Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Visschers, Peter Jozef, een Belgisch schrijver, geboren den 14den September 1804 te Antwerpen, was eerst leeraar aan het kleine seminarium te Mechelen, van 1828 tot 1843 pastoor te Hevst op den Berg en daarna pastoor van de St. Andreaskerk te Antwerpen, waar hij den li""1 Juni 1861 overleed. Hij heeft een groot'aantal geschriften in het licht gegeven. Tot de vroegste behooren: „De spiegel der zondaren, of zedelessen over het bitter lijden van Jezus Christus, gepredikt en voorgesteld door Fr. van den Werve enz." (1827) en „Geschenk aan de R. K. jeugd. Naar Pianotti" (1828), tot zijn laatste: „Walther Pompe en zijn twee zonen Pauwel en Engelbert, beeldhouwers der XVIII116 eeuw" (1858) en „Geschiedenis der St. Andrieskerk te Antwerpen, sedert haar opkomst tot den huidigen dag" (3 dln., 1862).

Vissoherseilanden. Zie Pescadores.

Visschers vaartuigen (Zie de plaat). De bijzondere eischen, die het bedrijf aan de daarvoor gebruikt wordende werktuigen stelt, de diepte en de aard van het water, waar het bedrijf wordt uitgeoefend, hebben uiteraard bouw en inrichting van de visschersvaartuigen in hoofdzaak beheerscht. Voor de kust- en binnenvisscherij, meest op ondiep water uitgeoefend, worden bijv. in den regel platbodem-, voor de zeevisscherij kielvaartuigen gebezigd. Van de laatste maakt de bom een uitzondering, daar deze als platbodem vaartuig werd gebouwd, om op het strand te kunnen landen. Waar dit echter niet meer plaats heeft, wordt de bom nu ook van een kiel voorzien. Voor de kustvisscherij ziet men intnsschen tal van in vorm onderling afwijkende modellen. De voornaamste typen zijn echter:

Op de Zuiderzee en de Waddenzee 1. de botter (zie fig. 10); 2. de blazer (met lager voorschip dan de botter); 3. de schokker (zie fig. 2); 4. het Lemmersjacht (veel overeenkomst hebbende met een blazer). Dit zijn alle half gedekte vaartuigen (d. w. z. met vast dek voorop) van 40 tot 55 voet lengte en met een inhoud van 16 — 35 M3 bru to; die met de grootste afmetingen worden gedurende een deel van het jaar ook gebezigd voor de visscherij met de trawl op de Noordzee. Behalve deze typen, zijn er nog talrijke andere, meer of minder afwijkend in vorm, meest van geringere grootte, en voor een groot deel te rangschikken onder de half gedekte zeilbooten of open zeil- en roeibooten met een inhoud van kleiner dan 16 M3, zooals aaken, bonzen, pluiten, aalbooten, jollen, sloepen, schouwen, vletten, kubbooten, gondels, punters enz. Al deze en de vorengenoemde vaartuigen hebben een beun, waarin de visch levend bewaard kan blijven.

Voor ae visscherij op de Zuidhollandsche en Zeeuwsche stroomen worden, wat de eerste betreft, voor de ankerkuil-visscherij oude botters en schokkers van de Zuiderzee gebezigd. Voorde visscherij van uit de kustplaatsen, die ook in de zeegaten en in de territoriale wateren wordt uitgeoefend, worden veelal blazers gebezigd en verder hoogaartsen (zie fig. 8). Ook op de Zeeuwsche stroomen zelf is dit een veel gebezigd type. Verder is daar de hengst (zie fig. 9) het meest voorkomende, dat vooral van uit de visschersplaatsen langs de Wester-Schelde wordt gebezigd. In de laatste 10 jaar is intusschen het Lemmers-jacht in Zeeland ook veel in gebruik gekomen. Al deze vaartuigen, als hoofdzakelijk dienende voor de oester- en mosselteelt, hebben geen beun. Ook die

