Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wereldrecord voor de snelste start.

Naam. Toestel. Datum. J Aanloop. | ! afstand. | tijd.

Santos-Dumont Demoiselle 15 September 1909 70 M. 61/, s.

Paulhan Farman 5 Juni 1910 6l/2 M. 5 s.

Boedapest

Damesrecord.

Naam. Toestel. Datum. Afstand. Tijd.

Hélène Dutrieu Farman 21 December 1910 167 km. 2 u. 33 m.

Etampes

BESTUURBARE LUCHTSCHEPEN.

Wereldrecord voor duur zonder tusschenlanding: „Zeppelin II", 38 uur, 29—31 Mei 1909.

Wereldrecord voor afstand: „Zeppelin II", 1100 km. 29—31 Mei 1909. Reis: Friedrichshafen—Hof Bitterfeld—Eisleben—Göppingen.

Wereldrecord voor snelheid 1909: het Italiaansche militair luchtschip „Ibis" 56—68 km. per uur. — 1910: het Duitsche militair luchtschip „M. II." den 5den Januari 1910, 17 m. per seconde (61 km. per uur).

Wereldrecord voor passagiersaantal: „ZeppelinlII, 16 passagiers, behalve de bemanning, 4 September 1909 Friedrichshafen—Bodensee.

Vliegtoestel. Zie Luchtvaart en Vliegkunst.

Vliegwiel noemt men een zwaar rad van gietijzer of staaldraad, dat op de as van een stoomwerktuig wordt aangebracht en, eens in beweging gebracht, door zijn gewicht een geregelden gang verkrijgt, de raderen over de doode punten brengt en alzoo aan de machine een regelmatige beweging mededeelt. Boulton en Watt hebben regels gegeven voor zijn afmetingen, en het is aan een bepaalde grens van snelheid gebonden.

Vlieland, een der Nederlandsche waddeneilanden, 6091 H. A. groot met 674 inwoners (1910), strekt zich in de richting Z. W.—N. O. over een lengte van 19 km. tusschen het Eierlandsche Gat en het Vlie uit. De Z .W. helft bestaat uit een vlakke, onbewoonde zandplaat, West-Vlieland of de Vliehors geheeten, die voor het grootste deel 12—15 dm. boven hoogwater ligt, de N. O. helft bestaat grootendeels uit een duinketen, die bij het dorp OostVlieland, de eenige plaats op het eiland, het hoogst is. Ten O. van het dorp ligt op den O. hoek van het eiland een kleine haven, die bij laagwater nagenoeg droog valt. Scheepvaart en loodswezen zijn de hoofdmiddelen van bestaan der bewoners; daarnaast ook een weinig vischvangst, landbouw (aardappelen) en veeteelt (geiten en schapen). De pogingen om van Vlieland een badplaats te maken, hebben tot dusver weinig succes gehad.

Oudtijds liepen de duinen op Vlieland door tot het W. einde van de Hors en bestond er in het W. nog een dorp, West-Vlieland geheeten, dat in de 17de en 18ae eeuw door de zee verzwolgen werd. In het W. is n. 1. in de laatste eeuwen het eiland sterk afgenomen; men meent zelfs, dat het eenmaal met Eierland verbonden is geweest. De duinen namen

aan de buitenzijde voortdurend meer af, zoodat de lengte der duinenrij van 17 000 m. in 1722 verminderde tot 12 600 m. in 1795 en 11 000 m. in 1865. Alle woningen van het eiland zijn thans vereenigd in het dorp Oost-Vlieland.

Vlies noemt men een schapenvel met de wol. Ook verstaat men er de afgeschoren wol onder, die nog in den natuurlijken toestand verkeert. In de spinnerij is het de naam van de samenhangende wollaag, welke door de krempelmachine wordt geleverd. Zie ook Gulden Vlies.

Vlies, Gouden. Zie Gulden Vlies.

Vliestroom. Zie Vlie.

Vliesvleug-elig-e insekten (Hymenoptera; zie de plaat) zijn zeer levendige diertjes, die onder het vliegen brommen, een zeer harde huidbedekking hebben en een volkomen gedaanteverwisseling ondergaan. Hun kop is langwerpig en overdwars geplaatst. De twee samengestelde oogen zijn langwerpig; meestal hebben zij drie bijoogen en hun monddeelen zijn tot bijten en likken ingericht. De bovenkaken en bovenlip zijn groot en de onderkaken zijn zacht, de tong eenvoudig, draadvormig, bij eenige soorten als een gesteeld blad, bij andere zeer kort. De sprieten zijn middelmatig van lengte, veelal draad- of borstelvormig, dikwijls geknikt, zelden knotsvormig. De drie borstringen zijn met elkander vergroeid, en de eerste ring is zeer klein. Het achterlijf is zittend of gesteeld, van een legboor of angel voorzien, die meestal in het lijf verborgen is, maar uitgestoken kan worden. Vliesvleugeligen met een lange legboor steken niet, maar wanneer zij een verborgen angel hebben, steken zij gevoelig. Op weinige uitzonderingen na zijn zij alle gevleugeld. De larven hebben pooten en gelijken veel op rupsen of zijn maden zonder pooten. Men kent van deze orde omstreeks 15000 soorten, in drie groepen verdeeld; deze zijn: die der zaagdragers of plantenwespen(Phytospheces) met een zaagvormige legboor, voorvleugels met lancetvormige cellen en achtervleugels met drie wortelcellen, met de familiën der bladwespen (Tenthredonidae), waartoe de groene bladwesp (Tenthredo scalaris Klg.) behoort, en der houtwespen (Sirecidae) met een ver uitstekende legboor en draadvormige voorschenen, met de reuzenhoutwesp (Sirex gigas L.), — die der draaddragers (Eniomospheces) met een gesteeld achterlijf en een draadvormige legboor, als woekerdieren in dieren en

Sluiten