Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en „Das Steinsalzgebirge von Lüneburg" (1866). Vooral ook heeft liij zich verdienstelijk gemaakt door het ouderlijk huis van Goethe in 1862 te koopen, te restaureeren en aan het Freie Deutsche Hochstift onder voorwaarde van onderhoud ten geschenke te geven. Sedert 1892 bewoonde hij den burcht Sonnenblick bij Sulzbach, waar hij den 18dcn October 1897 overleed.

Volhynië of Wolynië, een gouvernement in het Z. W. van Rusland, ontstond in 1797 uit het Poolsche woiwodeschap van dien naam en uit eenige gedeelten van het aloude woiwodeschap Kiew. Tot 1669 hadden bij afwisseling Russen, Tataren, Lithauërs en Polen om het bezit van dit gewest gestreden, maar na dien tijd bleef het geruimen tijd aan Polen onderworpen. Het hedendaagsche gouvernement Volhvnië heeft een oppervlakte van 71 852 v. km. en wordt begrensd door de gouvernementen Grodno, Minsk, Kiew en Podolië, alsmede door Polen en Galicië. Zijn zuidelijk gedeelte is door uitloopers van de Karpaten heuvelachtig, hier en daar rotsachtig, en bereikt bij Kremenez een hoogte van 402 m., in het noordelijk gedeelte, dat tot het Polessjegebied behoort, vindt men uitgestrekte moerassen en veengronden. De rivieren behooren meest tot het stroomgebied van de Pripet. De bodem bevat porseleinaarde, pottenbakkersklei, graniet, grafiet en in de nabijheid van Dubno gelen barnsteen. Van den bodem wordt 37,5% voor bouwland, 32% voor bosch, 18,2% voor wei- en hooiland gebruikt, terwijl 12,3% onbebouwd blijft. Behalve landbouw, veeteelt en boschbouw wordt er visscherij, jacht en ooftteelt uitgeoefend. De nijirorWirl atant nn een laeen traD. Het aantal inwo¬

ners bedraagt 2 989 482. De belangrijkste handelssteden zijn Dubno, Shitomir, Ostrog en Radsiwilow. Het gouvernement is verdeeld in 12 arrondissementen, de hoofdstad is Sjitomir.

Volk (Populus) noemt men een deel van de menschheid, dat door afstamming, taal, zeden en beschaving bij elkander behoort. Meestal maakt men verschil tusschen volk en natie (zie aldaar) en verstaat alsdan onder een volk alle tot één staat behoorende burgers. Ook duidt men met volk wel de lagere volksklassen aan. Verder vormt volk als het geregeerde deel een tegenstelling met de regeering.

Volk, Het, Dagblad voor de Arbeiderspartij, verscheen voor het eerst den 31sten Maart 1900. Het stond aanvankelijk onder hoofdredactie van Mr. P. J. Troelstra, later van nu wijlen P. J. Tak, thans onder een collectieve redaktie, van wie de politieke redakteuren zijn W. H .Vliegen, J. J. de Eoode en J. F. Ankersmit. De voornaamste medewerkers zijn: F. M. Wïbaut (Economische kroniek), L. Eeyernuins (Hygiënische kroniek), H. Spiekman, Li. Kuyper en anderen. Er is een geïllustreerd politiek-satiriek wekelijksch bijblad aan verbonden, vroeger „Zondagsblad", thans „Notenkraker" geheeten, onder redaktie van Ed. Polak en met als voornaamsten teekenaar Albert Hahn. De abonnementsprijs is 10 cent per week, met „Notenkraker" 15 cent. Het blad is het eigendom der Sociaal Democratische Arbeiderspartij, wier congres jaarlijks de redacteuren benoemt. Het wordt beheerd door een door het Partijbestuur benoemde commissie. De tekorten van het blad zijn gedekt deels door extra-contributie der partij, deels door vrijwillige bijdragen, deels door

jaarlijksche donaties aan een waarborgfonds.

