Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zich afgevaardigd naar de Kamer en had een levendig aandeel aan de voorbereiding van de Juliomwenteling. Na den dood van den graaf de Ségur werd hij lid der Académie. Onder Louis Philippe werd hij in 1839 tot pair benoemd. In 1848 trok hij zich van de openbare aangelegenheden terug. Hij overleed te St. Germain den llden Juli 1868. Hij is op bijna elk gebied als schrijver opgetreden. Wij noemen van hem: „Epitres et satires" (1845), „Histoire des campagnes de la révolution dans le Nord" (2 dln., 1831), „Fables" (1842) „Mélanges de poésie" (1853), de heldendichten: „Marengo", ,Le siège de Damas", „La Philippide", „La Franciade", de „Dialogues des morts", de „Promenades philosophiques au Père-la-Cliaise" en de treurspelen: „Alexandre", „Clovis", „Achille", „Sigismond de Bourgogne", „Arbogast", „Les Péruviens", het dramatisch gedicht „Michel Brémond", de blijspelen: „La Course a 1' héritage" en „La Migraine" en de teksten van eenige opera's. Zijn laatste werk was: „Histoire de la puissance pontificale" (1860).

Vier, het vierkant van 2(2 x 2 = 4), is na de eenheid het kleinste vierkantsgetal. Het speelde een belangrijken rol in de leer van Pythagoras.

Vier-Ambachten, een landstreek in het N. van het oude graafschap Vlaanderen, bevat de 4 ambachten Assenede, Axel, Bouchoute en Hulst. In 1057 werden zij door keizer Hendrik IV aan Boudewijn V geschonken. In 1252 verklaarde de Roomsche koning Willem II gravin Margaretha van deze landstreken vervallen en schonk ze aan Jan van Avesnes, graaf van Henegouwen. In 1323 stond graaf Willem III van Holland zijn rechten af aan graaf Lodewijk I van Vlaanderen. De Nederlanders veroverden in den Tachtigjarigen Oorlog een aanzienlijk deel van dit gebied n.1. de ambachten Hulst en Axel, de vesting Sas-vanGent- en de vesting Philip pine.

Vierde afmeting'. Zie Dimensie.

Vierde ziekte is een epidemische ziekte, die meestal in aansluiting met epidemieën van mazelen of rooden hond optreedt bij kinderen beneden de 12 jaar. De voorteekens zijn uiterst gering, zoo ook de algemeene ziekteverschijnselen; de koorts bijv. komt zelden boven de 38° en duurt slechts eenige dagen. Het voornaamste symptoom is de uitslag, het exanlheem, dat talrijke vormen kan hebben. Heel in het begin bestaat het uit kleine, ronde vlekjes, roseolae, die bij druk even verdwijnen, grooter worden en eindelijk samenvloeien tot groote, onregelmatige plekken, öf zij verbleeken reeds voor den groei. Bij dat verbleeken ontstaan allerlei roode kringen, tot figuren samengroeiend. De wangen zij n het sterkst aangedaan, later eerst volgen de armen, dan de romp, eindelijk de beenen. Bij rooden hond, waar de ziekte veel op gelijkt, gebeurt de verkleuring regelmatiger, en zijn verspreiding over 't lichaam is sneller, mazelen en roodvonk veroorzaken gewoonüjk heviger algemeene verschijnselen en bovendien aandoeningen der slijmvliezen. Ook treedt de vierde ziekte veel bij kinderen op, die reeds de mazelen doorgemaakt hebben.

Vierhandigen. Zie Aap.

Vierhoek noemt men in de meetkunde elke door 4 rechte lijnen, zijden geheeten, ingesloten figuur met 4 hoekpunten. De vier zijden kunnen al of niet in hetzelfde vlak gelegen zijn. In het eerste geval is de som der 4 hoeken gelijk aan 360°. Zijn

de zijden van zulk een vierhoek twee aan twee evenwijdig, dan heeft men een parallelogram. Zijn alleen twee overstaande zijden van den vierhoek evenwijdig, dan heet de figuur trapezium. Zijn twee van één hoekpunt uitgaande zijden evenlang en is zulks ook voor het overstaande hoekpunt het geval, dan spreekt men soms van een deltoïde. In de projective meetkunde maakt men onderscheid tusschen een vierhoek en een vierzijde; de eerste is de figuur, welke bestaat uit vier punten en hun rechte verbindingslijnen, de laatste die, welke door 4 lijnen en haar snijpunten gevormd wordt. Volledige vierhoek, resp. vierzijde, noemt zij de figuur, welke wordt verkregen door 4 in een plat vlak gelegen punten, resp. lijnen, op alle mogelijke wijzen onderling door rechte lijnen te verbinden, resp. tot snijding te brengen. De eerste heeft dus 4 hoeken en 6 zijden, de laatste 4 zijden en 6 hoeken.

Vierkantswortel. Zie Wortel.

Vierkleurendruk noemt men de toepassing van een vierde plaat, welke in den regel grijs of zwartachtig is, bij den driekleurendruk (zie aldaar) om bepaalde effecten te verkrijgen. Vierkleurendruk (tetrachromie) is verder de naam van een procédé, waarbij men gekleurde afbeeldingen verkrijgt, door roode, groene, gele en blauwe onderdeelen van het geheel over elkander heen te drukken. Intusschen slaagde dit procédé, in 1896 door Eder aangegeven en in 1906 door Zander in Parijs ingevoerd, er niet in om den meer eenvoudigen driekleurendruk te verdringen.

Vieroog (Anableps telrophthalmus). Zie Cyprinodontidae (Tandkarpers).

Vierordt, Karl von, een Duitsch taalgeleerde, geboren den l81®"» Juli 1818 te Lahr in Baden, studeerde te Heidelberg, Göttingen en Berlijn, vestigde zich in 1841 te Karlsruhe als arts, werd in 1849 buitengewoon hoogleeraar in de theoretische geneeskunde te Tubingen en in 1853 gewoon hoogleeraar in de physiologie en directeur van het Physiologisch Instituut aldaar. Hij was de grondlegger van de nieuwere, proefondervindelijke physiologie. Door de uitvinding van nieuwe, registreerende methoden van onderzoek oefende hij een belangrijken invloed op dit gebied uit. Hij stelde een rationeele physiologie van de ademhaling op, telde het eerst de bloedlichaampjes, vond den eersten sfygmograaf uit en legde den grondslag voor een physiologie van den kinderleeftijd. Bovendien schiep hij de quantitatieve spectraalanalyse. Hij schreef: „Physiologie des Atmens"(Karlsruhe, 1845), „Die Lehre vom Arterienpuls in gesunden und kranken Zustanden" (Braunschweig, 1855), „Die Erscheinungen und Gesetze der Stromgeschwindigkeiten des Blutes" (Frankfort, 1858), „Grundrisz der Physiologie des Menschen"(5de druk, Tubingen, 1877), „Die Anwendung des Spektralapparates zur Photometrie der Absorptionsspektren und quantitativen chemischen Analyse"(Tübingen, 1873), „Die quantitative Spektralanalyse in ihrer Anwendung auf Physiologie, Physik, Chemie und Technologie"(Tubingen, 1876) en „Physiologie des Kindesalters"(in dl. 1 van Gerhardts „Handbuch der Kinderkrankheiten," 2de druk, Tübingen, 1881). Hij overleed den 22sten November 1884. Na zijn dood verscheen „Die Schallund Tonstarke und das Schallleitungsvermögen der Körper"(1885), waarin een levensbeschrijving is opgenomen,

Sluiten