.

Viborg1, de hoofdstad van het gelijknamige Deensche ambt, één der oudste steden van Denemarken, ligt op den W. oever van het kleine Viborgmeer en aan den spoorweg Lunderskov— Langoa, terwijl het verder door een spoorweg met Aalestrup is verbonden. Het bezit een domkerk met krypt onder het koor (12de eeuw) en de voormalige Kerk der Zwarte Broeders, een met de hoofdkerk verbonden school, een hospitaal, een tucht- en een werkhuis enz. en telt (1906) 9521 inwoners. Het is de zetel van een stiftamman, van een bisschop en van het hooggerechtshof voor Jutland. De haven is Hyarbak, 8 km. N. waarts aan de Limfjord gelegen. Van de takken van nijverheid noemen wij: lakenweverijen, ijzergieterijen, machinefabrieken, bierbrouwerijen enz.

Viborg, oorspronkelijk Vébjerg (Heilige berg) ge-

heeten, was reeds in den heidenschen tijd een voorname offerplaats, waar de koningskeuze voor Jutland en later voor geheel Denemarken plaats had en waar tot 1655 te Jutten den koning huldigden. Van 1836—1848 vergaderden hier de Provinciale Stenden van N. Jutland.

Vibratie is de uit het Latijn afgeleide naam voor trilling (zie aldaar).

Vibrato, Vibreeren of Trillen noemt men in de muziek de voortdurende afwisseling van een toon met de tonen, die een weinig hooger of een weinig lager zijn.

Vibrionen vormen, volgens Ehretiberg, een familie der Afgielscldiertjes; door Nagelt worden zij echter als schizomyceten (splijtzwammen, (bacteriën) tot de zwammen gerekend..

Vibrometer. Zie Pallograaf.

Viburnum is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Caprifoliacaea. Het onderscheidt zich door kruisgewijs geplaatste, tegenovergestelde bladeren en tot bijschermen vereenigde bloemen, die aan den rand der bloeiwijze vaak onvruchtbaar zijn. Tot dat geslacht behooren vele sierplanten, zooals V. Lantana L. met eirondlangwerpige, getande, gezaagde, van onder rimpelige bladeren, zeventakkige bijschermen met witte bloemen en met bessen, die eerst groen, dan donkerrood en eindelijk zwart zijn, met de vormen albo-variegalum, discolor, macrophyllum, sterile en punctatum V. Opulus L., bekende sneeuwbal of Geldersche roos, met de vormen: americanum, flore pleno; sterile en nanum V. Oxycoccos Push. uit Noord-Amerika, en V. Tinus L., gewoonlijk Laurus Tinus, genaamd, eene fraaie sierstruik, die aan de kusten der Middellandsche Zee te huis behoort. Eene prachtige verscheidenheid is voorts V. dentaturn. Verder moeten genoemd worden: V. americanum, V. Carlesü V. japonicum V. macrocephalum, V.V. Sieboldii en V. Wrightii. Ook lucidum met glanzige bladeren en groote bijschermen, vermoedelijk afkomstig van de Azoren is aanbevelenswaardig.

Vicari, Hermann von, aartsbisschop van Freiburg, geboren den 13aen Mei 1773 te Aidendorf in Württemberg, studeerde te Weenen in de rechten, vervolgens te Constanz in de theologie, werd in 1797 tot priester gewijd en verkreeg daarop het canonicaat van St. Jan te Constanz. In 1802 benoemde von Dalberg hem tot bijzitter in het bisschoppelijk regeeringscollegie, kort daarna tot geestelijk regeeringsraad en in 1806 tot officiaal der bisschoppelijke curie. In 1827 werd hij vicaris-generaal van het domkapittel te Freiburg, in 1830 domdeken en in 1832 wijbisschop en vicaris van den aartsbisschop. In 1836 werd hij bestuurder van het aartsbisdom en in 1842 aartsbisschop. Tot dusver gematigd en terughoudend, trad hij thans, vooral sedert 1848, op als voorstander van het streven om de Kerk het gezag over den Staat te verschaffen. Nadat hij de geestelijkheid van zijn bisdom volkomen aan zijn wil onderworpen had, nam hij, in vereeniging met zijn wijbisschoppen, een aanvallende houding aan tegen de wetten van den Staat, doordat hij het naleven daarvan in huwelijkszaken, bij het verleenen van geestelijke waardigheden, bij het onderzoek naar de bekwaamheid der geestelijken enz. verbood als onvereenigbaar met de rechten der Kerk, terwijl hij de geestelijken, die in hun trouw

Sluiten