Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De totale uitvoer bedroeg in 1908 £ 27 196 201, de totale invoer £ 27 197 696. Er liepen 2454 schepen met een inhoud van 4 514 854 registerton de havens binnen, terwijl 2425 schepen van 4 393 565 registerton uit de havens vertrokken. Verreweg het grootste aandeel aan den handel hadden Engeland en de Australische Bond. De staat bezit 206 zeilschepen en 160 stoomschepen met een gezamenlijken inhoud van 111 029 ton.In 1908 hadden de spoorlijnen een lengte van 6541 km., de telegraaflijnen van 11 212 km. (1108 kantoren, 24 521 km. draad, 3 565 000 telegrammen) de telefoonlijnen van 52 730 km. (10 774 telefooninrichtingen). Er waren 2341 postkantoren, die naar het binnenland 116 543 000 zendingen, naar het buitenland 50 998 000 zendingen verzonden. De inkomsten bedroegen in 1908 £ 8 195 403, de uitgaven £ 8 048 643. De gouverneur wordt door de Engelsche regeering voor 6 jaar gekozen; het Parlement bestaat uit een Hoogerhuis van 48 leden en een Lagerhuis van 95 leden. Voor de verdediging van den staat dient een corps van 28 529 man, een pantsermonitor en 6 torpedobooten met 270 koppen bemand.

Victoria, de hoofdstad van de Canadeesche provincie Britsch-Columbia, aan de San Juan de Fucastraat, op de Z. punt van het eiland Vancouver gelegen, is door een spoorweg met Nanaimo verbonden. Het bezit een parlementsgebouw, gelegen aan de Jamesbaai, een provinciaal museum, een douanekantoor, een Anglikaansche kathedraal, een marinehospitaal en een R. Katholiek St. Josephsziekenhuis, een schouwburg, enkele middelbare scholen en het Beacon Hill Park entelt(1901) 20816 inwoners, waaronder 3 000 Chineezen. Van de takken van nijverheid noemen wij: zaagmolens, machinefabrieken en bierbrouwerijen. De handel voert hout, steenkool, zalm enz. uit.

Victoria (Nossa Senhora da Victoria), de hoofdstad van den Braziliaanschen staat Espirito Santo, gelegen op een eiland in de baai Espirito Santo, heeft een versterkte reede, een regeeringspaleis (vroeger Jezuïetencollege), een Latijnsche school en 12 kerken en telt 20 000 inwoners. Hiertegenover, aan de Z. zijde van de baai, ligt de oude, reeds in 1535 gestichte hoofdstad (Villa Velha), waarboven, op een heuvel van 138 m. hoogte, schilderachtig het klooster Nossa Senhora da Penha ligt.

Victoria, een plaats in Z. Rhodesia, gelegen op 20° Z. Br., heeft in haar nabijheid goudvelden en de ruïnen van Simbabye (zie aldaar).

Victoria I, Alexandrine, koningin van GrootBrittannië en Ierland, geboren den 24Bt™ Mei 1819, was het eenig kind van den in 1820 overleden hertog van Kent en van prinses Louise Victoria van Saksen-Koburg (f 16 Maart 1861). Door den dood van haar vader, den erfgenaam van zijn kinderloozen broeder, koning Willem IV, was zij de naaste erfgename van den Britschen troon. Onder de leiding van de hertogin van N orthumberland werd zij opgevoed voor haar toekomstige waardigheid. Lord Melbourne gaf haar onderwijs in het Engelsche staatsrecht, de geschiedenis en in de kennis van regeeringszaken. Toen Willem IV den 20sten Juni 1837 overleed, werd Victoria tot koningin uitgeroepen en den 28Bti>n Juni 1838 gekroond. Van de velen, die naar haar hand dongen, verkreeg prins Albert van Saksen-Koburg (zie Albert) de voorkeur. Toen Victoria de regeering aanvaardde, was een

Whigministerie aan het bewind en slechts ongaarne verleende zij het ontslag aan haar raadslieden, zoodra dezen de meerderheid in het Lager Huis verloren. Zij schikte zich echter eerder dan eenig ander Engelsch vorst vóór haar naar de eischen van het streng parlementair regeeringsstelsel en stond zelfs na eenige aarzeling toe dat ook de aanzienlijkste, door dames bekleede hofambten bij een partijwisseling veranderd werden. Zij nam steeds een levendig aandeel aan de regeering van haar land, inzonzerheid aan de buitenlandsche politiek, ofschoon zij zich soms op den achtergrond hield. Na den dood van haar gemaal (14 December 1861), die door haar diep betreurd werd, gaf zij de beide geschriften uit: „Earley life of the Prince Consort" en „Leaves from the jonrnal of our life in the Highlands", waarbij zich „More leaves from the journal of our life in Highlands" aansloten. Gedurende het leven van haar gemaal volgde zij een voor Duitschland gunstige staatkunde, zoodat zij alle inmenging van Engeland in den Duitsch-Deenschen oorlog van 1848 tegenhield. Onder het ministerie Disraeli (in 1876) werd haar de titel toegekend van „Empress of India". Gedurende haar lateren regeeringstijd begon zij, vooral met het toenemen van het radicalisme, meer en meer tot de conservatieve partij over te hellen. Ijl 1887 werd haar vijftigjarig en in 1897 haar zestigjarig jubileum met grooten luister herdacht. Zij overleed den 22Bten Januari 1901 te Osborne, haar lijk werd den 4den Februari 1901 in het mausoleum te Frogmore bijgezet. Zij had 9 kinderen n. 1. Victoria, de latere keizerin van Duitschland (zie aldaar) Albert Eduard (zie Eduard VII), Alice (zie aldaar), Alfred (zie aldaar), Helena, geboren den 258ten Mei 1846, huwde in 1866 met hertog Christiaan van Sleeswijk Holstein Sonderburg Augustenburg, Louise geboren den 18den Maart 1848, huwde in 1871 met den markies van Lome, den lateren hertog van Argyll, Artlmr (zie aldaar), Leopold (zie Albany) en Beatrice, geboren den 14aen April 1857, huwde in 1885 met prins Heinrich von Battenbcrg. Door toedoen van koning Eduard VII werden door Benson en viscount Esher „The letters of queen Victoria, 1837—1861" (3 dln., 1907) uitgegeven.

Victoria, Eugenia Julia Eva van Battenberg, genoemd Ena, koningin van Spanje, geboren in 1887 op Balmoral, een dochter van prins Hendrik van Battenberg, die in 1896 bij een expeditie tegen de Ashanti's sneuvelde, en van prinses Beatrice van Groot-Brittannië, trad den 318ten Mei 1906 met koning Alfonsus XIII in het huwelijk, nadat zij kort te voren tot den Katholieken godsdienst was overgegaan. Tijdens de feestelijkheden bij het huwelijk gevierd, had te Madrid een aanslag plaats, waaraan het koninklijke paar ongedeerd ontkwam.

Victoria, Adelheid Marie Louise, Keizerin Frederik, princess royal van Groot-Brittannië en Ierland, hertogin van Saksen, geboren den 21Btei1 November 1840, als oudste dochter van prins Albert en koningin Victoria van GrootBrittannië, verloofde zich in 1856 met den toenmaligen prins Frederik Willem van Pruisen en trad den 25Hten Januari 1858 met dezen in het huwelijk. Zij bewoog zich op het gebied der kunstnijverheid, schilderde en nam een levendig aandeel in de stichting van het Kunstnijverheidsmuseum te Berlijn. Toen haar gemaal in 1887 ziek werd, vergezelde zij hem naar Italië, keerde met hem, toen hij als Fre-

Sluiten