Volkelt, Jóhannes, een Duitsch wijsgeer, geboren den 21sten Juli 1848 te Lipnik, studeerde te Weenen, Jena en Leipzig, vestigde zich in 1876 te Jena als privaatdocent en werd in 1883 benoemd tot gewoon hoogleeraar in de wijsbegeerte te Bazel, in 1889 te Würzburg en in 1894 te Leipzig. Uitgaande van Hegel, sloot hij zich later meer aan bij Schopenhauer en v. Hartmann en trachtte hij verder een critische metaphysica op te stellen. Met veel succes wijdde hij zich ook aan aesthetische studiën. Zijn werken zijn: „Pantheismus und Individualismus im System Spinozas" (1872), „Das Unbewuszte und der Pessimismus" (1873), „Die Traumphantame" 1875), „Der Symbolbegriff in der neuesten Asthetik" (1876), „lm. Kants Erkentnistheorie nach ihren Grundprinzipien analysiert" (1879), „Über die Möglichkeit der Metaphysik" (1884), „Erfahrung und Denken. Kritische Grundlegung der Erkenntnistheorie" (1886), „Franz Grillparzer als Dichter des Tragischen" (1888), „Vortrage zur Einführung in die Philosophie der Gegenwart" (1892), „Asthetische Zeitfragen" (1895), „Asthetik des Tragischen" (2de druk, 1906), „Arthur Schopenhauer" (34« druk, 1907), „System der Asthetik" (dln. 1, 1905), „Die Quellen der menschlichen Gewiszheit" (1906) en „Zwischen Dichtung und Philosophie. Gesammelte Aufsatze" (1908). Ook is hij mederedacteur van de „Zeitschrift für Philosophie und philosophische Kritik."

Volken (Volcae) is de naam van een Keltisch volk in Gallië, dat de vlakke kust tusschen de Rhdne

_ ' .. -r • 1 TT- 11

en de J^yreneeen aan .Ligunscne en neriscne vumsstammen had ontrukt. Zij bestonden uit twee afdeelingen, welke tot hoofdsteden Nemausus (Nimes) en Tolosa (Toulouse) hadden. In de^ laatste plaats bevond zich het nationale heiligdom, in welks heiligen vijver een schat van 15 000 talenten lag, welke door den Romeinschen proconsul Caepia in 106 v. Chr. werd buitgemaakt. In 118 werden zij, nadat een gedeelte het land had verlaten, door de Romeinen onderworpen.

Volkenkunde (Ethrwgrafie of Ethnologie) noemt men die wetenschap, welke de eigenschappen van de groote, natuurlijke bestanddeelen van de menschheid (stammen, volkeren, rassen) behandelt. Meestal verstaat men onder ethnografie alleen de beschrijving en de classificatie, onder ethnologie de vergelijkende onderzoekingen over ras, afstamming, zeden, geestelijk leven enz. De grondslag van de volkenkunde wordt gevormd door de anthropologie (zie aldaar), de aardrijkskunde (zie aldaar) en vooral door een van de onderdeelen van laatstgenoemde wetenschap, de anthropogeografie. Als wetenschap ontstond de volkenkunde eerst in de 19de eeuw. Vooral door de oprichting van een aantal vereenigingen, door tijdschriften en door museums is de volkenkunde geworden, wat zij thans is. Doordat zij de meeste andere wetenschappen als hulpwetenschap noodig heeft, is haar gebied veelomvattend en haar beoefening moeilijk. In de eerste plaats houdt zij zich bezig met de geografische verdeeling en de verdeeling volgens rassen, verder met de oorspronkelijke woonplaatsen en de verandering van woonplaats, alsook met de raseigenschappen. De kenmerken, naar welke het mensclielijk geslacht in rassen ingedeeld wordt, kan men onderscheiden m anatomische, physische, physiologische en physiog-

Sluiten