Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorbeeld te geven van nederigheid en dienende liefde. Deze zinnebeeldige handeling werd nagevolgd in de Christelijke Kerk. In de Latijnsche Kerk ging zij aanvankelijk verloren, doch herleefde in de Middeleeuwen, zoodat ook nu nog op Witten Donderdag de paus en ook sommige wereldlijke vorsten, n. 1. de keizer van Oostenrijk en de koning van Spanje, de voeten wasschen van 12 of 13 behoeftige of bejaarde personen en hen vervolgens aan de tafel bedienen. Bij het begin der Roomsche plechtigheid wordt het ,,Mandatum novum do vobis" (Een nieuw gebod geef ik u) gezongen, tengevolge waarvan de geheele handeling ook wel met den naam van „Mandatum" bestempeld wordt. De Engelsch-bisschoppelijke Kerk schafte de voetwassching af, maar nog altijd worden zooveel arme mannen en vrouwen als de koning of koningin levensjaren telt in de kapel bij Whitehall met kleederen en levensmiddelen begiftigd en tevens met zoovele geldstukken, als het aantal dier levensjaren bedraagt. In de Grieksche Kerk, vooral in de kloosters en aan het Hof, heeft een soortgelijke plechtigheid plaats op Donderdag voor Paschen. Zij is ook nog lang in gebruik gebleven bij enkele Doopsgezinde gemeenten, en tot 1830 in de Moravische broedergemeente.

Voetzweet, een overmatige afscheiding van zweet aan de voeten, komt meestal voor bij personen van middelbaren leeftijd, zelden bij kinderen en bij oude menschen. Deze afscheiding wordt niet veroorzaakt door een ziekelijke gesteldheid van het lichaam, en de meening, dat de maatregelen, waardoor deze last tegengegaan wordt, een ziekte zouden veroorzaken, berust op een dwaling. De onaangename reuk van het voetzweet ontstaat, doordat het door bacteriën in vluchtige vetzuren ontleed wordt. Sterk zweetende voeten zijn, wegens de week een dunne opperhuid, de gestadige vochtigheid der voetbekleeding en de door verdamping gewekte sterke afkoeling, licht blootgesteld aan ontsteking, vooral tusschen de teenen. Ook hebben door voetzweet kousen en schoenen veel te lijden. Deze kwaal wordt het best tegengegaan door dikwijls schoone kousen aan te trekken, lichte, dunne schoenen te dragen, die de verdamping toelaten, 's avonds de voeten in lauw water te baden en 's morgens een poeder, bestaande uit 3 deelen salicylzuur, 10 deelen stijfselmeel en 87 deelen talk, in de kousen, op de voeten en tusschen de teenen te strooien. Ook kan men de voeten inwrijven met een zalf, bestaande uit 2 deelen salicylzuur en 98 deelen talk, of ze met een oplossing van formaliae (10—20%) bestrijken.

Vogel, Margaretha de. Zie Roosenboom.

Vogel, Cornelis Johannes de, een Hollandsch landschapschilder, werd geboren te Dordrecht den 29aten December 1824 en overleed aldaar den 91,611 Mei 1879. Hij was een leerling van Hendrik Frederik Verheggm. Werken van zijn hand bevinden zich hier te lande o.a . in het Rijksmuseum te Amsterdam.

Vogel, Jacob, gewoonlijk Vogel von Glarus genoemd, een Zwitsersch dichter en boekhandelaar, geboren te Glarus den lldcn December 1816, was reeds vroeg werkzaam is een fabriek, reisde op 21jarigen leeftijd in Zwitserland en Frankrijk en stichtte na zijn terugkeer te Glarus in 1843 een boekdrukkerij, waarmee hij later ook een uitgeverszaak verbond. Hij deed o. a.: „Die poetische Nationalliteratur der deutschen Schweiz" (1866—1876) in

het licht verschijnen. Verder schreef hij: „Gedichte" (14<"« druk, 1890), „Gedichte" (1874), „Bilder aus den Alpen" (1874), en „Stille Lieder" (1875), alsmede een groot aantal puntdichten onder de titels: „Raketen", Taranteln", Wilde Kastanien" en „Birkenzweige". Buitendien schreef hij nog: „Erinnerungen aus dem Klöntal" (6de dmk, 1889), „Wilde Rosen" (1888) en „Meine Heimat" (1893). Hij overleed te Glarus den 228ten April 1899.

Vogel, sir Julius, een Britsch-Australisch staatsman, ontving zijn opleiding aan de London University School en aan de Royal School of Mines, vertrok in 1861 naar Nieuw-Zeeland, was van 1866—1869 lid van het provinciaal bestuur van Otago sedert 1863 lid van het Huis van Afgevaardigden en sedert 1869 van het ministerie van NieuwZeeland. Hij is de grondlegger van de thans nog gevolgde politiek in Nieuw-Zeeland Het grootsche plan een Engelsch,, Polynesie" te vormen, ging eveneens van hem uit, het ontwerp van de New-Zealand and Polynesian Company, dat dit plan trachtte te bereiken, werd echter door de Engelsche regeering verworpen. Nadat Vogel lid en leider van verschillende ministeries was geweest, was hij van 1876 tot 1881 gevolmachtigde der regeering van Nieuw-Zeeland te Londen. Hij keerde vervolgens naar NieuwZeeland terug, werd weder lid van het Huis van Afgevaardigden en in 1884 minister. Als zoodanig moest hij echter in 1887 zijn ontslag nemen. Na dien tijd leefde hij verarmd als een gebroken man te Hillersdon bij Londen. Hij overleed den 12<len Maart 1899. Van zijn geschriftten vermelden wij: „Official Handbook of New-Zealand" (1875).

Vogel, Hermann Wilhelm, een Duitscli beoefenaar der photoehemie, geboren, te Dobrilugk den 26sten Maart 1834, studeerde te Berlijn in de scheien natuurkunde, werd in 1858 assistent van Rammelsberg en Dove en in 1860 aan het mineralogisch museum te Berlijn. Onderzoekingen over den kristalvorm van het zilver en zijn verbindingen brachten hem tot de studie der photografie. In 1863 promoveerde hij te Göttingen op een dissertatie over de gesteldheid der zilverhaloïdezouten. Hij stichtte in 1864 de Photografische Vereeniging te Berlijn, waaruit in 1869 de Vereeniging tot de bevordering van de Photografie ontstond. In 1864 aanvaardde hij een leerstoel voor photoehemie aan de nijverheidsacademie te Berlijn, bestuurde in 1865 de internationale photografische tentoonstelling te Berlijn, werd lid der jury op verschillende Wereldtentoonstellingen, nam in 1868 deel aan de expeditie naar Aden tot waarneming der zonsverduistering, alsmede aan de expeditie naar Egypte, verder, op uitnoodiging van de Amerikaansehe National Photographic Association, aan het congres te Cleveland (Ohio), reisde in het noorden der Unie en in Canada en nam in het laatst van 1870 deel aan de expeditie naar Sicilië ter waarneming van de zonsverduistering onder de leiding van Lockyer, alsmede in 1875, op uitnoodiging van de Royal Society, aan een dergelijke expeditie naar de Nicobaren en in 1886 naar Rusland. Zijn onderzoekingen strekten zich uit over alle deelen der theoretische en praktische photografie. Sedert 1873 hield hij zich vooral bezig met spectraalphotografie en spectraalanalyse en ontdekte in 1878 de ultraviolette waterstoflijnen. In het laatst van zijn leven legde hij zich vooral toe op de waarneming van kleuren, in 1885 stelde hij een nieuwe photochro-

Sluiten