Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1572 koos zi] de zijde van den Prins, in 1581 trachtte Parma tevergeefs haar te herwinnen. In 1585 was zij een van de plaatsen, die aan Elizabeth van Engeland in pand werd gegeven, in 1616 werd zij ingelost. In 1600 beproefde Albertus van Oostenrijk tevergeefs d° stad in handen te krijgen, in 1636 trachtte La Motte haar aan de Spanjaarden te brengen. De Engelschen dreigden in 1781 een inval in Vlissingen te doen, de Fransche republiek kreeg in 1795 recht een bezetting in de stad te'leggen,inl807moest Nederland de stad aan de Franschen afstaan. Zij werd in 1809 na een hevig bombardement veroverd door de Engelschen, die echter weldra weder aftrokken. Een aanval der Franschen op de stad in 1814 werd afgeslagen. Behalve Michiel Adriaensz. de Ruyter, werden ook de vlootvoogden Everisen en Bankert, de dichter Bellamy en de schrijfster Elizabeth Bikker te Vlissingen geboren.

Vloed. Zie Getijden.

Vloeddeur. Zie Sluis.

Vloei. Zie Anker.

Vloeibare kristallen. Zie Kristallen.

Vloeispaat (Fluoriet), een mineraal, bestaande uit fluoorcalcium (Ca F12), met 48,85% fluoor en 51,15% calcium, komt in fraai gevormde, regelmatige kristallen voor in klieren en groepen, verder in octaëders, triakisoctaëders, hexakisoctaëders en tetrakis hexaëders en in combinaties daarvan. Ook komt het voor in grof kristallijne massa's, als korrels en vezels. Zijn hardheid bedraagt 4, zijn soortelijk gewicht 3,1—3,2. Zijn kleur is paars, groen, blauw, bruin, geel en wit; het is glasglanzig, doorzichtig tot ondoorschijnend. Het gekleurde vloeispaat vertoont somtijds een fraaie fluorescentie. Als chlorophaan phosforesceert het na bestraling door zonlicht of na verwarming met groenen of blauwen glans. Vloeispaat komt op tal van plaatsen voor, vooral in Saksen, Bohemen en Cornwallis. In Siberië vindt men een soort van vloeispaat, die des nachts licht geeft, wanneer het dit bij daggeruimen tijd heeft opgeslorpt. Reeds vroeg werd deze delfstof gebezigd tot de vervaardiging van prachtige vazen en andere weeldeartikelen. Voorts komt het te pas in glas- en porseleinfabrieken en bij het smelten van koper-, zilver- en ijzerertsen als vloeimiddel, waaraan het ook zijn naam heeft te danken.

Vloeistof Zie Aggregatietoestand.

Vlooien (Puliada) is de naam eener insektenfamilie uit de orde der Tweevleugeligen (Diptera), welke door de geleding harer onderlip duidelijke overeenkomst toont met de Halfvleugeligen (Hemiptera) en door het in drie ringen gescheiden borststuk met sommige Rechtvleugeligen (Orthoptera); doch wegens haar volkomen gedaantewisseling en haar monddeelen wordt zij tot de Tweevleugeligen gebracht.De vlooien hebben een zijdelings samengedrukt, van vleugels verstoken lichaam, kleine ronde, enkelvoudige oogen, zeer korte sprieten en een korte breede vrije onderkaak met lange, vierledige tasters. De gespleten tastervormig gelede onderlip vormt een slurfscheede, waarin drie steekborstels, de beide zaagvormig getande bovenkaken en een ongepaard borstelhaar zich bewegen. De pooten hebben verlengde heupen en breede, samengedrukte dijen; de achterste zijn lang en sterk en geschikt om mede te springen. De vlooien zijn woekerdieren en zuigen bloed. Iedere diersoort, welke door vlooien geplaagd wordt, zooals honden,

katten, eekhorens, marders, egels, mollen, muizen, vledermuizen, hoenders, enz., heeft haar eigenaardige soort van vlooien. De menschenvho (Pulex irritans L.) legt ongeveer 12 groote, langwerpig ronde eieren in turfmolm en zaagspanen en vooral ook in zolderreten. Na verloop van 6 dagen vertoonen zich de witte, ranke van pooten verstoken larven, met een duidelijken kop, sprieten, monddeelen enz. Zij leven van allerlei rottende stoffen, verpoppen na 11 dagen, en na nogmaals 11 dagen komt de vloo te voorschijn. In den winter duurt deze gedaantewisseling zes weken. Men kan de vloo temmen en africhten; in een platte doos ontwent men haar het springen en men spant haar voor wagentjes, enz; zij kan 80-maal haar eigen gewicht voorttrekken. Tot het verdelgen van dit insekt is zindelijkheid het beste middel; ook ververdrijft men het door middel van het bekende insektenpoeder. De huisdieren bevrijdt men er van door hen te wasschen met een afkooksel van tabaksof laurierbladeren of van de groene basten van walnoten. — — De zandvloo (Pulex penetrans L.) is geelachtig en één mm lang. Men vindt haar in de keerkringslanden van Amerika in het zand, maar steeds in de nabijheid van de woningen der menschen en zij voedt zich met bloed. Het bevruchte wijfje boort zich een wijkplaats in de huid van warmbloedige dieren, vooral onder de teenen van den mensch, erlangt een middellijn van 5 mm. en, geeft aanleiding tot de vorming van boosaardige verzweringen. De eieren, welke zich inmiddels ontwikkelen, worden met den etter verwijderd.

Vlookreeften. Zie Amphipoden.

Vloot. Zie Marine.

Vlooten, Cornelis Hendricus, een Nederlandsch godgeleerde, geboren te Utrecht den 13den Augustus 1828, werd in 1853 pastoor bij de Oud-Katholieke gemeente te 's Gravenhage, in 1874 kanunnik van het Metropolitaansch kapittel van Utrecht en in 1875 aartspriester van Rijn- en Delfsland. Van zijn geschriften vermelden wij: „Volksalmanak ter verspreiding van waarheid en deugd voor de Katholieken in Nederland" (7 jaargangen 1858—1864) „Kleine katechismus over de geschiedenis der Katholieke Kerk in Nederland" (1859), „Desiderius Erasmus, de Christelijke weduwe" (1860), „Desiderius Erasmus' Redevoering over het kind Jezus"

(1860), „De Oud-Katholieke Kerk aan het oosteinde van Aalsmeer" (1861), „Desiderius Erasmus' verklaring van de Apostolische Geloofsbelijdenis enz."

(1861), „Esquisse historique sur 1'ancienne Eglise Catholique dans les Pays-Bas" (1861), „Desiderius Erasmus, over de voorbereiding tot den dood"(1862), „De strijd tegen de pauselijke o-nfeilbaarheid en oppermacht, gevoerd door de Oud-Katholieke Kerk van Nederland en op het concilie te Rome in 1870" (1871), „1 April 1572—1872. Een woord aan al de R. Katholieken in Nederland" (3de druk, 1872), „Apostolische reis van den aartsbisschop van Utrecht Henricus Loos in Juli 1872" (1873) en een vertaling uit het Fransch van Reville, getiteld: „De Oud-Katholieken in Nederland" ( 1873). In Januari 1901 verkreeg hij om gezondheidsredenen eervol ontslag. Hij overleed te 's Gravenhage den 6den Juli 1903.

Vlotbrug: is een brug, die rust op in het water drijvende, onderling verbonden balken.

Vloten, Willem Antony van, een Nederlandsch,

Sluiten