Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stad benoemd. In het volgende jaar promoveerde hij in de medicijnen en werd adsistent-arts aan het militaire hospitaal Val de Grace te Parijs. Hij keerde in 1860 als geneeskundige aan de militaire hospitalen naar Straatsburg terug; in 1863 werd hij tot buitengewoon hoogleeraar aan de school van Val de Grace benoemd, in 1867 werd hij gewoon hoogleeraar, in 1882 geneeskundig directeur van het hospitaal en onderdirecteur van de school, in 1885 geneeskundig inspecteur van het leger. Hij hield zich vooral bezig met de studie der tuberculose. In 1874 werd hij lid van de geneeskundige academie. Van zijn werken noemen wij: „Du tubercule au point de vue de son siège, de son évolution et de sa nature"(1861), „Le Röle de la lésion organique dans les maladies"(1862), „Traité d'histologie humaine normale et pathologique"(1864), „Traité sur la Sclérème des adi Ites" (1864), „Recherches sur la vésicule pulmonaire et 1'emphysème", „La Cause et la nature de la tuberculose" (voorlezing, gehouden in 1865) en „Etudes sur la tuberculose"(1868). Hij overleed in 1892 te Parijs. Te Brugères en Val de Grace zijn gedenkteekens voor hem opgericht.

Villena, een distriktshoofdstad in de Spaansche provincie Alicante, gelegen in het vruchtbare dal vandenVinalopo en aan den spoorweg Madrid— Alicante, is verder door spoorwegen verbonden met Bocairente en Jumilla. Het bezit ruïnen van een kasteel, een kerk (16de eeuw), wijnbouw, zoutbereiding, vlasspinnerijen, jeneverstokerijen en zeepfabrieken. De plaats, waar in October een druk bezochte mis gehouden wordt, telt (1900) 14 099 inwoners.

Villena, Enrique de, een Spaansch geleerde, geboren in 1384, gaf reeds vroeg blijken van groote liefde tot de studie en verwierf een buitengewone kennis in de voornaamste takken van wetenschap van die dagen. Daar hij vermaagschapt was met de koningen van Castilië en van Aragon, vertoefde hij bij afwisseling aan beide hoven. Door een daad van geweld beroofde Hendrik III van Castilië hem van zijn goederen, maar zorgde later, dat Villena gekozen werd tot grootmeester der orde van Calatrava (1402), in welke betrekking hij gedurende korten tijd ijverig deel nam aan de staatkundige aangelegenheden. Onder voorwendsel, dat zijn verkiezing niet wettig was, werd hij door de ridders van zijn waardigheid ontzet (1411), waardoor hij in moeilijkheden kwam. Eindelijk schonk het regentschap van Castilië hem tot schadevergoeding voor zijn verliezen de heerlijkheden Iniesta en Torralva, waar hij zijn overige dagen doorbracht. In 1412 bracht hij te Barcelona, naar het voorbeeld der Jeux floraux te Toulouse, het Consistorio de la gaya ciencia tot nieuw leven. Vooral oefende hij grooten invloed uit op de ontwikkeling der hoofsche dichtkunst van de 15de eeuw, door zijn, in den geest van het LaatProvencaalsche minnelied geschreven, „Arte de trobar," waarvan slechts brokstukken in de „Origines de la lengua espanola"(1737) van Mayan y Siscar bewaard zijn gebleven. Zijn gedrukte werken bestaan in een verhandeling over de kunst van het voorsnijden („Arte cisoria") (uitgegeven door F. B. Navarro, Madrid, 1766 en 1879) en een verhaal van de daden van Hercules („Los trabajos de Hercules", Zamora, 1483 en 1499). Als handschriften zijn van hem bewaard gebleven (in de Nationale bibliotheek te Madrid en in het Escoriaal): „Tratado de la consolacion", „El libro de la lepra" en „El libro del

aojamiento", benevens een vertaling van den „Aeneas" en van gedeelten der „Divina commedia". Hij overleed den 15den December 1434. Zijn kostbare verzameling boeken, waarin zich vermoedelijk ook werken van Villena zelf bevonden, werd, daar men hem van tooverij verdacht, op last van Johan II verbrand.

Villeneuve-sur-IiOt (Villeneuve d'Agen), een arrondissementshoofdstad in het Fransche departement Lot-et-Garonne, gelegen op den rechter oever van den Lot en aan den spoorweg Parijs— Orleans, is de zetel van een gerechtshof en van een handelsrechtbank, een merkwaardige brug uit de 13de eeuw, overblijfselen van oude vestingwerken, een gemeentelijk college, een bibliotheek en een strafinrichting. De plaats, welke (1906) 7632 inwoners telt, heeft als voornaamste takken van nijverheid: leerlooierijen en vervaardiging van schoenen, hoornen kammen, parelmoeren knoopen en cartonnen voorwerpen. Verder drijft zij een levendigen handel in pruimen.

Viller oi is de naam van een adellijk Fransch geslacht. Nicolas de Neufville, seigneur de Villeroi, geboren in 1542 verwierf de gunst van Catarina de Medici en was staatssecretaris van Buitenlandsche Zaken onder Karei IX, Hendrik 111, Hendrik IV en Lodewijk XIII. Hij overleed in 1617 te Rouaan, de beroemde „Mémoires d'Etat depuis 1567 jusqu'en 1604"(1622) achterlatende.

Villeroi, Nicolas de Neufville, markies, later hertog de, een kleinzoon van den voorgaande, geboren in 1597, onderscheidde zich als krijgsman in Italië, Catalonië en Lotharingen, werd in 1646 maarschalk en tevens opvoeder van Lodewijk XIV, in 1661 chef van den Raad van Financiën en verwierf in 1663 de waardigheid van pair en hertog. Hij overleed den 28aten November 1865.

Villeroi, Franfois de Neufville, hertog de, een zoon van den voorgaande geboren den 7den April 1644, was met Lodewijk XIV opgevoed, maar werd wegens een minnehandel verbannen naar Lyon. In 1693 streed hij bij Neerwinden, werd in het volgende jaar tot maarschalk benoemd, voerde daarop van 1695— 1696 bevel in de Nederlanden, maar gaf daarbij blijken van onbekwaamheid. Niettemin ontving hij in den Spaanschen Successie-oorlog het opperbevel over het leger in Italië, deed den lsteo September 1701 een onberaden en noodlottigen aanval op Chiari en werd den l8ten Februari 1702 te Cremona door prins Eugenius overvallen en gevangen genomen. Na het herkrijgen van zijn vrijheid werd hem in 1706 het opperbevel in de Nederlanden opgedragen. Hij werd echter door Marlborough bij Ramiliies verslagen. Op aandringen van madame de Maintenon benoemde Lodewijk XIV hem in zijn testament tot gouverneur van den jeugdigen Lodewijk XV. Zoodra deze meerderjarig geworden was, deed de hertog van Orleans den 12del1 Augustus 1722 Villeroi wegens kuiperijen in hechtenis nemen en zond hem in ballingschap naar zijn goederen. Later evenwel riep Lodewijk XV hem terug naar Parijs, waar hij den 18den Juli 1730 overleed.

Villers, Charles de, een Fransch schrijver, geboren den 4den November 1764 te Boulay in Lotharingen, werd in 1782 artillerieofficier te Straatsburg.. maar nam, bij het uitbarsten van den omwentelingsoorlog, in 1793 de wijk naar Duitschland. Zijn betrekkingen tot Fransche geleerden en

Sluiten