Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3000—4500 m. hoogte. Zijn voornaamste top, de Kiroenga tsja Gongo, heeft een krater van 1,5 km. doorsnede met 2 zeer regelmatige schachten. Achtereenvolgens werd hij door Speke (1861), Stanley en Emin Pasja gezien en in 1894 door graaf von Götzen bestegen. In den omtrek van het gebergte wonen dwergvolken.

Vlrovitioz, (Magyaarsch Veröcze, Kroatisch Virovitica), een comitaat in Kroatië-Slavonië, wordt door de comitaten Somogy en Bacs-Bodrog, waarvan het door de Donau en de Drau is gescheiden, en door Belovar, Pozega en Syrmië begrensd en telt op een oppervlakte van 48 08 v. km. (1901) 218 171 inwoners. De zetel van het comitaat is Essek. De bodem is er grootendeels effen, langs de rivier moerassig en draagt een bergketen aan de Z. grens. De stad Viroviticz, gelegen aan den spoorweg Bacs-Pakracz -Lipik, bezit een klooster der Franciscaner, een slot van graaf Pejacsevics en een gevangenis, is de zetel van een rechtbank en telt (1901) 7594 inwoners.

Virtuoos noemt men dengene, die in de door hem beoefende kunst een ongemeene vaardigheid verkregen heeft. Men geeft dien naam inzonderheid aan toonkunstenaars, die met gemak al de technische moeilijkheden van hun instrument weten te overwinnen. Van de kunst in de eigenlijke beteekenis onderscheidt zich de virtuositeit dan ook hierdoor, dat zij zich vooral de overwinning van technische moeilijkheden ten doel stelt. Zij doet dus vooral aan kunstvaardigheid denken.

Virtns was bij de Romeinen de personificatie van de dapperheid, die aldaar een goddelijke vereering genoot, vooral te zamen met Honos, de personificatie van den roem. Virtus wordt op munten en reliëfs uit den keizertijd dikwijls met een amazoneachtige gestalte, voorzien van helm en zwaard, voorgesteld.

Virues, Christobal de, een Spaansch dichter, geboren te Valencia in 1550, trad reeds vroeg in krijgsdienst en maakte zich vanaf 1579 bekend door een vijftal tooneelstukken vol overdrijving: „Cassandra", „Marcela," „Attila furieux", „Sénuranus" en „Elisa Dido", vereenigd in zijn: „Obras tragicas y liricas" (1609). Zijn „Historia del Monserrate" maakte hem beroemd. Toch is zij, ondanks de schoonheid van verschillende onderdeelen, thans geheel vergeten. Hij overleed in 1610.

Viscacha (Lagostomus Brookes), een geslacht der knaagdieren uit de familie der Chinchülidae, omvat ineengedrongen dieren met dikken, ronden kop, korten, stompen snuit, middelmatig groote, bijna naakte ooren, korte voorpooten met 4 en tweemaal zoolange achterpooten met 3 teenen. De viscacha (Lagostomus trichodactylus Brookes) is 50 cm. lang en heeft een staart van 18 cm. Op den rug is zij donkergrijs met witten band op snuit en wangen, aan de buikzijde is zij wit, terwijl de staart wit en bruin gevlekt is. Zij bewoont de pampa's van Buenos Ayres en leeft gezellig in gemeenschappelijk gegraven holen. 's Avonds zoekt zij haar voedsel, bestaande uit gras, wortels, boombast en veldvruchten. De Indianen eten haar vleesch en gebruiken de vellen.

Vischadelaar. Zie Adelaar.

Vischafslag1. Zie Visscherij.

Vischbeen. Zie Balein.

Vischbroederij. Zie Vischteelt.

Vischbrood. Zie Vischmeel.

Vischdiefje (Sterna hirundo) is de naam van

een vogel, die tot het geslacht der Zeezwaluwen (Sternae) van de familie der Meeuwvogels (Laridae) uit de orde der Pluviervogels (Chardrioranithes) behoort en die ook wel splitstaart of starre, middelstar, ikstern, sterentje, stins en stars genoemd wordt. Hij heeft een dunnen, eenigszins gekromden snavel, zeer korte pooten met korte teenen en een 8 cm. diep gevorkten staart. De bovenkop en de nek zijn zwart, de hals, de staartwortel en alle onderdeelen wit. De slag- en stuurpennen op de buitenvlag blauwgrijs. De oogen zijn donkerbruin, pooten en snavel koraalrood. De totale lengte bedraagt 40 cm. Hij bewoont Europa en een groot deel van Azië en N.-Amerika. In ons land komt hij in April en vertrekt in September. Hij broedt in de duinen, in moerassen, in hooi- en weilanden. Men ziet hem langs de binnenwateren en zelfs boven de grachten der steden vliegen. Het wijfje legt in het begin van Juni in een uitholling in den grond 2 of 3 rosachtig witte eieren, met paarsachtig grijze en rood- of zwartbruine vlekken geteekend.

Vischer is de naam van een familie van beeldhouwers en bronsgieters te Neurenberg, die in de 15de en 16ae eeuw leefde en in drie geslachten op het gebied der bronsgieterij veel voortreffelijks heeft voortgebracht.

Vischer Hermann, de Oudere, kwam in 1453 als kopergietersgezel te Neurenberg en verwierf er het meesterschap. Van zijn werken staat slechts van één, de doopfont (1547) in de parochiekerk te Wittenberg, de echtheid vast. Bovendien worden hem de doopfont in de Sebalduskerk te Neurenberg en verschillende grafplaten toegeschreven. Hij overleed te Neurenberg in 1487.

Vischer, Peter, de Oudere, een zoon van den voorgaande, geboren te Neurenberg omstreeks 1460, werd meester in 1489 en werd in 1494 door keurvorst Philips van de Palts naar Heidelberg geroepen, maar keerde spoedig weder naar Neurenberg terug. Van zijn werken, wier echtheid vast staat, noemen wij: het grafteeken van aartsbisschop Ernst in den dom te Maagdenburg (1495), het grafteeken van bisschop Johannes IV in den dom te Breslau (1496), dat van graaf Herman van Henneberg en zijn gemalin te Römhild (omstreeks 1508) en van graaf Eitel van Hohenzollern en zijn gemalin te Hechingen. Zijn meesterstuk is het vermaarde praalgraf van den heiligen Sebaldus in de Sebalduskerk te Neurenberg, door Vischer met hulp zijner zonen in 1508— 1519 vervaardigd. Verder noemen wij een prachtig traliewerk door de gebroeders Fugger te Augsburg in 1513 besteld, maar door den raad van Neurenberg in 1530 aangekocht en door Hans Visscher in 1540 voltooid, de grafplaten voor Margareta Tucherin (1521) en voor de familie Eiszen (1522) en het grafteeken van keurvorst Frederik den Wijze in de slotkerk te Witteuberg (besteld in 1525). Hij overleed den 7den Januari 1529.

Vischer, Hermann, de Jongere, de oudste zoon van den voorgaande, geboren in het laatst der 15de eeuw, werkte onder de leiding van zijn vader, maar oefende zich tevens in het teekenen en modelleeren. Nadat de gebroeders Fugger het groote traliewerk besteld hadden, dat naar Italiaansche voorbeelden moest worden uitgevoerd, begaf hij zich in 1513 naar Italië. Hem schrijft men het ontwerp dan ook voornamelijk toe. Hij overleed reeds in 1516.

Vischer, Peter, de Jongere, de tweede zoon van Pe-

Sluiten