Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ste hem in het graafschap opvolgde, doch kinderloos bleef. Zij werd door haar jongere zuster opgevolgd. Deze, gewoonlijk Zirnrte Margriet geheeten, regeerde van 1244 tot 1280 en was in voortdurenden strijd met Holland. Eerst was zij gehuwd met Borchard van Avesnes, daarna met 11 illem van Dampierre, en de voorrang, welke toegekend werd aan de kinderen van laatstgenoemde, gaf aanleiding tot vele twisten. Door tusschenkomst echter van Lodewijk IX van Frankrijk kwam Jan, de oudste zoon uit het eerste huwelijk, in het bezit van Henegouwen, onder de bepaling, dat de kinderen uit het tweede huwelijk haar zouden opvolgen in Vlaanderen. De haat der geslachten Avesnes en Dampierre nam echter toe, nadat het eerstgenoemde in 1299 ook opgevolgd was in Holland en Zeeland, en aan den ouden strijd kwam eerst een einde door het verdrag van 1323, dat Karei IV van Frankrijk tot stand bracht tusschen Willem III, graaf van Holland, en Lodewijk van Nevers, graaf van Vlaanderen. De eerste werd daarbij van alle leenroerigheid ontslagen, terwijl de laatste de landen van Aalst en Waas benevens de Vier Ambachten ontving. Lodewijk de Beier, keizer van Duitschland, bekrachtigde dat verdrag als opperleenheer van Zeeland ten westen van de Schelde.

De Ylaamsche steden, die voortdurend in bloei toenamen, wenschten meer en meer invloed op het bestuur. Reeds de graven van Dampierre waren gedwongen geweest hun vele voorrechten toe te staan. Langzamerhand nam de spanning tusschen de steden en de regeering toe en onder Lodewijk van Nevers barstte een opstand uit, waarin Jacob van Artevelde, de aanvoerder der ontevredenen, met ondersteuning van Engeland aanvankelijk zegevierde. Eerst in 1345 keerde de graaf. die huln ontving van Frank¬

rijk, in zijn land terug, waar later onder Lodewijk van Male, zijn zoon en opvolger, nieuwe volksbewegingen plaats grepen, die hij slechts met moeite bedwong. Zijn eenige dochter huwde met Philips den Stoute, hertog van Bourgondië, en zoo kwam deze na het overlijden van zijn schoonvader (1384) in het bezit van Vlaanderen en het hiermede vereenigde Artois, dat oorspronkelijk tot Vlaanderen had behoord, maar in 1236 door Lodewijk IX tot een graafschap was verheven, waarop ook Frankrijk aanspraak maakte. Doch Philips de Stoute, zelf een zoon van koning Jan van Frankrijk, die voor hem het nieuwe hertogdom Bourgondië had ingesteld, ontving, behalve Vlaanderen en Artois, de heerlijkheid Mechelen en het markgraafschap Antwerpen, die van hem op Jan zonder Vrees en Philips den Goede overgingen. Laatstgenoemde breidde zijn bezittingen steeds uit, in 1429 met het graafschap Namen, in 1430 met de hertogdommen Brabant en Limburg, in 1433 met de graafschappen Holland, Zeeland en Henegouwen. Al die bezittingen, vermeerderd met het hertogdom Luxemburg, vielen in 1467 ten deel aan Karei den Stoute en in 1577 aan zijn dochter Maria, en door haar huwelijk met Maximiliaan, een zoon van keizer Frederik III, aan het Oostenrijksche Huis. Onder Philips den Schoone kwam Vlaanderen met andere Nederlandche gewesten in nadere betrekking tot Spanje. In 1526 moest Frankrijk voor goed afstand doen van de leenheerschappij over Vlaanderen. In den Tachtigjarigen Oorlog nam Vlaanderen aanvankelijk deel aan den opstand, het werd echter weldra door Spanje

