Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vocale muziek. Zie Muziek.

Vocalen. Zie Klinkers.

Vochtigheid. Zie Vochtigheidstoestand.

Vochtigheidsmeter. Zie Hygrometer.

Vochtigheidstoestand is bij gasvormige stoffen de benaming voor het gehalte aan water. Men onderscheidt een relatieven en een absoluten vochtigheidstoestand-Terwijl de laatste gemeten wordt door de hoeveelheid waterdamp, uitgedrukt in grammen, welke zich in 1 kub. cm. van het gas bevindt, is de relatieve vochtigheidstoestand de verhouding van de absoluten tot de hoeveelheid waterdamp, welke het gas onder dezelfde verhoudingen van druk en temperatuur zou bevatten, wanneer het ermede verzadigd was. Voor de verschillende methoden, waarop men den vochtigheidstoestand bepaalt, zie het artikel Hygrometer.

Van groote beteekenis voor het klimaat is de vochtigheidstoestand van de lucht. De dampkring bevat altijd en overal een zekere hoeveelheid waterdamp, en wel tengevolge van de verdamping van het water aan de aardoppervlakte. Die hoeveelheid zal des te grooter zijn, naarmate, onder overigens gelijke omstandigheden, de temperatuur hooger is. De absolute vochtigheid neemt af van de kust naar het binnenland en van beneden naar boven; op ± 2 000 m. hoogte is ze reeds tot de helft, op 6500 m. tot 1|10 gedaald. Bij het klimaat speelt evenwel de relatieve vochtigheid de hoofdrol, deze neemt eveneens van de kust naar binnen af, met uitzondering van de O. kust van Azië, van beneden naar boven neemt ze eerst toe en dan af. Als de temperatuur der lucht daalt, stijgt de relatieve vochtigheid, zoodat de lucht ten slotte met waterdamp verzadigd wordt. Houdt de afkoeling nog verder aan, dan moet de waterdamp condenseeren en komt bet tot wolkenvorminer. tot mist en nevel, maar ook

tot regen, sneeuw, hagel, dauw, rijp enz. Dit zal bijv. gebeuren, doordat de lucht zich onder den invloed der warmte met kracht naar boven uitzet, dus voor het ontstaan van opstijgende luchtstroomen; verder doordat een luchtstroom door een bergketen wordt tegengehouden en daardoor tot opstijgen gedwongen wordt, doordat luchtstroomen van ongelijke temperatuur elkander ontmoeten, doordat koude winden vallen in een gedeelte der atmosfeer, dat rijk aan waterdamp is, eindelijk doordat een luchtstroom in aanraking komt met koude voorwerpen (gletschers, ijsbergen). Al deze factoren kunnen aanleiding geven tot het ontstaan van neerslag (zie aldaar, alsook regen, sneeuw enz.).

Vochtmeter of V ochtweger. Zie Areometer.

Voederbieten, noemt men alle tot de plantensoort Beta mlgaris, beboorende wortelgewassen, die worden verbouwd met het doel ze als veevoeder te gebruiken.

Voedercontröle. Zie Landbouwproefstations.

Voedergewassen (zie de platen), zijn die gewassen, welke hoofdzakelijk worden verbouwd voor voedering van bet vee. Ze omvattende bladvrucht e n, die in hoofdzaak worden gecultiveerd om blad en stengel en de knol- en wortelgewassen, die hoofdzakelijk in cultuur worden genomen om huil knollen of wortels. De voedergewassen openen den landbouwer de gelegenheid tot het houden van een grooten veestand zonder het bezit van of zonder de noodzakelijkheid van aanleg van veel grasland en dragen tot een doelmatige vruchtopvolging bij.

Ze nemen vooral in Engeland een belangrijke plaats in den akkerbouw in. Reeds bij de Oude Grieken was de verbouw van voedergewassen, voederbouw genoemd, vrij algemeen. Ze verbouwden vooral lucerne-soorten, Bokhara-klaver, boonen, wikken, erwten en linzen, Lathyrus en mengvoeder (granen en vlinderbloemigen gemengd.) Bij de Romeinen speelde de voeder- of snijrogge een belangrijke rol. Later waren het vooral de Nederlanden, Engeland, Zuid-Frankrijk en de streken langs den Bovenrijn, die de beste voedergewassen verbouwden in een tijd, waarin Noord- en Oost-Europa slechts wei- en hooilanden als bronnen van groenvoeder kenden. Van uit die streken heeft zich vooral onder den invloed van Schubart en Thaer de verbouw van klaver, mangelwortelen en andere voedergewassen over andere streken verbreid.

Tot de voedergewassen behooren vele vlinderbloemigen: roode, witte, Zweedsche bastaard, incarnaaten wondklaver; lucerne, hopperupsklaver, rolklaver, Bokharaklaver, geitenklaver (Galega officinalis L.), esparcette, serradella, Lathyrus sativus L., voederwikken, zandwikken, veldboonen, gele lupinen en gaspeldoorn. Verder koolzaad, koolrapen, raapzaad, knollen, boterzaad, Chineesche radijs, gele mosterd; spurrie, boekweit; gele wortelen, aardperen, mangelwortelen, voederbieten; snijrogge, snijtarwe, snijgerst en snijhavergierst, Sorghum-soorten, maïs,

verschillende soorten van grassen en sympnyvum asperrimum. (Zie de afzonderlijke artikelen en de platen.

Voedermiddelen. Zie Veevoeder.

Voederwikke. Zie Wikke.

Voeding noemt men het geheel van de physiologische verrichtingen, waardoor de organismen de stoffen, die zij voor hun opbouw en hun onderhoud noodig hebben, opnemen en verwerken. De voeding van dieren en planten staat met elkander in verband. De planten nemen uit de anorganische natuur sommige stoffen op, die zij tot bestanddee len van haar eigen lichaam maken (zie Assimilatie), de dieren krijgen hun voedsel uit het plantenrijk (de vleeschetende dieren indirect) en geven de daarvoor gebruikte stoffen aan den bodem en aan de lucht terug,waarna de kringloop opnieuw begint. Het dierlijk lichaam verbrandt de stoffen, d. w. z. veroorzaakt, dat de stoffen zich verbinden met de door het dierlijk organisme opgenomen zuurstof van de lucht. Het ontleedt de eiwitstoffen, vetten en koolhydraten, die de plant uit koolzuur, water en ammoniak gevormd heeft, en doet daarbij weer koolzuur, water en ammoniak ontstaan. Met dezen kringloop van stof gaat een kringloop van kracht hand in hand. De assimilatie geschiedt door de plant alleen bij zonlicht en bij een bepaalden warmtegraad, de verbruikte warmte wordt door de plant als potentiëele energie opgehoopt, die later weer en wel in het dierlijk lichaam in kinetische energie of levende kracht wordt omgezet en zich gedeeltelijk als warmte, gedeeltelijk als mechanische arbeid vertoont. Het dierlijk lichaam heeft ook sommige anorganische stoffen noodig en wel vrije zuurstof, water en sommige zouten. Zie verder Voedingsgewassen en Voedingsmiddelen.

Voedingsbodem. Zie Bacteriologie.

Voedingsgewassen, de door den mensch tot voedsel gebezigde planten, zijn zeer ongelijk over de oppervlakte der aarde verdeeld. Men vindt

Sluiten