Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

priester, over wiens nakomelingen de liederen van het derde boek van de Rigveda handelen. In de Ramayana komt hij als een koning voor, die met zijn leger door den heiligen Vasishtha wordt onthaald met behulp van de wonderkoe Qabala of Surabhi, die in plaats van melk alles geeft, wat iemand wenscht. Vifvamitra vraagt eerst om deze koe en wil haar later met geweld nemen, waarop hij door Vasishtha gedeemoedigd wordt. Daarna besluit hij door boete te trachten tot Brahmaan op te klimmen, wat hem gelukt.

Vida, Marcus Girolamo, een nieuw-Latijnsch dichter, geboren omstreeks het jaar 1480 te Cremona, studeerde in de godgeleerdheid, verkreeg in 1532 het bisdom Alba en overleed den 278,en September 1566. Van zijne gedichten, in 1731 in 2 deelen gezamenlijk uitgegeven, vermelden wij: „Christias" (1535), „De arte poëtica" (1627), „De bombyce" (1527), en „De scacchorum ludo" (1534).

Vidal, Peire, een minnezanger, die tusschen 1175 en 1215 leefde, werd geboren te Toulouse en leidde een zwervend en avontuurlijk leven. Geruimen tijd was hij in dienst van den vice-graaf van Marseille, Barrel de Baux, maar moest wegens een minnehandel met diens gemalin Azalais de vlucht nemen naar Italië, maakte den Derden Kruistocht

mee tot aan het eiland Cyprus, waar hij m het huwelijk trad met een Grieksche vrouw, en eindigde vermoedelijk zijn dagen aan het Hof van Alfwisus 111 van Aragon. Hij vertoont zich als een wonderlijk mengsel van schranderheid en dwaasheid en bekleedt een eigenaardige plaats in de geschiedenis

uit uicctKunst. van zijn tairijKe vurige en bevallige liederen zijn er ongeveer 60 bewaard gebleven.Van 2 van zijn novellen kennen wij den inhoud.

Vidal, eigenlijk Louis Navatel, een Fransch beeldhouwer, geboren in 1831 te Nimes, was een leerling van Barye en Rouillard, en legde zich vooral toe op het vervaardigen van dieren. Nadat hij blind geworden was, betastte hij de af te beelden voorwerpen zoo lang en zoo nauwkeurig tot hij ze kon namaken. Hij overleed in 1892 te Parijs. Van zijn werken noemen wij: „Cerf mourant", „Lionne", „Taureau" en „Panthère couchée."

Vidal, Paul Antonin, een Fransch componist, geboren in 1863 te Toulouse, ontving zijn opleiding eerst aan het conservatorium aldaar, vervolgens te Parijs en behaalde den prix de Rome voor muziek. Nadat hij van een reis naar Duitschland en Italië teruggekeerd was, wijdde hij zich aan het onderwijs en aan de compositie. Hij vervaardigde o. a. muziek voor „Le Baiser", „La Reine Fiammette, „Mar tapan", „Pierrot assassin", „Colombine pardonnée'', „Révérence", „Noël", „La Dévotion k Saint André", „Les Mystères d' Eleusis" en ,,L' Amour dans les Enfers." lij 1889 werd hij onderdirecteur van de koren van de opera, in 1892 zangdirecteur en eenigen tijd daarna orkestmeester. Verder componeerde hij nog: „La Chanson du tzigane" (l8te bedrijf, 1890), „Eros" (1892), „La Maladetta" (1893), „Guernica" (1895), „La Burgonde" (1898), „Ramses" (1900) en ,,L' Impératrice" (1901).

