Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1894 tot gewoon hoogleeraar werd benoemd. Door zijn geschrift „Der Sprachunterricht musz umkehren. Beitrag zur Überbürdungsfrage von Quousque tandem"(3ae druk, Leipzig, 1905) heeft hij de hervorming van het onderwijs in de modeme talen in Duitschlar>d zeer bevorderd. Verder schreef hij o. a.: • „Elemente der Phonetik des Deutschen, Englischen und Französischen"(54e druk, Leipzig, 1905), „Die Aussprache des Schriftdeutschen" (6de druk, Leipzig, 1906; Nederlandsche vertaling, 2de druk, Haarlem, 1902), „Die Northumbrischen Runensteine" (Marburg, 1896), „Englische Schulgrammatik" (dl. 1, 4de druk, Leipzig, 1906), „Englisches Lesebuch"(met F. Dörr, 8»te druk, Leipzig, 1907), „Einführung in das Studium der englischen Philologie"(3de druk, Marburg, 1903), „Deutsches Lesebuch in Lautschrift"(l8te deel, 2 stukken, Leipzig, 1899—1902; 2de stuk, 2de druk, 1904), „Shakespeare's pronunciation, a Shakespeare phonology" en „A Shakespeare reader" (Marburg, 1906). Bovendien gaf hij de „Zeitschrift für Orthographie, Ortlioepie und Sprachphysiologie"(Stuttgart, 1880-

lööö) en de „fhonetische otudien (Marburg, 1888

en later) uit. öeaert l«94 verschijnen ae laatste onder den titel „Die neueren Sprachen."

Vieusseux, Giovanni Piétro, een Italiaansch boekhandelaar en letterkundige, de telg van een Zwitsersch geslacht uit Genève, werd geboren te Oneglia den 298ten September 1779, doorreisde een groot gedeelte van Europa en van het Oosten en vestigde zich te Florence, waar hij in 1820 een groot en bloeiend leesmuseum oprichtte en in 1821 de „Ar.tologia Italiana" uitgaf. Dit tijdschrift vond grooten bijval, maar werd in 1832 door de Regeering verboden. Sedert 1827 redigeerde hij tevens het „Giornale agrario Toscano", door de Accademia dei Georgofili uitgegeven, dat tot in 1865 bleef bestaan. Vooral echter maakte hij zich verdienstelijk door de uitgave van het „Archivio storico Italiano" (sedert 1844), een verzameling van ongedrukte bronnen en oorkonden ter aanvulling der werken van Muratori en anderen, met critische bijdragen en met verslagen van de belangrijkste geschiedkundige werken. De uitstekendste geschiedkundigen van Italië, zooals Capponi, Bonaini, Tommaseo, Capei, Sagredo, Cantu, Galvani, Palermo, Polidori enz., behoorden tot zijn medewerkers. Vieusseux overleed den 28eten April 1861. Zijn huis te Florence was de vergaderplaats van Italiaansche en buitenlandsche geleerden, letterkundigen en kunstenaars, en een jaar na zijn dood verrees te Florence een gedenkteeken te zijner eere. Zijn bloeiende zaak kwam aanvankelijk in handen van zijn beide neven Paolino en Eugenio Vieusseux en vervolgens uitsluitend in die van laatstgenoemde.

Vieuxtemps, Henri, een Belgisch violist en componist, geboren den 20sten Februari 1820 te Verviers (België), was een leerling van Bériot, studeerde van 1833—1834 te Weenen onder Sechter en daarna te Parijs onder Reicha in de compositieleer en maakte zich daarna weldra bekend als concertspeler. Van 1846—1852 was hij te St. Petersburg, kamervirtuoos en soloviolist, vestigde zich in 1866 te Parijs en was vanaf 1870 leeraar aan het conservatorium te Brussel, totdat een verlamming van de linker hand hem in 1873 dwong ontslag te nemen. Zijn composities (6 concerten, phantasieën, caprices, études enz.) behooren zonder uitzondering tot de

virtuozen-literatuur; voor concerten en als oefeningen hebben zij echter nog eenigen naam. Hij overleed den 6den Juni 1881 te Mustafa bij Algiers.