bedwongen. Bij den Vrede van Munster (1648) moest laatstgenoemd rijk Staats-Vlaanderen aan de republiek der Vereenigde Nederlanden afstaan. Later verloor het nog Duinkerken, Douai, Rijssel, Grevelingen enz. aan Lodewijk XIV. Sedert 1714 maakte het deel uit van de Oostenrijksche Nederlanden, van 1794—1814 vormde het 2 Fransche departementen, die in 1814 als Oost- en West-Vlaanderen (zie Vlaanderen, Oost en Vlaanderen, West) bij het koninkrijk der Vereenigde Nederlanden werden gevoegd. Door de revolutie van 1830 kwamen zij aan het nieuw gevormde koninkrijk België.

Vlaanderen, Oost. een provincie van het koninkrijk België, omvat het oostelijk deel van het Oostenrijksche graafschap Vlaanderen en grenst in het N. aan de Nederlandsche provincie Zeeland, in het O. aan Antwerpen en Brabant, in het Z. aan Henegouwen en in het W. aan West-Vlaanderen. De oppervlakte bedraagt 3000 v. km., het aantal inwoners (1902) 1056 513, meest tot den Vlaamschen stam behoorende. Het land is in het Z. heuvelachtig, verder vlak, ten deele uit klei, ten deele uit zand bestaande en nagenoeg zonder bosch. Het wordt besproeid door de Schelde, die de Dender en de Lve opneemt. Er loopen kanalen van Gent naar Brugge en naar Ter Neuzen. Het klimaat is vochtig, maar gezond, de bodem is zeer vruchtbaar. Behalve graan worden er koolzaad, vlas, tabak, hop, peulvruchten, moeskruiden, aardappelen en bloemen geteeld, in het land van Waes vooral veel vlas.Dat land. vroeger een dorre heide, is thans een der volkrijkste en

P i , 1 J i.

bestbebouwde gewesten van ^uropa, oeueKi met welvarende dorpen en schoone landhoeven. De veeteelt bloeit er buitengewoon; van hier komen zware trekpaarden. Verder heeft men er landbouw, tuinbouw (vooral rondom Gent) en nijverheid. \ an ouds is er de textielnijverheid beroemd, inzonderheid de vlasspinnerij en de linnenweverij, en deze vindt haar markten te St. Nikolaas, Lokeren, Eecloo en Gent. Laatstgenoemde stad is tevens de hoofdzetel der Belgische katoenspinnerij. De lakenfabrieken leveren meestal grof laken. Men heeft er verder vele papierfabrieken, looierijen, brandewijnstokerijen, oliemolens, hoedenfabrieken, suiker- raffinaderijen, zoutziederijen, stijfsel, speelkaarten*, wasfabrieken enz. In het land van Waes heeft men blokmakerij, om Dendermonde touwslagerij, lucifers om Gerardsbergen, ververijen, te Ronse, zijdefabrieken te Deinze, handschoenen, corsetten en kant in het Z., suikerfabrieken te Moerbeke en Zelzate. Het verkeer wordt bevorderd door talrijke spoorwegen en kanalen. Deze provincie is in 6 distrikten (Aalst, Oudenaarde, Eecloo, Gent, Sint-Nicolaas en Dendermonde) verdeeld en heeft Gent tot hoofdstad.

Vlaanderen, West-, een provincie van het koninkrijk België, beslaat het westelijk gedeelte van het voormalig Oostenrijksch graafschap Vlaanderen en grenst in het N. en N. W. aan de Noordzee, in het O. aan de Nederlandsche provincie Zeeland en aan Oost-Vlaanderen, in het Z. O. aan Henegouwen, en in het Z., Z. W. en W. aan Frankrijk. De oppervlakte bedraagt 3 234 v. km., het aantal inwoners (1902) 828 151, meest tot den Vlaamschen stam behoorend. Het land wordt door de Schelde, de Lye, de Yperle en de User besproeid, in het noorden heeft men het kanaal, dat Gent en Brugge met Nieuwpoort, Ostende en Zeebrugge

Sluiten