Vidocq, Francais Eugène, een Fransch gelukzoeker, geboren den 238tei1 Juli 1776 te Arras, was de zoen van een bakker en nam reeds als kind met een gestolen geldsom de vlucht. Bij het uitbreken van den omwentelingsoorlog trad hij in krijgsdienst, maar deserteerde na korten tijd en zette daarop in

Frankrijk, Nederland en België zijn avontuurlijke levenswijs voort. Eindelijk werd hij in hechtenis genomen en tot de galeien veroordeeld, maar ontsnapte tot tweemaal toe, zwierf rond in de hoofdstad en op het land en kwam eindelijk als verspieder in dienst van de politie te Parijs. De beschuldiging, dat hij ook in die betrekking de belangen der Bourbons bevorderde, heeft hij in zijn „Mémoires" (4 dln., 1828), krachtig wederlegd. Nadat hij in 1827 ontslagen was, stichtte hij een papierfabriek te St. Mandé bij Parijs, doch opende in 1832 te Parijs een soort van privaat bureau van politie, dat hij echter weldra moest sluiten. Daarna vertoefde hij in België en in Engeland en overleed te Parijs in Mei 1867.

Viebig, Clara. Zie Cohn, Clara.

Viehoff, Heinrich, een Duitsch letterkundige, geboren den 298ten April 1804 te Biittgen bij Neusz, studeerde te Bonn, was vervolgens gedeeltelijk werkzaam als huisonderwijzer bij een grafelijke familie, gedeeltelijk op reis, werd in 1833 leeraar te Emmerik, in 1838 te Düsseldorf en in 1850 directeur van de hoogere burgerschool en van de provinciale school voor nijverheid te Trier. In 1876 nam hij zijn ontslag. Hij overleed den 5den Augustus 1886 te Trier. Hij is vooral bekend door zijn studies over Schiller en Goethe. Wij noemen van hem: „Goethes Leben, Geistesentwickelung und Werke" (4 dln., 1847—1849), „Vorschule der Dichtkunst" (1860), „Schillers Leben" (3 dln., 1875), „Goethes Gedichte erlautert" (3"e druk, 2 dln., 1876), „Schillers Gedichte erlautert" (7"edruk,2 dln., 1895), en „Handbuch der deutschen National-literatur" (16de druk, 3 dln., 1882; 268te druk bewerkt door Lei sering, 2 dln., 1903). Verder gaf hij een aantal metrische vertalingen biiv. van werken van TtnAnp

Shakespeare, Scolt, Longfellow, Tegner en Sophokles. Met Herrig stichtte hij het: „Archiv für das Studium der neuern Sprachen und Literaturen" (sedert 1844). Uit zijn nalatenschap verschenen: „Drei Bücher erzahlender Gedichte" (1888) en „Die Poetik auf der Grundlage der Erfahrungsseelenlehre (1888).

Viel-Castel, Charles Louis Gaspard Gabriel de Salviac, baron de, een Fransch geschiedschrijver, geboren te Parijs den 14aen October 1800, studeerde aldaar in de rechten en werd in 1818 als surnumerair bij het departement van Buitenlandsche Zaken geplaatst. In 1821 werd hij attaché, in 1825 secretaris bij het gezantschap te Madrid, in 1828 te Weenen en in 1829 onder-directeur der afdee-

ling politie in het departement. Ook onder de Julimonarchie behield hij deze betrekking, werd in 1849 tot directeur benoemd, maar nam na den staatsgreep van 1851 zijn ontslag. Behalve vele opstellen in de „Revue des Deux Mondes" schreef hij: „Essai historique sur les deux Pitt" (2 dln., 1846), „Histoire de la Restauration" (20 dln., 1860—1877) en „Essai sur le thé&tre espagnol" (2 dn., 1882). In 1873 werd hij tot lid der Académie benoemd.

Vielle of Viella is de naam van een snaarinstrument, dat blijkens een afbeelding in de 10de eeuw, onder den naam organistrum voorkwam. Het had evenals een guitaar 2 snaren, die door een soort claviatuur aan den kant van den hals verkort konden worden en beneden over een draaibaar met colophonium bestreken rad liepen. Later voegde men er nog eenige snaren aan toe, die wel door het rad, doch niet door de claviatuur aangeraakt werden. Het

Sluiten