Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

feuille van Buitenlandsche Zaken belast. Hij sloot de Septemberconventie met Frankrijk, trad tengevolge daarvan in September 1864 af, werd in Maart 1866 gezant te Konstantinopel en was van Juli 1866 tot April 1867 opnieuw minister van Buitenlandsche Zaken, in welke functie hij den vrede met Oostenrijk sloot, evenals van 1869—1876, van 1896— 1898 en van 1899—1901. Als zoodanig bracht hij verschillende belangrijke wetten tot stand, zooals de Garantiewet, vergezelde den koning op diens reizen naar Berlijn en Weenen, die ten gevolge hadden, dat Italië zich bij den Driekeizersbond aansloot, en ijverde voor een betere verhouding met Frankrijk. Hij werd tot markies verheven en was sedert 1886 senator.

Viscose, een stof, welke uit cellulose door inwerking van natronloog en zwavelkoolstof bereid wordt, vormt een bruine, slijmerige, in water oplosbare massa, welke door stoom onder afsplitsing van amorfe cellulose ontleed wordt. De viscose, welke in draden een zijden glans heeft, wordt gebruikt bij het vervaardigen van kunstzijde, olie- en vetvrij papier, tot het verkrijgen van damasteffecten op weefsels, als surrogaat van hoorn, ivoor enz., als kleurmiddel enz.

Viscount of Vicomte was oorspronkelijk de titel van den plaatsvervanger van den graaf. Later werd het woord in de Romaansche landen en in Engeland gebruikt om een adellijken rang tusschen graaf en baron aan te duiden.

Viscum. Zie Vogellijm.

Vishnoe, Visjnoe, Wis'inoe of Wisjnoe is de naam van een Indischen god, die een belangrijke rol speelt. In de liederen van de Veda treedt hij weinig op den voorgrond, en wordt alleen van hem gezegd, dat hij de wereld in 3 schreden heeft gemeten. In den epischen tijd is zijn beteekenis veel grooter. Den meesten invloed oefent hij uit door zijn avataras (incarnaties), waarvan er meestal 10 worden aangenomen. Hij neemt dan dierlijke, menschlijke of bovennatuurlijke vormen aan. Als visch redt hij Manoe (zie aldaar) uit den vloed, als schildpad dient hij den berg Mandara tot steun, die door de eoden en de daemonen op de punt gezet wordt om

daarmee de wereldzee in beroering te brengen, als ever haalt bij de aarde uit de zee en brengt haar op haar oude plaats, als man-leeuw doodt hij een daemon, als dwerg overwint hij door list den beheerscher der daemonen, als Parafu-Rama bevestigt hij het overwicht van de Brahmanen, als Rama is hij de held van het epos R&m&yana (zie aldaar), als Krisjna (zie aldaar) doodt hij den reus K&lya, als Boeddha brengt hij de slechten er toe zich zelf door hun ongeloof te vernietigen, als Kalki zal hij den

Vishnoe. ondergang van de ontaarde wereld bewerken en een nieuwe menschheid doen ontstaan. De laatste incarnatie heeft nog niet plaats gehad. Op het einde der tijden slaapt hij op de kronkelingen van de slang Qesja in de wereldzee. Uit zijn navel ontspringt de

lotus, die Brahma, den schepper van een nieuwe wereld draagt. Vishnoe wordt afgebeeld met 4 armen, een knots, een schelp, een discus en een lotusbloem en rijdend op den vogel Garoeda. Zijn gemalin is Qri of Laksjmi.

Visier. Zie Vizier.

Visioen is in algemeenen zin hetzelfde als hallucinatie (zie aldaar), zooals die bij sommige zielszieken en bij normale personen onder bepaalde omstandigheden voorkomen kan. Inzonderheid geeft men aan godsdienstige waanvoorstellingen dezen naam. De visionair kan zelf het voorwerp worden van zijn visioenen, zoodat hij zich zelf aanschouwt, (dubbelganger). De verbeelding echter kan ook een voorwerp van buiten in zijn eigen wegen verplaatsen, zoodat daarmede het gevoel eener splitsing van zijn eigen persoonlijkheid gepaard gaat en men uit twee wezens meent te bestaan, die beiden in het lichaam huisvesten, hetwelk dan door beiden te dienen een dubbele rol vervult. In de geschiedenis zijn de visioenen van de leerlingen van Jezus, van Frans van Assisi, Katharina van Siena en de Maagd van Orleans bekend. Uit den nieuweren tijd noemen wij die van Sivedmiorg, de door Kerner bekend geworden waarzegster van Prevorst en de verschijning van de Maagd Maria te Lourdes.

Visitatoren was de naam van geestelijken, aan wie de generaal der orde, waartoe zij behoorden, de inspectie van alle kloosters had opgedragen.

Visp (ook Vispach, Fransch Viège), een (listriktshoofdstad in het Zwitsersche kanton Wallis, tegenover het dorpje Baltschieder in het Rhönedal en aan den Simplonspoorweg gelegen, is het beginstation van de lijn Visp—Zermatt. Het telt (1900) 940 inwoners en vormt den toegang tot het Visperdal. De Visp, een riviertje van 37 km. lengte, ontspringt als Gorner Visp achter Zermatt (1620 m.). Voortdurend door gletscherwater versterkt, stroomt zij door het grootsche Matterdal, verder door het Nikolaïdal en neemt bij Stalden (796m.) de bijna even lange Soaser Visp op. Het Visperdal vormt met het zijdal van Saas één van de meest bekende en drukst bezochte Alpendalen.

Visschen (Pisces; zie de plaat) is de naam van een klasse van koudbloedige, gewervelde dieren, welke hun geheele leven door kieuwen ademen. Een uitzondering op deze definitie zijn de Dublelademers of Longvisschen (Dipnoi; zie aldaar), welke beschouwd kunnen worden als een overgangsvorm tusschen de Visschen en de Amphibieën, doch tot de Visschen gerekend worden; hoewel zij in het bezit zijn zoowel van longen als van kieuwen, zijn toch de laatste hunne belangrijkste ademhalingsorganen,

De visschen onderscheiden zich door een spoelvormig, symmetrisch, meestal zijdelings samengedrukt lichaam, gepaarde vinnen, welke de ledematen vormen, ongepaarde vinnen langs rug- en buiklijn en een met schubben bekleede huid. Zeer kenmerkend is de lichaamsvorm bovendien, doordien men de geleding, die men bijna bij alle overige gewervelde dieren opmerkt, bij de visschen niet waarneemt. De drie onderdeelen, welke men aan het lichaam onderscheidt: kop, romp en staart gaan meestal geleidelijk in elkander over. Aan den kop vindt men de voornaamste zintuigen: oogen, gehoor- en reukorgaan, terwijl men er verder aantreft de mondopening, de hersenen en de kieuwen, welke laatste bij de meeste visschen beschermd zijn door kieuwdeksels. De romp,

Sluiten