Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vierordt, Hermann, een Duitsch physioloog, een zoon van den voorgaande, geboren den 13aen October 1853 te Tubingen, studeerde aldaar, te Berlijn, Weenen en Leipzig, vestigde zich in 1881 als privaatdocent en werd in 1889 buitengewoon en in 1902 gewoon hoogleeraar. Zijn eerste, meer omvangrijk onderzoek gold de processen, welke zich bij het gaan in het menschelijk organisme afspelen. Verder trachttehij het ziektebeeld van de enkelvoudige, chronische buikvliesontsteking vast te stellen, deed hij metingen omtrent de intensiteit der hartkloppingen enz. Hij schreef: „Das Gehen des Menschen in gesunden und kranken Zustanden"(Tübingen, 1881), „Kurzer Abrisz der Perkussion und Auskultation" (9de druk, Tiibingen, 1907). „Die Messung der Intensitat der Herztöne"(Tübingen, 1885), „Anatomische, physiologische und physikalische Daten und Tabellen zum Gebrauch für Mediziner"(3de druk, Jena, 1906), „Medizinisches aus der Geschichte" (3<ic druk, Tiibingen, 1910) en „Die angebornen Herzkrankheiten"(in NothmgeVs „Spezielle Pathologie und Therapie," Weenen, 1898). Met Schnirer gaf hij de „Enzyklopadie der praktischen Medizin" (4 dln., Weenen, 1905—1908) uit.

Vierordt, Heinrich, een Duitsch dichter, geboren den l"len October 1855 te Karlsruhe, studeerde te Berlijn, Leipzig en Heidelberg in de Duitsche taalwetenschap, deed na zijn promotie in 1881 verschillende reizen door Italië, Frankrijk, Scandinavië, Oostenrijk-Hongarije, Nederland en Engeland en woont thans in zijn geboortestad. Van zijn hand verschenen: „Gedichte"(2de druk, Heidelberg, 1899), „Akanthusblatter"(Heidelberg, 1888), „Vaterlandsgesange"(2de druk, Heidelberg, 1903), „Fresken"(Heidelberg, 1901), „Gemmen und Pasten-Tagebuchblatter aus Italien"(Heidelberg, 1902), „Meilensteine.Dichtungen aus dem Leben"(IIeidelbere. 19041 en „Kosmoslieder" (Heidelberg, 1905).

Zijn „Ausgewahlte Dichtungen"(Heidelberg, 1906) verschenen met een voorwoord van l/udwiq Fulda.

Vierschaar was vroeger de door vier scharen (banken) ingesloten ruimte, waarbinnen een rechtsgeding werd gehouden.

Viersen (Vierssm), een plaats in het Pruisische distrikt Düsseldorf en een snijpunt der spoorwegen München-Gladbach-Venlo en München—Gladbach —Duisburg, terwijl het bovendien door spoorwegen met verschillende andere plaatsen is verbonden, bezit een Evangelische en 4 R. Katholieke kerken, een gymnasium, een weefschool en een rechtbank, fluweel-, pluche- en zijdeweverijen, vlas- en katoenspinne- en weverijen, machines-, papier- en chocoladefabrieken, leerlooierijen enz. en telt (1905) 27577 inwoners. In de nabijheid ligt het Hohenbusch met den Bismarcktoren.

Vierstemmig' noemt men een muziekstuk, dat bestaat uit vier toonreeksen, die nevens elkander voortloopen en tot één geheel samensmelten, terwijl ieder van die reeksen geschikt is om door één soort der menschelijke stem te worden gezongen, namelijk door sopraan, alt, tenor en bas.

Viervorst. Zie Tetrarch.

