Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dln., 1846), „Eustache Lesueur" (1849), „Les états d'Orléans" (1849), „L'académie royale de peinture et de sculpture" (1861), „Etudes sur 1'histoire de 1'art (1864)", „Etudes philosophiques et littéraires (1874) en „Le comte Duch&tel" (1875).

Vitex. Zie KuisMoom.

Viti-eilanden. Zie Fidsji-eilanden.

Vitigis, Wittich of Wittichis, koning der OostGoten, werd in 636 door de krijgslieden als opvolger van Tlieodatus op den troon verheven en trad om zijn gezag te versterken met Mataswintha, een kleindochter van Theodorïk <2ew Groote, in het huwelijk. Na een hevigen strijd werd hij door Belisarius naar het N. gedrongen en moest zich in 539 overgeven. Hij werd vervolgens naar Konstantinopel gezonden en ontving den titel van patricius.

Vitilig-0 (Pigmentatrofié) is een huidziekte, waarbij zich op de huid scherp begrensde, witte, gladde vlekken ontwikkelen, welke steeds grooter worden. Ook het haar, dat op deze plaatsen voorkomt, verliest zijn pigment. De oorzaak van deze ziekte is onbekend; een behandeling ervan is nog niet gevonden.

I Vitis Rob. is de naam van een plantengeslacht, waartoe de wijnstok (V. vinifera) behoort. Het omvat klimmende struiken, die met ranken zijn voorzien en hiermede tegen andere gewassen opklimmen. Zij hebben gelobde, getande of gezaagde bladeren, en kleine, tot trossen vereenigde bloemen. Vooral uit Noord- Amerika zijn onderscheidene Vitissoorten naar Europa overgebracht, waar zij als sierplanten worden gekweekt. Hiertoe behooren V. Labrusca, V. aestivalis, V. riparia, V. Thunbergii, V. Coignetae, V. rotundijolia en V. cahfornica. Zie verder Druif.

Vitré, een stad en arrondissementshoofdstad in het Fransche departement Ille-et-Vilaine, ligt aan de Vilaine en aan den spoorweg van Parijs naar Brest, welke hier een zijtak heeft naar Fougères— Moidrey—St. Michel. Men vindt er een oud kasteel, in het N. en W. ringmuren met ronde torens, een Gotische kerk, ouderwetsche huizen met zuilengangen, een gerechtshof, een bibliotheek enz. He1 aantal inwoners bedraagt (1906) 8 619, als gemeents 10 092. De plaats bezit steengroeven, ijzer- en machinefabrieken, passementfabrieken, linnenfabrie ken enz.

Vltriet, een kunstmatige steensoort, bestaandi uit een laag kunststeen of cement, bevestigd oj glas, wordt in verschillende afmetingen en op ver schillend gekleurd, dikwijls ook versierd glas m dei handel gebracht. Het wordt gebruikt als wandbe kleeding in ziekenhuizen, operatiekamers en als sur rogaat voor gepolijst, edeler gesteente.

Vitringa, Lanibertus Julius, een Nederlandse] schrijver, geboren te Arnhem in 1753, studeerd en promoveerde in de rechten te Franeker, vestigd zich als advocaat te 's Gravenhage en overleed a. daar in 1810. Hij schreef: „Gedachten over de plicl ten der onzijdige mogendheden en haar onderdane enz." (1777), „De eer der Hollandsche natie en va haar wetgevers, rechters en rechtsgeleerden verdi digd enz." (1777) en „De valschelijk ontmaskerd jonge practizijn enz." (1777).

Vitringa| Campegius Lambertus, geboren 1 Elburg den 22stel1 Maart 1786, studeerde en pr< moveerde in de rechten te Harderwijk en vestigt zich als advocaat te Arnhem. Daarna werd hij gri

fier van het kantongerecht te Aalten en ^ teHarderwijk, vervolgens notaris te Nunspt1'. .[ju vens burgemeester van Ermeloo. Hij overlee .gg4. buitenverblijf te Nunspeet den 6deB SeptemD van Hij schreef een „Gedenkschrift" in 4 dee^

welke de laatste drie getiteld zijn: „Staa'cT-,g57^— geschiedenis der Bataafsche Republiek l

Vitringa, Annes Jolian, een

Nederlandsch^en

terkundige, een zoon van den voorgaande, -, r(je te Harderwijk den 298ten September 1827, sti ^ jej. te Amsterdam, te Groningen en te Leiden »y,t teren en werd na zijn promotie in 1853 pr j^oD1 te Gouda, rector te' Enkhuizen, conrector * ■ in te Gouda en in 1862 rector te Deventer. wa» 1864 den titel ontving van hoogleeraar aan n _ ^pe naeum. Van zijn geschriften vermelden wj- eP,0 wijsbegeerte voorgesteld in haar ontwikkel J-;sbe' geschiedenis der filosopliie" (lste deel), „DÉ' , ja'1 geerte vóór Aristoteles" (1855), „Open b mr. C. W. Opzoomer over het doel en de ^order bespiegelende wijsbegeerte"(1855), „Teg ^jddige toestand en plan tot hervorming vat!i e» delbaar onderwijs" (1860), „De emanatie haar invloed op het Christendom" (18t>7), " opvoeding en emancipatie der vrouw" (lobS/i " ]jjl; de Christelijke liefde een nieuw en oorspro iSi beginsel enz." (1870), „De opvoeding des g' jiU1' wenken, inzonderheid voor vrouwen over affl6llscli sehjken omgang met kinderen" (1871), „De^ beschouwd als dierlijk en geestehjk wezen i be„Fransche school en burgerschool" (1873), Vwig7'); zoek bij von Bismarck" (1877), „Darwinia v „Van hemel en aarde" (1878), „Nette »peB* (1878), „De familie Wfflemsen" (1881), f.

boek" (1882), „Moderne Heksen" (1882), >£ortje tob met onze jongens" (1883), „Dons en yag6) e11 (1884), „Oude Ideeën in nieuwe kleedij „Een koningsdroom" (1880), verder vele in tijdschriften. Tot zijn pseudoniemen ^ Jan Holland en Jochem van Ondere. In het . ^ van 1885 deelden de dagbladen mede, dat jei; overgegaan tot de R. Katholieke Kerk naa ^ : ding van het schrijven van „De Woort ver

• Kring", waarin het R. Katholicisme wor «jj]

• heerlijkt. Behalve de genoemde werken s6P eult. onder zijn pseudoniem Jan Holland: v^et

>, Moeten wij wachten totdat de vlam uitslaat » „Pessimistisch optimisme" (1893),

- het rijk der krachten" (1893), „Tages. He

i een uit een paar levensjaren" (1898), „UJ _.

- wen voor vrouwen" (1899), „De geschied 0,jt

- Adam Almens" (1900). In 1890 nam hij ' J slag als rector en vestigde zich te Utreen >

ï hij in 1901 overleed. .

e 'Vitriolen vormen een natuurlijke, is" T"

e groep van mineralen uit de orde der sul»

deze behooren rhombische en monokliene ^r*

- len van de algemeene formule RS04 + 7Ha ^ o n in R een tweewaardig metaal voorstelt. .v;tr n rhombische soorten behooren: bitterzout, .0o°' i- ooi en nikkel vitriool; tot de monokline: ïjze

.e kobaltvitriool en pisaniet. In ruimeren

men tot de vitriolen ook het slechts o i» ri]I ;e water bevattend kopervitriool en het v )- loodvitriool. De vitriolen zijn secundaire' {erjsC> Le gen, ontstaan door de inwerking der atmo f- factoren op de zwavelmetalen. Hun voor

later

Sluiten