Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vindt men: „Van den os in den ezel", „Lof van rhetorica", „Een Visschers praatjen", ,,'t Lof van een blauwe scheen", ,,'t Lof van de Mutse" en „Strijd tusschen Waarheid en Schijn." In 1614 gaf hij ook een ander werk, n.1. de „Sinnepoppen" in het licht dat zijn bijschriften en spreuken in verschillende talen, die hij schreef bij prentjes, welke door Claes Jansz. Visscher in koper waren gesneden. Bij een volgenden druk schreef zijn dochter Anna er tweeregelige versjes bij. De voornaamste letterkundigen en kunstenaars van zijnjtijd bezochten zijn huis. Van zijn drie dochters zijn de oudste Anna en de

jongste Maria lesselschadeVisscher (zie het volgende artikel) bekend geworden. Visschers werk vertoont een zuiver nationale kleur; zijn frissche, soms grove scherts, zijn gezond

verstand en zijn praktische blik zijn echtHollandsch. Hij overleed te Amsterdam in 1620.

Visscher, Anna en Maria Tesselschade (zie de plaat), dochters van den voorgaande, zijn in de Nederlandsche letterkunde zeer bekend geworden,meer door den invloed, dien zij op verschillende dichters en kunstenaars van haar tijd hadden, dan door wat zij zelf

schreven. Beiden waren zeer begaafd en ontvingen een uitstekende opvoeding. Zij muntten o. a. uit in zingen, in spelen op de luit en de fluit, in het graveeren op glas, in schilderen, borduren enz. Door haar tijdgenooten zijn een groot aantal gedich¬

ten op beide zusters

gemaakt bijv. door Hooft, Brederode, Vondel, Huygens, Barlaeus, Van der Burgh en Brostcrhuysen. _

Anm, werd geboren in 1583, zij trad in 1624 in het huwelijk met Dominicus Boot van 11'ese/, met wien zij naar den Wieringerwaard vertrok. Na den dood van haar echtgenoot (1640) vestigde zij zich met haar beide zoons te Leiden. Zij overleed den 6aen December 1651. Anna was zeer bevriend met Cats, dien zij ook als dichter zeer hoog stelde. Toen zij in 1622 een bezoek aan Middelburg bracht, brachten alle Zeeuwsche dichters en dichteressen bij gelegenheid van deze gebeurtenis een dichtbundel bijeen, getiteld de „Zeeuwsche Nachtegaal", waarvoor ook Anna eenige bijdragen afstond. Tusschen 1602

Roemer Visscher.

en 1614 bewerkte zij een vertaling van de „Cent emblêmes chrestiens" van damoiselle Georgetie de Montenay. Verder schreef zij de versjes bij de „Sinnepoppen" van haar vader en een aantal gelegenheidsgedichten. Eerst in 1877 werd een handschrift van Anna gevonden met den titel: „Letterjuweel of eigenhandig van 1620—1645 geschreven gedichten van Anna Roemers," dat in 1881 met nog een twintigtal verspreide verzen, de vertaling van de „Emblêmes chrestiens" en de rijmspreuken, door Nicolaas Beets is uitgegeven.

Meer nog dan Anna werd Maria Tesselschade ge¬

prezen. Z.i] werd geboren den 21sten Maart 1594. Den naam Tesselschade ontving zij naar aanleiding van de schade, die haar vader in het najaar van 1593 door een storm bij Tessel, die de hai>delsvloot groot nadeel toebracht, had geleden. Zij had reeds vele aanzoeken, o. a. van Brederode, van de hand gewezen, voordat zij in 1623 in het huwelijk trad met Allart Jansz. Crombalch, zeeofficier op 's lands vloot, dien zij naar Alkmaar volgde. Ook na haar huwelijk bleef zij een van de meest gevierde gasten van den Muiderkring (zie

aldaar), dien zij, soms met haar vriendin Francisca Duarte, door haai zang en spel in verrukking bracht. Tesselschade verloor haar oudste dochtertje Taddaea in Mei 1634 op negenjarigen leeftijd; deze slag werd gevolgd door den dood

van haar echtgenoot. In 1636 kwam

zij door Hooft in aanraking met Barlaeus, die haar ten huwelijk vroeg, welk aanzoek zij echter van de hand wees. In 1642 vestigde zij zich weder te Amsterdam. Tesselschade bleef, evenals haar zuster Katholiek, hoeveel moeite haar vrienden, vooral Huygens, ook deden om haar te bekeeren. In 1647 verloor zij ook haar jongste dochter Maria, welken slag zij nooit te boven kwam. Zij overleed den 24sten Juni 1649. Haar gedichten zijn in verschillende verzamelingen verspreid. Een dichterlijke \ertaling van Tassoos „Verlost Jeruzalem" van haar hand is verloren gegaan. Door M. D. de Bruyn zijn gedichten van de beide zusters in het licht gegeven (1851).

Visscher, Cornelis, een Hollandsch teekenaa r,

Sluiten