Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opérations de 1'armée de Paris et de 1'armée de réserve" (1872) en „L'armée fran^aise en 1873" (1873). Hij overleed den 29sten April 1880 te Parijs.

Vinpootige weekdieren, Vleugelvlakken of Pteropoden. Zie Slakken.

Vinson, Julien, een Fransch philoloog, geboren in 1843 te Parijs, ontving zijn opvoeding te Pondichéry, bezocht sedert 1864 de boschbouwschool te Nancv en werd onderinspecteur van de bosschen. Daarop legde hij zich toe op de studie van de linguistiek en werd in 1879 hoogleeraar aan de school voor de studie van de levende Oostersclie talen. Van zijn werken noemen wij: „Etudes orientales: les Cartes du sud de l'Inde"(1868), „Cahiers des voeux et instructions des Basques francais aux états généraux"

(1874), „Le Basque et les langues américaines"

(1875), „Le Verbe dans les langues dravidiennes" (1878), „Etudes de linguistique et d'ethnographie" (1878, met Hovelacque), „Mélanges de linguistique et d' anthropologie"(1880, met Hovelacque), „Les Basques et le Pavs basque"(1882), „L'Inde frangaisc et les Etudes indiennes, de 1880 a 1884"(2 dln., 1882— 1885), „Le Folk-Lore dupays basque"(1883), „Voyage extravagant, mais véridique, d'Alger au Cap" (1883, met Dive), „Les Religions actnelles"(1887) en „Légendes bouddhistes et djaïnas"(1900).

Vinspetlig'. Zie Blad.

VintBchg>au (Vinstgau), het dal van de BovenEtsch in Tirol, loopt eerst in de richting N.-Z. (Boven Vintschgau) en daarna W.-O. (Beneden-Vintschgau). Het is tot aan den drempel van het dal, TöE (506 m.) genaamd en boven Meran gelegen, 65 km. lang en wordt in het N. door de ötztaler "n in het Z. door de Ortler Alpen begrensd, het dal, vooral het Beneden-Vintschgau, is zeer vruchtbaar, goed bebouwd en telt 26000 inwoners.

Vinvisaclien. Zie Walvischachtige dieren.

Vinwormen of Pijlwormen (Sagitla) vormen een eigenaardige dierengroep, die men tegenwoordig meestal als leden van de klasse der Rondwormen beschouwt. Wegens de borstels naast de mondopening, die de rol van kaken vervullen, noemt men ze ook borslelkakigen (chaetognathi). Uitwendig gelijken zij op vischjes, de vrij duidelijk begrensde kop draagt 2 oogen, de romp aan weerszijden 2 vinvormige verbreedingen, voorbij het midden komt de aarsopening, verder achterwaarts de geslachtsopening, aan het einde een horizontale staartvin. De zeepijl (sagitta bipunctata), die door Slabber in 1768 aan onze kusten werd waargenomen, is 30 & 45 m.m. lang en over alle zeeën verbreid.

Viola is de oudste en meest algemeene naam voor de strijkinstrumenten. Hiertoe behooren o. a. de viola da gamba (zie Gambe), de viola da braccio (armviool), viola alta (zie Altviool) en de viola d'amore.

Viola L. (viooltje) is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Violacaeae. Het omvat kruiden, vaak met niet-ontwikkelden stengel, met verspreide, enkelvoudige bladeren, okselstandige, langgesteelde bloemen met 5 bloembladeren, van welke het onderste, ongepaarde, aan de basis van een spoor is voorzien, en met eene éenhokkigeveelzadige, met 3 kleppen openspringende doosvrucht. Het aantal meeldraden is vijf, en van deze dragen twee naast elkander geplaatste een staartvormig aanhangsel, dat zich tot in de spoor uitstrekt. De helmdraden zijn kort, de helmknoppen

groot en het helmbindsel is sterk ontwikkeld. De stamper bestaat uit een eenhokkigen eierstok met vele eitjes. Van belang voor ons zijn: V. odorata V. Semperflorens, V. tricolor, V. Cornuta. Eerstgenoemd viooltje levert een onschatbaar materiaal voor de bloemisten, daar dit blijvend plantje bij een goede verzorging gemakkelijk te forceeren en door den geur der bloemen zeer gezocht is. Men onderscheidt hiervan bepaalde soorten, die naar het land van herkomst genoemd worden* Eenige der besten variëteiten zijn: V. O. Admiral Avellane, V. O. Baronne A. de Rothschild, V. O. Kaiser Friedrich, V. O. Kaiser Wilhelm, V. O. Zar. V. O. Belle de Chatenay en V. O. Swanley White. Ze worden meestal door deeling vermeerderd. Viola Semperflorens, Italiaansch viooltje, kan minder goed tegen ons klimaat, maar geeft zeer schoone bloemen. Het driekleurig viooltje: Viola tricolor, speciaal met uit kruisingen van V. altaica ontstane bastaarden: V. tr. var. hortensis geheeten, levert prachtig versieringsmateriaal voor, bloemperken. Het zaad moet in 't donker en in vochtigen grond kiemen, terwijl de jonge planten gelegenheid moeten hebben vóór den winter voldoende ontwikkeling te krijgen om ons klimaat te kunnen verdragen. Als voorjaarsbloeiers zijn ze zeer gezocht. Mooie variëteiten zijn: Engelsche, Cassierviolen, Germanica, Parijzer, Goliath, Hero, Lord Beaconsfield en Trimardeau. Viola comata vormt wel de mooiste perkviool met de aanbevelenswaardige: V. C. Papilio, V. C. hybrida admirabilis en V. C. White Perfectum.

Violaceeën is de naam eener tweezaadlobbige plantenfamilie. Zij omvat kruiden, lialfheesters en heesters met afwisselende, zelden tegenovergestelde, enkelvoudige, gesteelde, gave of ingesneden, in den knop met de randen ineengerolde bladeren, met vrije, bladvormige of afvallende steunblaadjes en volkomen, doorgaans onregelmatige bloemen, meestal afzonderlijk op een okselstandigen bloemsteel geplaatst. De doorgaans overblijvende kelk bestaat uit 5 gewoonlijk ongelijke gescheiden of aan de basis samengegroeide of verlengde, in den knop elkander dakpansgewijs bedekkende bladen. De 5 bloembladeren zijn op den bloembodem afwisselend met de kelkbladeren ingeplant, somtijds vrij gelijk en langgenageld en somtijds ongelijk, terwijl éen er van tot een hollen zak of spoor is verlengd. Het aantal meeldraden is 5; de helmdraden zijn kort, meestal breed en plat en aan de basis samengegroeid, de helmknoppen 2-hokkig en door bet helmbindsel vereenigd. Het vruchtbeginsel is bovenstandig, zittend, uit 3 vruchtbladen gevormd, éenhokkig, met talrijke anatrope zaadknoppen en een enkelvoudigen stijl met een eigenaardigen, knopvormigen stempel De vrucht is een vliezige, papier- of lederachtige of houtige, éenhokkige, met 3 kleppen openspringende doosvrucht. De zaden zijn eirond of samengedrukt en hebben een korstige schaal, die zich wel eens tot een vleugel uitbreidt, vleezig, kiemwit, een rechte kiem met bladvormige zaadlobben. Deze familie telt ongeveer 300 soorten en de heesterachtige van deze behooren vooral in Amerika te huis, terwijl de kruidachtige, over den gematigden gordel van ons werelddeel verspreid, zelfs het verre noorden en de hooge bergen versieren.

Viola da Gamba. Zie Gambe.

Sluiten