Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarentegen veroorzaken geweldige verwoestingen in de dennenbosschen, koolvelden, ooftgaarden, graan pakhuizen enz. De vlinder, zich in volle pracht uit de onooglijke rups ontwikkelend, was van ouds het zinnebeeld der onsterfelijkheid. Psyche (de geest, het onsterfelijk beginsel) wordt dan ook voorgesteld met vlindervleugels. Er bestaan over de vlinders onderscheidene kostbare plaatwerken in Nederland o. a. dat van Sepp, terwijl in den laatsten tijd Ter Baar een uitstekend werk „Ome Vlinders" heeft uitgegeven.

Vlissingen, zie de (plaat), een gemeente in de provincie Zeeland op het eiland Walcheren, 797 H.tA. groot met (1910) 21 500 inwoners, begrensd door de Westerschelde en de Noordzee en door de gemeenten Koudekerke, Oost- en West-Souburg en Rittem. De bodem bestaat uit min of meer met zand vermengde klei. In het W. vindt men lage duingronden. Tot de gemeente behoort de stad Vlissingen met haar rechtsgebied.

De stad Vlissingen is een uitstekende zeehaven. Zij heeft tweemaal daags een geregeld stoombootverkeer met Engeland, eenige malen daags met Breskens en Terneuzen. Verder is zij het uiteinde van de spoorlijn door Walcheren en Zuid-Beveland, van het kanaal naar Veere, van de stoomtramlijn naar Domburg en Middelburg en van de electrische tramlijn naar Middelburg. In 1315 schonk graaf Willem 111 de stad een haven, die thans nog als oude haven aanwezig is en in 2 takken de binnenstad doorsnijdt. Van 1609 tot 1612, toen de stad werd uitgelegd, werd de oude stadsgracht veranderd in de Oosterof Dokhaven. Van 1867 tot 1873 werden de nieuwe havens ten O. van de stad aangelegd. Zij zijn te zamen ruim 38 H. A. groot. Daarvan beslaat de Buitenhaven 13,4 de Eerste Binnenhaven 6,7 de Tweede Binnenhaven 4.8 en het verlengde kanaal 13,7

H. A. De havenmond is 120 m. breed, de Buitenhaven is bij ebbe 6,7 m., bij vloed 10,3 m. diep. De Binnenhaven is 8,25 m., het kanaal 7,45 m. diep. De Schelde heeft voor Vlissingen een diepte van 20 m. Dubbele schutsluizen geven toegang tot het kanaal Het verkeer tusschen de stad en de haven wordt onderhouden door zoogenaamde pennybootjes. De vestingwerken worden alleen aan de zeezijde onderhouden. Er bestaan plannen deze vestingwerken aanzienlijk te versterken.

Het oosten van de stad, het nieuwe gedeelte, heeft regelmatiger straten dan het oude gedeelte. De voornaamste straat is de Palingstraat. De fraaie huizen staan aan de havens. De Noordzee boulevard biedt een prachtigen aanblik aan over de Schelde en is verdeeld in 3 gedeelten, n. 1. de boulevards De Ruyter, Bankert en Evertsen. Voor den boulevard Bankert bevindt zich de badplaats. Op den boulevard Evertsen vindt men de 2 grootste hotels van Vlissingen n. 1. het Grand-Hotel des Bains en het Strandhotel. Tot de voornaamste pleinen en plantsoenen behooren: de Groote Markt, het Beïlamypark, de Kleine of Ritthemsche Markt, het Elizabeth-Wolffsplein en de Rotonde, een plateau, waaronder zich kazematten bevinden, die thans als wachtkamers voor de verschillende loodsetablissementen worden gebruikt. Op de Rotonde bevindt zich sedert 1894 het standbeeld van De Ruyter, dat in 1841 op het vroegere De Ruytersplein was opgericht In het Bellamypark staat een monument ter herinnering aan Elisabeth Wólff en Agaflia Deken.