Vierwoudstreken Meer is de naam van het door de „vier woudkantons" Uri, Schwyz, Unterwalden en Luzern, ingesloten Zwitsersche meer. Het heeft een kruisvormige gedaante, waardoor het is samengesteld uit 6 kleinere bekkens: het Urner, Gersauer, Weggiser, Luzerner, Alpnacher en Küsznach-

ter Meer. Van deze vormen de eerste vier den stam, de beide laatste de armen van het kruis. Het bovenste gedeelte, het Urner Meer, gelegen in het kanton Uri, is door steile rotswanden omgeven, welke bij den Axenberg eigenaardige krommingen der lagen vertoon en. Het Urner Meer vernauwt zich in het N. tot 900 m. en gaat daarop over in het Gersauer Meer, tusschen de kantons Schwyz en Unterwalden gelegen.Twee vooruitstekende rotstongen, de „Nasen", scheiden het van het Weggiser Meer, dat overgaat in de laatste drie bekkens. Naar hetN.O. breidt zich het Küsznachter Meer uit, gelegen aan den voet van den Rigi, naar het Z. W. het Alpnacher Meer en naar het N. W. het Luzerner Meer. Van bovenvermelde „Nasen" af wordt de N.lijke oever allengs bevalliger, doch de Z.lijke steiler en woester. De getande rotstoppen van den Pilatus vormen een schilderachtigen achtergrond, evenals de toppen van den Rigi en van den Stanser en Buochser Horn. Li de nabijheid van Luzern worden de oevers heuvelachtig. Hier zijn zij bedekt met boomgaarden, dorpen en villa's. De grootste diepte vtm het meer (in het Urner Meer) bedraagt 214 m., zijn gemiddelde waterspiegel ligt 437 m. boven den zeespiegel. Het is 37,2 km. lang en heeft een oppervlakte van 115, 48 v. km. De voornaamste rivieren, die er in uitmonden, zijn: de Reusz, de Muota, de Engelberger Aa en de Sarner Aa. Het eenige eiland is Altstad, gelegen tusschen het Meer van Luzern en dat van Küsznacht. De veelvuldigst voorkomende vischsoorten zijn zalm en foreL Daar over dit meer de weg naar den St. Gotthard loopt, heeft er een druk verkeer over plaats. Behalve door gewone zeil- en roeivaartuigen wordt het door talrijke passagiersstoombooten bevaren. De St. Gotthardspoorweg bereikt het meer bij Brunnen en loopt langs den O. oever van het Urner meer tot Flüelen. Bijzonder merkwaardig is het Vierwaldstatter Meer ook weeer.s zijn geschiedkundige her¬

inneringen (Grütli, Tellsplatte, Tellskapelle en Küsznacht), door Schiller in zijn „Wilhelm Teil" vereeuwigd. Op een rots in het meer, de „Mythenstein" geheeten, staat sedert 1860 een gedenkteeken ter eere van den dichter van „Teil".

Vierzon, een plaats in het Fransche departement Clier, gelegen op den rechter oever van den Cher, welke hier de Yèvre opneemt, aan het Canal du Berry en aan den spoorweg Parijs—Orleans— Limoges, heeft een kerk uit de 15de eeuw en telt (1906) 12 080 inwoners. Het bezit een belangrijke porselein- en glasnijverheid, mozaïek-, meubel-, rijwielen- en automobielenfabrieken, likeurstokerijen, machinefabrieken en scheepsbouw en drijft een levendigen handel in hout, vee, graan, ijzer, wol en wijn. Tegen de stad aangebouwd zijn de voorsteden Vierzon-Bourgneuf in het Z. met 1482 en VierzonVillage in het N. met 2087 inwoners.

Vierzijde. Zie Vierhoek.

Viesvisch is een der gewestelijke namen voor de Meun (Leuciscus cephalus). Zie Karpervisschen (fiyprinidae).

Viëtor, Wilhelm, een Duitsch taalgeleerde, geboren den 258'011 December 1850 te Kleeberg (Nassau), studeerde eerst in de godgeleerdheid en de klassieke letteren en later in de moderne talen teLeipzig, Berlijn en Marburg. In 1882 werd hij lector in de Germaansche talen aan het University College te Liverpool en in 1884 buitengewoon hoogleeraar in de Engelsche taalkunde te Marburg, waar hij in

Sluiten