Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en geboren in 1827, studeerde te Kopenhagen in de Oud-Noorsche philologie en werd in 1864 naar Engeland'geroepen om mede te werken tot de voltooiing van het door Richard Cleasby aangevangen „Icelandic-English Dictionary" (Oxford, 1869—1874). Verder gaf hij een aantel Oud-Noorsche teksten in het licht, waarvan wij noemen: „Biskupa Sögur" (met Jon Sigurdsson, Kopenhagen, 1856—1878), „Bardhar saga Snafelsass," „Eyrhygja"(Leipzig, 1864), „Flateyjarbók" (met Unger, Christiania, 1860-1868), „Sturlunga saga" (2 dln., Oxford, 1878), „Corpus poeticum bereale"(2 dln., Oxford, 1883) en „Icelandic sagas"(2 dln., Londen, 1887). ITij overleed den 31slen Januari 1889 te Oxford. Uit zijn nalatenschap werd uitgegeven: „Origines Islandicae"(2 dln., Oxford 1905).

Vigilanten is de aanduiding van personen, behoorende tot de wereld der misdadigers, welke zich tegen betaling in dienst van de politie stellen en aan deze verraden wat zij omtrent de door hun kameraden beraamde of volvoerde misdaden weten.

Vigiliën waren bij de Romeinen nachtwaken, in tegenoverstelling van de dagwaken (exaibiae). Deze regeling van den tijd, namelijk de verdeeling van den nacht in vier vigiliën, werd door de R. Katholieke Kerk ook toegepast op de nachtwaken in kloosters met godsdienstige doeleinden. Vigiliwn, in het Fransch veille, is thans de naam van den dag vóór hooge kerkelijke feestdagen.

Viglius van Aytta van Zwichem. Zie Zioichem.

Vigne, Ignace de, een Belgisch schilder, geboren in 1767, vervaardigde een aantal decoraties en overleed in 1840 te Gent.

Vigne, Felix de, een zoon van den voorgaande, geboren in 1806 te Gent, ontving zijn opleiding van Paelinck en begaf zich vervolgens naar Parijs, waar hij met Jeróme Langlois aan het schilderij „La Concision" voor de Notre Dame de Lorette werkte. Later legde hij zich vooral op portretten en genrestukken toe. Van zijn overige werken noemen wij: „Les trois Sges de la femme," „L'Armurier," „La récolte du houblon", „Une foire au moyen age" en „Dimanche matin." Hij schreef: „Histoire de 1'architecture du moyen §ge"(1845), „Recherches historiques sur les costumes du moyen age"(1847) en „Moeurs et usages des corporations de métiers" (1857). Hij overleed in 1862 te Gent.

Vigtie, Edouard de, een broeder van den voorgaande, geboren te Gent in 1808, ontving zijn opleiding aan de academie te Gent en van Surmont de Volsberglie.ln 1834 ontving hij een jaargeld vooreen verblijf te Rome.

Vigne, Pierre de, een beeldhouwer, een broeder van den voorgaande, geboren in 1812 te Gent, vervaardigde een aantal bustes, waarvan wij die van Kluyskens en Van Mons noemen, verder o. a. het beeldhouwwerk voor een zaal van het paleis van justitie te Gent en zijn hoofdwerk, een standbeeld voor Artevelde te Gent. Hij overleed in zijn geboorteplaats in 1877.

Vigne, Paul de, eveneens een beeldhouwer, een zoon van den voorgaande, geboren in 1843 te Gent, behaalde in 1869 den prix de Rome en overleed in 1801 te Brussel. Tot zijn voornaamste werken belmoren: „Psyche," „Onsterfelijkheid," „Vlaanderen," „De kunst beloond" en verschillende grafmo¬

numenten, o. a. voor madame Gevaert, Breydel en De Cminck.

Vigné, Paul, genaamd Vigné cCOcton, een Fransch staatsman, geboren in 1859 te Montpellier, studeerde aldaar in de medicijnen en werd scheepsdokter. In 1888 nam hij zijn ontslag om zich aan de letterkunde te wijden. Hij was o. a. medewerker aan den „Figaro," de „Temps", de „Revue bleue," „L'Illustration" enz. In 1893 werd hij door het arrondissement Lodève tot afgevaardigde gekozen. Als zoodanig voegde hij zich bij de radicaal-socialistische groep en speelde vooral een rol in koloniale aangelegenheden. In 1900 werd hij met een zending naar Afrika belast. In 1906 werd hij niet herkozen. Onder het pseudoniem Gaetan Kerhouel schreef hij een aantal werken, waarvan wij noemen: „La Chair noire"(1888), „L'Eternelle Blessée"(1890). „Au pays des fétiches"(1890), „Fauves amours", „Le Docteur Combalus"(1891), „Terre de mort," „Soudan et Dahomey," „Le Roman d'un timide" (1892), „Les Amours de Nine"(1893), „En buissonnant," „Petite amie"(1894), „Coeur de savant" (1895), „Journal d'un marin"(1897), „L'Amour ala Mort," „Le Pont d'amour"(1899), „Martyre lointahi", „La Gloire du sabre"(1900) en „Les Petites Dames"(1901).

Vignemale, een 3298 m. hooge berg, waarin de Fransche Pyreneeën hun grootste hoogte bereiken, bezit 9 toppen (de hoogste is de Piqué longue) en is met 3 gletschers bedekt. Hij wordt van uit Garvarnie en Cauterets bestegen en biedt een grootsch vergezicht aan.

Vignet, oorspronkelijk gebruikt voor een versiering met wijnranken, dient thans ter aanduiding van de versiering van titelbladen en van randteekeningen. Deze wijze van boekversiering werd het eerst toegepast door Johannes Veldener, achtereenvolgens woonachtig te Luik en te Utrecht, in zijn „Fasciculus temporum."

Vignola, eigenlijk Giacomo Barozzio, een Ita~ liaansch bouwmeester, geboren den l8len October 1507 te Vignola bij Modena en daarnaar gewoonlijk Vignola genaamd, was aanvankelijk werkzaam te Bologna, Piacenza, Assisi, Perugia en vertrok onder Julius II als pauselijk architect naar Rome. Hier bouwde hij de kerk del Gesü, welke na zijn dood door Giacomo della Porta werd voltooid. Na den dood van Michele Angelo werd hij in 1564 bouwmeester der St. Pieterskerk. Tot zijn hoofdwerken behooren, naast de genoemde, het paleis Farnese en het reusachtige paleis Caprarola te Viterbo. Hij heeft de antieke bouwvormen onder vaste regels gebracht, zoodat zijn bouwwijze langen tijd stand hield. Van zijn geschriften noemen wij: „Regole delle cinque ordine d'architettura" (1563) en „Regole della perspettiva pratica"(1583). Hij overleed den 7den Juli 1573 te Rome.

Vignon, Claude, een Fransch schrijfster en beeldhouwster, geboren te Parijs den 12den December 1832, stelde reeds op 20-jarigen leeftijd haar werken in den Salon ten toon. 10 jaar later werd zij als novelliste en kunstenares algemeen bewonderd. Als schrijfster behoort zij tot de school van Balzac; zij streeft naar realiteit en psychologische waarheid, zooals blijkt uit haar novellen: „Minuit, récits de la vie réelle"(1861), „Victoire Normand"(1862), „Complices"(1863), „Naufrage parisien"(1869), „Elisabeth Verdier"(1875), ,,Révoltée"(1879), „Parisienne,

Sluiten