Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tischen vergleichenden Anatomie" (met E. Yung, 2 dln., 1885-—1894) en „Aus meinem Leben" (1896). Hij overleed te Genève den 5den Mei 1895.

Vogt, Nils Collett, een Noorsch dichter, geboren den 25aten September 1864 te Christiania, brak in 1887 zijn rechtskundige studiën af en vertoefde van 1881-—1890 te Kopenhagen en van 1892— 1897 in Italië. Van zijn hand verschenen de dichtbundels: „Digte" (1887), „Fra Vaar til Höft" (1894), „Musik og Vaar" (1896) en „Det dyre Bröd" (1900). Verder schreef hij de novellen: „Familiensorg" (1889) en „Harriet Bloch" (1902) en het realistische treurspel „To Mennesker" (1904).

Vogtland, vroeger Voigtland (Terra advocatorum), is de naam van de landstreek, die het Z. W. van het distrikt Zwickau, de beide vorstendommen Reusz, het ambt Weida (Weimar), het ambt Ronneborg (Altenburg), het arrondissement Ziegenrück (Pruisen) en het arrondissement Hof (Beieren) omvat. Het werd, als rechtstreeksche bezitting van den Duitschen keizer, door voogden bestuurd en ontleende hieraan zijn naam.

Vog"iié, Charles Jean Melchior, graaf de, een Fransch oudheidkundige, geboren den 18den October 1829 te Parijs, legde zich reeds vroeg op de studie van de geschiedenis der godsdiensten en van de Oostersche kunst toe en volbracht van 1853— 1854 en in 1861 en 1862 (met Waddirujlon) wetenschappelijke reizen in Syrië en Palestina. In 1868

werü li ij lui van de Academie des Inscnptions. In

t ctn-t 1 1 ?? 1. . ■ , , . r i

.ieu. weru nij Qenoema tot atta«ne Dij het Iransch gezantschap te Konstantinopel, welke betrekking hij tot 1875 bekleedde. Daarna werd hij gezant te Weenen en nam in Februari 1879, na het aftreden van Mac Mahon, zijn ontslag. Van zijn geschriften vermelden wij: „Les églises delaTerre-Sainte"(1859), „Le temple de Jérusalem" (1864—1865), „L'architecture civile et religieuse du Ier au vi« siècle dans la Syrië Centrale" (2 dln., 1865—1877), „Mélanges d'archéologie orientale" (1869), „Inscriptions sémitiques" (1869—1877), „Syrië, Palestme, Mont Athos. Voyage au Pays du passé" (2de druk, 1849), en „Histoires orientales" (1879). Verder schreef hij een biografie van Villars (2 dln., 1888), wiens mémoires hij ook uitgaf (6 dln., 1884—1904).

Vogtié, Eugène Melchior, vicomte de, een Fransch schrijver, een neef van den voorgaande, geboren den 24a«e° Februari 1848 te Nizza, was van 1871 —1882 in diplomatieken dienst, vertegenwoordigde van 1893—1898 het distrikt Toulon in de Kamer van Afgevaardigden en behoorde vanaf 1882 tot de vaste medewerkers aan de „Revue des Deux Mondes." De opstellen daarin en in het„Journal des Débats" geplaatst, verzamelde hij in een aantal bundels. De meest bekende daarvan zijn: „Syrië, Palestine, mont Athos" (1876), „Le fils de Pierre le Grand" (1884), „Le Roman russe" (3de druk, 1892), zijn hoofdwerk, dat in hooge mate de aandacht trok, „Histoires d' hiver" (1885), „Souvenirs et visions" (1887), „Spectacles contemporains" (1891), „Regards historiques et littéraires" <1892), „Heures d' liistoire" (1893) en „Devant le siècle" (1895). In 1897 verscheen de sensationeele liefdesroman „Jean d'Agrève", terwijl ook de, deels cultuurgeschiedkundige, deels staatkundige romans: „Les morts qui parient" (1899) en „Le maitre de la mer" (1903) groot succes hadden. Hij overleed den 24"el1 Maart 1910 te Parijs. "■ ""