In het zoogenaamde burgerhuis aldaar is een gedenksteen ter eere van Jacobus Bellamy geplaatst.

De voornaamste kerk van Vlissingen is de Groote of Sint Jacobskerk, die in 1352 onder graaf Willem van Eenegouwen werd gebouwd en in 1572 aan de Hervormden overging. Een van de armen van het kruis wordt thans gebruikt door de Engelsche gemeente. De kerk bezit een aantal gedenkteekenen en een hoogen toren, die in Sept. 1911 geheel is afgebrand. Verder vindt men er eennieuweHervormde kerk, gebouwdinl860,2Christelijk-Gereformeerde kerken, een Doopsgezinde kerk, een Evangelisch-Luthersche kerk, 2 Roomsch-Katholieke kerken en een synagoge. De voormalige Oostkerk werd na het bombardement van 1809 ongeschikt voor de godsdienstoefeningen verklaard en is thans een ijzergieterij. Het tegenwoordig stadhuis werd in 1733 door A. P. van Dishoeck, als een particulier huis opgericht. Nadat bij het bombardement het toenmalige stadhuis, een van de schoonste gebouwen van het land, verwoest werd, waarbij belangrijke archieven en vele kunstwerken verloren gingen, werd het tegenwoordige gebouw in 1812 door de Fransche regeering aangekocht en in 1818 als stadhuis aan Vlissingen afgestaan. Tot de oude gebouwen behooren verder: het Beeldenhuis, in 1735 door Jan Westerwijk gebouwd en waarvan de voorgevel met zware marmeren beelden is versierd, het vroegere Schuttershof voor de Kolveniers, het huis met den Bosschen toren, het kantoor van het Nederlandsch loodswezen _ en het gebouw Zeemanserve. De Gevangentoren, in 1563 gebouwd, is een overblijfsel van de poort van Oud-

V üssmgen; vroeger was ni] in georuiK uij net Algemeen depöt van Discipline, thans is hij ingericht als oudheidskamer. Van de nieuwe gebouwen noemen wij: het station (1894), de sluiswachterswoning met een toren voor meteorologische waarnemingen, het politiebureau, de zeevaartschool (1907) en de diaconie der Nederduitsch Hervormde gemeente. Een aantal gebouwen staan in verband met het zeewezen, zooals het tonnenmagazijn, het takelmagazijn, 2 arsenalen en een aantal kantoren. Over het kanaal liggen eenige schipbruggen. Vroeger waren de rijksmarinewerven te Vlissingen gevestigd, in 1867 werden deze opgeheven. Vlissingen bezit een gast- en ziekenhuis, een burgerweeshuis en een Roomsch-Katholiek weeshuis.

Scheepvaart en handel zijn van oudsher de voornaamste bronnen van bestaan van Vlissingen geweest. Verder vinden de bewoners een bestaan in visscherij, loodswezen, nijverheid en vreemdelingenverkeer. De scheepsbouw- en werktuigenfabriek van de koninklijke maatschappij De Schelde is een der grootste van Nederland. Sedert 1875 heeft ook de stoomvaartmaatschappij Zeeland haar hoofdzetel te Vlissingen. De stad bezit een duinwaterleiding en een gasfabriek. Het Algemeen depöt van Discipline is te Vlissingen gevestigd.

De oorspronkelijke stad was meer westwaarts gelegen op de plaats waar men nog in het begin van de vorige eeuw het gehucht Oud-Vlissingen aantrof. De naam Vlissingen komt voor het eerst in een oorkonde van 1247 voor. Het oude Vlissingen bloeide reeds vroeg door Scheepvaart en handel, in den loop van de 13de eeuw ontstond het tegenwoordige Vlissingen. In 1489 werd de stad door de inwoners van Sluis overrompeld. Prins Willem I deed in 1571 een mislukte poging om de stad te veroveren, in

Sluiten