voorde garnalenvisscherij gebezigd worden, hebben, in afwijking met die op de Zuiderzee en deWaddenzee, in den regelgeen beun, daar de garnaal dadelijk na de vangst wordt gekookt. Het zijn in den regelalle half gedekte vaartuigen, met eeninhoudvan^ 12—35 M3 bruto. Voor de schelpdieren-cultuur zijn nog verschillende stoom- of motor-korbooten in gebruik (zie fig. 5). Bij de zeevisscherij zijn te noemen: voor de trawlvisscherij: de stoomtrawler (zie ook scheepvaart) en de kotter (zie fig. 7), voor de haringvisscherij: de zeillogger (zie fig. 1) en de bom (zie fig. 6), de stoomliaringlogger (zie fig. 4) en voor de beugvissclierij: de sloep (zie fig. 3). Gedurende een deel van het jaar worden intusschen vele loggers en bommen ook voor de trawlvisscherij en sommige zeilloggers. zoomede de stoomharingloggers, voor de beugvisscherij gebezigd. Daartoe zijn deze dan, evenals de sloepen en de loggers die beugen, van een beun voorzien. Behalveenkelestoomtrawlers,hebben alle andere der voornoemde vaartuigen geen beun. Zie verder bij het art. Nederland: Vischvangst en Visscherij. Al de voor de zeevisscherij gebezigde vaartuigen zijn geheel gedekte vaartuigen met een inhoud van 150 tot 800 M3 bruto.

Visscherij werd reeds in de vroegste tijden beoefend, en hoewel zulks aanvankelijk met behulp van zeer primitieve hulpmiddelen geschiedde, ziet men toch reeds zeer vroeg gebruik maken van eenvoudige netten. Nochthans isheteenopmerkelijkfeit, dat hoewel de techniek en de hulpmiddelen bij de vischvangst in den loop der eeuwen enorm zijn ontwikkeld en toegenomen, getuige de modeme stoomvisscherij, verschillende primitieve vangwerktuigen zich door alle eeuwen heen tot heden gehandhaafd hebben. Hoewel de visscherij een zeer belangrijke tak voor ons volksbestaan uitmaakt, genoot zij tot voor kort, noch bij het publiek, noch bij de overheid hier te lande, de belangstelling, waarop zij, uithoofde van hare beteekenis aanspraak zou mogen maken; eerst in de laatste jaren zijn er teekenen. dat hierin eenige Wijziging begint te komen. Men onderscheidt zoetwater of- binnenvisscherij, kust- en zeevisscherij, waarbij de zoetwatervisscherij zeker als de oudste, de zeevisscherij daarentegen als de belangrijkste aangemerkt mag worden.

Voor bijzonderheden betreffende deze takken van visscherij, zie verder bi] Nederland tm&erViscïvangst; wat de daarvoor gebezigde vischtuigen zelve aangaat onder: Vischtuigen, en voor de vaartuigen onder: V isschersvaartuigen.

Alleen bij de zeevisscherij heeft zich het grootbedrijf ontwikkelt en in het bijzonder bij de stoomtrawlvisscherij, welke voor hare ontwikkeling bijzondere eischen stelt. De groote hoeveelheden aangevoerde visch, hare snelle lossing, verkoop en verzending, noodzakelijk door het spoedig bederf waaraan zij onderhevig is, de noodzakelijkheid om de stoomvisschersvaartuigen spoedig weer te kunnen uitzenden, en de vele artikelen voor hare uitrusting noodig, maken dat de haveninrichtingen aan bepaaide voorwaarden moeten voldoen, om in die eischen behoorlijk te kunnen voorzien. Als gevolg voornamelijk vandeontwikking van dezen tak vanbedrijf, ontstonden danook in de laatste kwart eeuw in het buitenland speciale visscherijhavens, voorzien van vischhallen —overdekte losplaatsen,tevensdienende als markt en verzendstation — onmiddellijk langs de kaden gebouwd, terwijl, meest aandeanderezijde der

Sluiten