Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vicente, Gil. Zie Gil-Vicente.

Vicenza, een provincie in het Italiaansche landschap Venetië, grenst aan de provincies Belluno, Treviso en Padua en aan Tirol en telt op 2735 v. km. (1901) 447 999 inwoners. Zij is verdeeld in 10 distrikten, n. 1. Arzignano, Asiago, Barbarano, Bassano, Lonigo, Marostica, Sehio, Tliiene, Valdag11o en Vicenza. liet land is in het N. en het N. W. bergachtig, men vindt er de Lessinische Alpen met de Cima dodici (2341 m.) en den Monte-Pasubio (2236 m.), die zich zuidwaarts in de Bericisclie heuvels voortzetten. Het land wordt besproeid door de Agno, de Bachiglione met de Timonchio en de Astico en door de Brenta. De voornaamste voortbrengselen zijn: steenkool, leem, tarwe, maïs, rijst, kastanjes, wijn, zijde en vee. Verder vindt men er zijdeen wolspinnerijen, weverijen, ververijen, en fabrieken voor de vervaardiging van papier, stroohoeden, artsenijen, porselein, aardewerk, linnen, meubels, ijzerwaren enz.

Vicenza, de hoofdstad van de evenzoo genoemde provincie, ligt 39 m. boven den zeespiegel in een bekoorlijke vlakte aan den noordvoet van de Bericische heuvels, aan beide zijden van de Bacchiglione en aan 3 spoorwegen. De stad heeft nauwe straten. De voornaamste pleinen zijn: de Piazza dei Signori met een standbeeld van Palladio en 2 zuilen, het Domplein met een standbeeld van Victor Emanuel en de Piazza Castello met een standbeeld van Garibaldi. De hoofdstraat is de Corso Principe Umberto. Van de kerken noemen wij den Dom, die in 1247 werd gewijd en dikwijls is herbouwd, de kerk San Lorenzo (1280—1344), de Santa Corona (1260 —1300) en de Santo Stefano, met een fraai altaarstuk van Palma Vecchio. Alle bevatten schilderijen van Bellini en Montagm. Van de overige gebouwen zijn die de belangrijkste, welke door Palladio werden ontworpen, zooals: de Basilica Palladiana, oorspronkelijk een Gotisch bouwwerk, dat van 1549— 1614 werd herbouwd, het grootsche Palazzo prefettizio, met rondbogen tusschen Corinthische zuilen, het Teatro olympico, in 1584 voltooid, het Palazzo Chiericati, een prachtig paleis met de stedelijke musea, het Palazzo Thiene met een sierlijke fa<;ade, het onvoltooide Palazzo Giulio Porto het Palazzo Vahnarana, het Palazzo Porto-Barbaran en een half uur gaans buiten de stad de Rotonda, thajis Villa Zanini. Tot de overige bezienswaardige gebouwen behooren het bisschoppelijk paleis en het gerechtshof met een fa^ade van Scamozzi. Buiten de stad ligt de druk bezochte bedevaartskerk der Madonna del Monte Berico, welke men bereikt langs een bogengang ter lengte van 650 m. alsmede het kerkhof met een gedenkteeken ter eere van Palladio. Hier viudt men ook een gedenkteeken voor hen, die in 1848 zijn gesneuveld, en een standbeeld van het bevrijde Italië. Vicenza is de zetel van een prefect en van het provinciaal bestuur, van een bisschop, van een gerechtshof en van eene Kamer van Koophandel. Men vindt er een koninklijk gymnasium en lyceum, een bisschoppelijk gymnasium en lyceum, een seminarium, een nijverheidsschool, een technische school, een academie van Wetenschappen en Kunsten (Accademia Olimpica, in 1555 gesticht, een stedelijke bibliotheek, een stedelijk museum, 2 schouwburgen, een doofstommeninstituut enz. Het aantal inwoners bedraagt (1901) 25027, van de gemeente 44 777. Er zijn fabrieken voor ma¬