XV

Volgt, Johann Karl Wilhelm, een Duitsch delfstofkundige, geboren den 20"ten Februari 1752 te Allstedt, studeerde te Jena in de rechten, vervolgens te Freiburg in de mineralogie, onderzocht vooral de vorming van basalt en andere vulkanische gesteenten, reisde met een wetenschappelijk doel in het hertogdom Weimar en in het bisdom Fulda, vergezelde als natuurkundige den hertog van Weimar op zijn tochten, ontving den titel van bergraad en overleed den l"en Januari 1821. Van zijn geschriften vermelden wij: „Mineralogische Reisen" (2 dln., 1781—1785) „Mineralogische Beschreibung des Hochstifts Fulda" (1783), „Handbuch der praktischen Gebirgskunde" (1792), „Mineralogische Reisen nach den Braunkohlenwerken und Basalten in Hessen" (1802), „Geschichte der Steinkohlen. Braunkohlen und des Torfs" (2 dln., 1802, en „Geschichte des llmenauer Bergbaues" (1820).

Voigt, Johannes, een Duitsch geschiedschrijver, geboren den 27»ten Augustus 1786 te Bettenhausen in het hertogdom Saksen-Meinirgen, studeerde te Jena eerst in de godgeleerdheid, daarna in de geschiedenis en letteren, vertrok in 1809 als leeraar naar het paedagogium te Halle, vestigde zich in 1812 aldaar als privaatdocent, werd in 1817 professor te Koningsbergen en overleed aldaar den 238ten September 1863. Hij schreef: „Hildebrand als Papst Gregor VII und sein Zeitalter" (1815, 2de druk, 1846), „Geschichte des Lombardenbunds" (1818), „Geschichte Preuszens" (9 dln., 1827—1839), „Codex diplomaticus prussicus" (6 dln., 1836—1861), „Briefwechsel der Berühmtesten Gelehrten des Zeitalters der Reformation mit Herzog Albrecht von Preuszen" (1841), „Die westfalischen Femgerichte in Bezug auf Preuszen" (1836), „Handbuch der Geschichte Preuszens bis zur Reformation" (3 dln., 1841—1843), „Geschichte desTugendbundes"(1860),' „Markgraf Albrecht Alcibiades von Brandenburg, Kulmbach" (2 dln.. 18521 en ..Geschichte des Bent

schen Ritterordens" (2 dln., 1857—1859).

Voigt, Georg, een Duitsch geschiedschrijver, een zoon van den voorgaande, geboren te Koningsbergen den 5den April 1827, studeerde aldaar in de letteren en in de geschiedenis, werd in 1852 custos aan de universiteitsbibliotheek, vertrok in 1855 naar München, om onder leiding van Syiel de uitgave der „Handelingen" van den Duitschen Riiksdasr te redi-

geeren, werd in 1860 hoogleeraar te Rostock en in 1866 te Leipzig. He schreef: „Die Wiederbelebung des klassischen Altertuins" (1859), „Enea Silvio dei Piccolomini als Papst Pius II und sein Zeitalter" (3 dln., 1856—1863), „Die Kyffhausersage" (1871), „Die Geschichtsschreibung über den Schmalkaldischen Krieg" (1874) en „Moritz von Sachsen" (1876). Verder gaf hij de „Denkwürdigkeiten des Minoriten Jordanus von Giano" (1870) uit. Hij overleed te Leipzig den 18dei1 Augustus 1891.

Volgt, Anthon Didericli, een Nederlandsch zeeofficier, geboren te Wijhe in Overijsel den 21aten Maart 1798, ontving, nadat hij reeds vroeg zijn ouders verloren had, aanvankelijk zijn opleiding op de school van Anna Maria Moens, trad reeds vroeg in zeedienst, werd krijgsgevangene in Engeland, was tegenwoordig bij het bombardement van Algiers en onderscheidde zich vooral ais luitenant lste klasse gedurende de Belgische onlusten op de Schelde aan boord van „De Komeet", gecommandeerd door Jan Coenraad Koopman, die daaromtrent bijzonderhe-

43

Sluiten