Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groepen en wel: de staart is langer dan het lichaam (Saururae, Archaeomiihes of oervogels), de staart is korter dan het lichaam (Ornithurae, Neomithes of jongere vogels). De laatste groep verdeelt men in: vogels met een borstbeen zonder kiel (Ratitae of s t r u i s v o g e 1 s) en vogels met een borstbeen met een kiel (carinatae). De c irinatae worden weer in 9 groepen verdeeld, n. L:

1. Roofvogels (Rapaces) met krachtige zitvoeten met sterke, gekromde klauwen; met een haakvormig omgebogen bovensnavel, die van een washuid is voorzien.

2. Hoenders (Gallinae) met sterke zitvoeten met platte graafnagels; plomp lichaam, korte, afgeronde vleugels; sterken, iets naar beneden gebogen snavel waarvan de bovensnavel breeder is dan de ondersnavel.

3. Duiven (Columbae), met zwakke, gespleten voeten; met een rechten, zwakken samengedrukten snavel, op het gewelfde bovengedeelte met een hoornachtige scheede bedekt, geen uitpuilende snavelranden, de basis met een zacht vlies bekleed, ■waarin onder een klep de neusopeningen zijn geplaatst.

4. Klimvogels (Scansmes), met klimvoeten en een krachtigen snavel.

6. Zeilers (Macrochires), met een snavel van verschillende lengte, zwakke voeten, benedenarm en hand langer dan de opperarm.

6. Papegaaien (Psitlaci), met een sterken, krommen snavel en klimvoeten.

1. Muschvogels (Passeres), met een snavel zonder washuid, verschillend van lengte, terwijl de voeten eveneens verschillend zijn.

8. Waadvogels (Grallae), met waadpooten, een langen snavel en een langen hals.

9. Zwemvogels (Natatores), met zwem- of roeipooten, een korten snavel en korte pooten.

Vno-nla. Jsidnnus. een Nederlandse!) psycho-

loog, werd in 1860 te Beek en Donk geboren, trad in 1877 te Mariendaal in het noviciaat der Jezuïeten-orde, studeerde in de wijsbegeerte aan het college te Oudenbosch van 1881—1884 en was van 1884—1888 leeraar aan het seminarium te Kuilenburg. Van 1888 tot 1892 zette hij zijn studie voort, thans in de theologie, aan het college te Maastricht, werd in 1891 tot priester gewijd, was een jaar werkzaam in België, en trad daarna tot 1897 op als docent in de wijsbegeerte te Oudenbosch. In 1899 werd hij professor der leerstellige godgeleerdheid te Maastricht. Thans woont hij te 'sGravenhage. In afzonderlijke uitgave verschenen van hem: „Vraagstukken der zielkunde" (1898), „Onstoffelijkheid en onsterfelijkheid"(1902) „Moderne Christenen" (1906).

Vogelsang, Hermann, een Duitsch geoloog, geboren te Minden den 11(len April 1838, studeerde te Bonn, vestigde zich in 1864 als privaatdocent te Bonn en werd in 1866 professor aan de polytechnische school te Delft, waar hij den 6den Juni 1874 overleed. Hij heeft veel bijgedragen tot de bevordering van de mineralogische en geologische mikroskopie. Hij leverde daarover opstellen in de „Archives Néerlandaises" en schreef voorts: „Ueber die mikroskopische Struktuur der Schlacken undBfiziehungen zur Genesis der krystallinischen Gesteine" (1864), „Die Vulkane der Eifel, in ihrer Bildungsweise erklart" (1864), „Philosophie der Geologie und

mikroskopische Gesteinsstudien" (1867), „Ueber die Systematak der Gesteinslehre" (1867), „Ueber die natürlichen Ultramarinverbindungen" (1873) en „Die KrystaHiten" (1875).

Vogelsberg. Zie Vogelgebergte.

Vogelspin. Zie Mygale.

Vogelvangst. Het vangen van vogels geschiedt op velerlei wijze. Patrijzen, korhoenders, snippen en velerlei watervogels, inzonderheid ganzen en eenden, worden met het geweer vervolgd, laatstgenoemde ook veel in eendenkooien (zie Eendenkooi) gevangen. Verder bezigt men lijmroeden, wachtelfluitjes, paardeharen strikken (vooral voor lijsters), vinkennetten, strik- en slagnetten, den tieras, een vierkant net tot het vangen van lijsters, veldhoenders enz. en allerlei soort van knippen. De vogelvangst heeft echter lang niet meer dezelfde beteekenis als vroeger. In de meeste landen zijn verschillende bepalingen uitgevaardigd, die ten doel hebben de vogels te beschermen (zie Vogelbescherming).

Vogelvlucht. Zie Vogelperspectief.

Vogel von Falkenstein, Eduard, een Pruisisch generaal, geboren in Silezië den 5den Jar nuari 1797, was aanvankelijk bestemd voor den geestelijken stand, maar trad in 1813 in dienst bij het Pruisische leger, verwierf bij Montmirail door zijn dapperheid het IJzeren Kruis en werd tot eersten luitenant bevorderd. Later diende hij bij het topografisch bureau en bij den generalen stat en stichtte op last van koning Friedrich Wilhelm het instituut voor glasschilderkunst te Berlijn. Als majoor voerde hij bevel bij het straatgevecht te Berlijn den 18den Maart 1848, waar hij gewond werd. Na den Deenschen veldtocht voerde hij bevel over een bataillon, in 1850 werd hij chef bij den generalen

staf over het 3ae korps, m löOi Kolonel, m ±oou commandeur van de 2de gardeinfanteriebrigade en in 1858 van de 5de divisie. Bij het uitbreken van den oorlog tegen Denemarken (1864) werd hij chef van den generalen staf, vervolgens bevelhebber der troepen en daarna gouverneur van Jutland, verwierf de Orde pour le Mérite en zag zich vervolgens belast met het opperbevel over het 7de armeekorps. In 1866 commandeerde hij de Pruisische operatiën tegen de Bondstroepen. Nadat hij het koninkrijk Hannover in bezit genomen had en de Hannoversche armee door de capitulatie bij Langensalsa machteloos was gemaakt, rukte hij op naar Fulda, trok over het Rhöngebergte, leverde aan de Beierschen bloedige gevechten en bezette weldra Franfort aan den Main. Niettemin werd hij, omdat hij niet volkomen naar zijn instructiën gehandeld had, van het commando over het Mainleger ontzet en tot commandant in Bohemen benoemd. In het najaar van 1866 werd hij bevelhebber van het l8te armeekorps en zag zich in 1867 door Koningsbergen afgevaardigd naar den Noord-Duitschen Bond. In 1868 verloor hij plotseling zijn commando. In Juli 1870 werd hij gouverneur-generaal der Duitsche kustprovinciën, daarna gouverneur van Koningsbergen en nam in 1873 zijn ontslag. Hij overleed den 6den April 1886 te Dolzig. In 1889 werd het 66»te regiment naar hem genoemd.

Vogel von Vogelstein, Karl Christian, een Duitsch schilder, geboren den 2(>ten Juni 1788 te Wildenfels in het Ertsgebergte, bezocht de academie te Dresden, was van 1808—1812 werkzaam te

Sluiten