chines, muziekinstrumenten, aardewerk, meubels, bier, zijde enz. en er wordt veel handel gedreven, inzonderheid in manufacturen, tuinvruchten, wijn, graan en slachtvee. Deze stad, die in de Oudheid bij de Romeinen Vincentia heette en tot het gebied Venetia behoorde, is sedert de 2ae eeuw v. Chr. in de geschiedenis bekend. In de Middeleeuwen had zij gedurende eenigen tijd eigen hertogen en graven. Onder keizer Frederik 1 voegde zij zich bij het Verbond der steden van Lombardije. De universiteit, die er in 1204 ontstond doordat studenten en hoogleeraren uit Bologna daarheen verhuisden, was kort daarna weder verdwenen. De stad werd in 1236 door keizer Frederik 11 veroverd en verwoest. Sedert 1311 heerschte het geslacht Scala, sedert 1387 het geslacht Visconti over Vicenza tot in 1404, toen deze stad zich onderwierp aan de Venetiaansche republiek. In 1509 werd zij veroverd door keizer Maximiliaan 1, die haar in 1516 aan Venetië teruggaf. Na dien tijd deelde zij in het lot van laatstgenoemd gewest. In 1848 kwam zij tegen de Oostenrijkers in verzet, die er echter den 10den Juni weder binnentrokken. Bij den Vrede van Weenen in 1866 werd zij met het koninkrijk Italië vereenigd.

Vicenza, Hertog van. Zie Caulaincourt.

Vich of Vique, een stad in de Spaansche provincie Barcelona, 485 m. boven den zeespiegel, aan de Gurri, een zijrivier van de Ter, en aan een spoorweg gelegen, is de zetel van een bisschop en bezit overblijfselen van oude muren, een oude kathedraal, een bisschoppelijk museum en een fraaie promenade. Het aantal inwoners bedraagt (1900) 11628. Men vindt er katoenspinnerijen, linnenweverijen, handschoenfabrieken en worstfabrieken. In haar nabijheid vindt men koper- en steenkolenmijnen. Zij heette bij de Romeinen Ausa en als bisschopszetel van de West-Goten Ausonia, werd in 713 door de Arabieren verwoest, in 798 door de Franken weder opgebouwd en vormde in de Middeleeuwen met haar omstreken een graafschap. Den 20sten Februari 1810 behaalde Augereau hier een overwinning op de Spanjaarden onder O'Donnell.

Vichy, een stad in het Fransche departement Allier, op den rechter oever der Allier, waarover een brug ligt, en door een zijtak met den spoorweg van Parijs naar Lyon verbonden, ligt in een gezond en bekoorlijk dal, is verdeeld in de oudstad in het Z. O. en in de elegante nieuwstad in het N. Zij telt (1906) 14 731, als gemeente 15 315 inwoners en behoort tot de meestbezochte badplaatsen van Europa. Men vindt er 3 Roomsch-Katholieke en een Protestantsche kerk, een ouden klokkentoren, 3 groote badinrichtingen, die aan den staat behooren, doch verpacht worden, een fraai casino, een schouwburg, vele hotels en villa's, een groot park, een mooie promenade, een burgerlijk en een militair hospitaal enz. Er is veel ijzerindustrie. De alkalische, veel koolzuur gedeeltelijk ook ijzerbronnen van Vichy hebben een warmte van 12—45° C. Zij waren onder den naam van Aquae Calidae reeds aan de Romeinen bekend, zooals blijkt uit de overblijfselen van marmeren badkommen, maar verkregen eerst in nieuweren tijd een grooten naam, vooral sedert Napoleon 111. Men heeft er 12 bronnen, waaronder 7 hoofdbronnen die in een etmaal 623 000 L. water geven, dat zoowel om te drinken als om te baden gebruikt wordt, vooral tegen chronische maagziekten, ziekten van gal- en pisblaas, niersteenen, sui-

Sluiten