Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Violenwortel is de naam van den wortelstok van een soort Italiaan sche iris.

Violet of paars is die kleur van het spectrum, wier stralen het sterkst gebroken worden. Naast het ultra-violet, dat echter onder gewone omstandigheden niet zichtbaar is, oefent violet de sterkste photografische werking uit. Violette verfstoffen zijn dikwijls mengsels van blauw en rood. Intusschen kent men ook zuivere violette teerverfstoffen, welke gewoonlijk bij het verven van weefselsgebruiktworden.

Violina is de naam van een mechanische viool, bestaande uit een samenstel van 4 violen, elk met één snaar, welke wordt aangestreken door een cirkelvormigen strijkstok. Deze bestaat uit aaneengeknoopte paardenharen, als koorden van een cirkel zoodanig gespannen, dat zij te zamen een kleineren cirkel vormen. Daardoor kon worden bereikt, dat men van de knoopen geen last heeft. De strijkstok roteert, nu eens snel, dan weder langzaam, terwijl de violen er afwisselend tegen worden aangedrukt en er weder van worden verwijderd. Door hamertjes worden de snaren verkort en aldus de toonhoogte geregeld. Een geperforeerde rol regelt op pneumatische wijze de werking van het mechanisme. De violina is, in den vorm, welken Hupfield er aan gegeven heeft, gecombineerd met een pianola, zoodat ook de begeleiding geheel mechanisch tot stand komt.

Viollet-le-Duc, Eugène Eimnuel, een Fransch bouwkundige en schrijver, geboren te Parijs den 27Bten Januari 1814, was leerling van den architect Leclèr, bestudeerde van 1836—1837 in Italië en Sicilië, vooral te Rome en te Taormina, de overblijfselen der oude kunsten en bezocht met hetzelfde doel het Z. van Frankrijk. In 1840 werd hij inspecteur bij de restauratiewerken van de Ste. Chapelle te Parijs, terwijl hij in datzelfde jaar belast werd met de restauratie van de kerk te Vézelay en in de jaren 1840—1848 met die der kerken te Montréal, Poissy, St. Nazaire en Semur, zoowel als met die der stadhuizen te St. Antonin en Narbonne. In 1846 ondernam hij met Lassus de restauratie van Notre-Dame te Parijs en de stichting van een nieuwe sacristie. In 1846 zag hij zich benoemd tot architect der abdij van St.-Denis, en in 1849 restaureerde hij de vestingwerken van Carcassonne. In de volgende jaren bouwde hij aan de kathedraal van Amiens, aan de synodezaal te Sens, aan de kerk Notre-Dame te Ch&lons-sur-Mame, aan die te Laon enz. Tegelijkertijd schreef hij een aantal werken, die, eenerzijdsvoor de herleving van de Gotiek pleitten, maar van den anderen kant deden zien, welke eischen aan de bewerking en toepassing van het materiaal gesteld moeten worden. Van zijn geschriften noemen wij: „Dictionnaire raisonné de 1'architecture franc; aise du XI—XVI siècle"(10 dln., 1854—1868), „Dictionnaire raisonné du mobilier francais de 1'époque carlovingienne a la Renaissance"(6 dln., 1854—1875), „Entretiens sur 1'architecture"(2 dln., 1858—1872), „Cités et ruines américaines"(1862—1863), „Chapelles de Notre-Dame de Paris"(1869), „Ilabitations modernes"(1874—1875), „Histoire de 1'habitar tion humaine"(1875), „L'art russe"(1877) en „De la décoration appliquée aux édiflces"(3de druk, 1893). In 1870—1871 hielp hij als ingenieur Parijs verdedigen en bewoog zich vervolgens als republikein op staatkundig gebied. Hij overleed den 17den September 1879 te Parijs. De „Lettres inédites de Viollet-leDuc" werden door zijn zoon uitgegeven(Parijs,1902).

Violoncel (kleine basviool), ook cello geheeten, is een strijkinstrument, dat, in vorm op de viool gelijkend, in grootte tusschen de altviool en den contrabas in staat. Hare vier darmsnaren, van welke de 2 zwaarste met zilverdraad omwikkeld zijn, geven de tonen c, g, d, a. Het instrument wordt op dezelfde wijze als de viool bespeeld. Men plaatst het echter tusschen de knieën. Reeds in de jaren 1550— 1600 werden celli door de Amatis, door Casparo da Salo, Maggini e. a. gebouwd. Intusschen werd zij toenmaals alleen voor begeleiding gebruikt.

Vionville, een dorp in het Duitsche rijksland Lotharingen, ten W. van Metz, bezit een R. Katholieke kerk en telt (1905) 329 inwoners. Het is bekend geworden door den aldaar op den 16den Augustus 1870 geleverden bloedigen veldslag, ook die van Mars-la-Tour geheeten, tusschen de Fransche en Duitsche troepen. Daar stonden 67 000 Duitschers met 222 stukken geschut tegenover 138 000 Franschen met 476 stukken geschut. Hoewei de slag onbeslist bleef, deed Bazaine de Fransche troepen den volgenden dag terugtrekken tot onder de wallen van Metz. Het verlies aan dooden, gewonden en gevangenen aan de Fransche zijde bedroeg 879 officieren en 16128 manschappen en aan de Duitsche zijde 711 officieren, 15 079 manschappen en 2736 paarden.

Viool, het strijkinstrument, dat, thans over de geheele wereld verspreid, met zijn grootere soortgenooten, altviool, cello en contrabas, alle andere strijkinstrumenten geheel verdrongen heeft, is betrekkelijk nog jong. Het bereikte reeds in het begin van de 18ae eeuw zijn grootste volmaaktheid, en alle pogingen om de vioolbouwers van Cremona te overtreffen zijn, hoewel alle andere orchestinstrumenten, evenals de piano en het orgel, na dien tijd nog aanmerkelijk verbeterd zijn, zonder gevolg gebleven.

De viool bestaat uit een bovenblad, dat als klankbodem dienst doet en een bodem, verbonden door de randen. In het bovenblad bevinden zich twee Svormige gaten. De kist gaat over in denhals, welke eindigt in een krul, waarin zich 4 schroeven bevinden. Van bier loopen de snaren over het zadel, een reepje hout aan het einde van de krul, verder over de toets, bevestigd op den hals en die ongeveer over een derde van de kist steekt, en vervolgens over den kam naar den staart, waaraan zij worden vastgeknoopt. Van de 4 snaren is de laagste met zilverdraad omsponnen. Zij worden in ~g,T,~a vu ~ë gestemd. De muziek voor de viool wordt in den G sleutel geschreven. Haar omvang loopt van g totaan viermaal gestreept a. Alle tonen worden voortgebracht door een vinger op een bepaalde plaats van één der 4 snaren te plaatsen en deze dan met den strijkstok in trilling te brengen. Behalve de gewone, volle tonen kan men door zekere kunstgrepen nog bepaalde klankschakeeringen verkrijgen. Zoo ontstaat het flageolet door met den vinger de knooppunten der harmonische boventonen aan te raken. Brengt men de snaar met den vinger in plaats van met den strijkstok in trilling dan spreekt men van pizzcato. Verandering in de kleur van den toon wordt bereikt door dichtbij den kam (sul ponticelfo) aan te strijken, waardoor hij hard, of door meer naar den hals aan te strijken (Jlautando), waardoor hij zacht en fluitend wordt. Een heel eigenaardig klankeffect verkrijgt men door op den kam een demper te zetten. Zie verder Violina^ - '

Sluiten