Vieweg, Hans Friedrich, een Duitsch boekhandelaar, geboren te Halle den llden Maart 1761, opende in 1786 te Berlijn een uitgeverszaak met drukkerij, maar verhuisde in 1799 op uitnoodiging van hertog Karl Wilhelm Ferdmand naar Brunswijk, waar hij onderscheiden werken van Alxwger, Goethe, Wilhelm en Alexander von Eumboldt, Kleist, Klenze enz. in het licht gaf. Met zijn boekdrukkerij verbond hij een lettergieterij en een fabriek van speelkaarten. Zijn boekhandel breidde hij uit, door hem in 1818 te vereenigen met de door zijn schoonvader J. H. Campe achtergelaten „Schulbuchhandlung." Hij overleed den 26"<-'n December 1835. Zijn oudste zoon Eduard, geboren den 15den Juli 1797, sedert 1825 deelhebber in de, van nu af Vieweg und Sohn geheeten zaak en vanaf 1834 uitsluitend leider daarvan, breidde haar, vooral in de natuurwetenschappelijke richting, zeer uit. Hij overleed den l8ten December 1869 en werd opgevolgd door zij ti zoon Heinrich, geboren den 17dett Februari 1826, na wiens dood (den 3den Febmari 1890) de zaak overging aan zijn weduwe, Helene Vieweg-Brockhaus, en hun dochter, Helene, gehuwd met Bernard Tepelmann, die in 1891 als deelhebber werd opgenomen. Deze uitgeversfirma beweegt zich in hoofdzaak op het gebied der natuurwetenschappen,in het bijzonder op dat der natuurkunde (werken van Clausvus, Helmhollz, Thomson enz.) en der scheikunde (werken van Fresenius, van 't Hoff, Liebig, Osivxdd enz.), hoewel ook op dat der geneeskunde, technologie, wiskunde, wijsbegeerte enz. een reeks werken van beroemde schrijvers bij haar is verschenen. J

vig is bij namen van dieren de afkorting voor Nicolas Aylward Vigors, een Engelsch ornitholoog, in 1840 als mededirecteur van het British Museum overleden.

Vig-erus, Franciscus of Viaier. een Fransch ge¬

leerde, geboren in 1591 te Rouaan, weshalve hij zich met den naam van Rotomagensis bestempelde, trad in de Orde der Jezuïeten, werd professor te Parijs en overleed aldaar den 15den December 1647. Hij is zijn roem vooral verschuldigd aan het werk: „De praecipuis graecae linguae idiotismis," later bewerkt door Hoogeveen, Zeune en Hermann (4de druk, 1834).

Vigevano, een stad in de Italiaansche provincie Pavia, ligt in de nabijheid van den rechteroever van den Tessino, aan den spoorweg van Milaan— Mortara en is door stoomtramwegen verbonden met

Novara en Ottobiano. Het is de zetel van een bisschop en het bezit een gymnasium, een technische school, eene nijverheidsschool, een lyceum, een seminarium, een fraaie domkerk San Francesco met gevelversieringen van terra cotta en fresco's (16de eeuw), gelegen op de onder Lodovico il Moro aangelegde Piazza Ducale, een kasteel der Sjorza's, met een loggia van Bramante en telt (1901) 15 683 (als gemeente 23 909) inwoners. Zij beoefenen rijstbouw en de rijstpellerij, de zuivelbereiding en de zijdeteelt, terwijl men er verder zijde- en katoenspinnerijen, fabrieken voor vuurvast aardewerk, ijzergieterijen, leerlooierijen, schoenfabrieken enz. aantreft. De stad drijft een levendigen handel in zijde.

Vigfusson, Gudbrand, een IJslandsch taalgeleerde, geboren den 13den Maart 1827 te Frakkanes

Sluiten