Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nomische. In den loop der tijden heeft men een aantal indeelingen beproefd, zonder dat echter een enkele algemeen aangenomen is (zie Menschenrassen). Tegenover deze natuurlijke kenmerken staan andere, zooals bijv. taal, godsdienst, zeden en gewoonten. Deze kan men niet als een natuurlijk kenmerk beschouwen, daar zij niet overgeërfd zijn, maar aangeleerd worden en bij volkeren, evenals bij individuen, aan verandering onderhevig zijn. Ook de geestelijke en zedelijke aanleg van een volk behooren hiertoe. Wanneer een volk in een aantal van deze kenmerken overeenstemt, dan vormen deze te zar men het nationale karakter. Verder moet de ethnoloog pathologische afwijkingen, die met het klimaat of met het ras in verband kunnen staan, in het oog houden.

Met betrekking tot de taal heeft men eerst op de verwantschap van de talen van twee volken te letten Verder op de geografische uitbreiding, de betrekking tusschen niet verwante, in sommige opzichten overeenstemmende talen, het schrift, het talstelsel, maten en gewichten, de tijdrekening enz. Op het gebied van den godsdienst bestudeert de ethnoloog de kosmogonische voorstellingen en stelsels van de volken, hun verklaring van natuurverschijnselen, hun geloof aan geesten en goden, de voorstellingen van een ziel en een toekomstig leven, den fetisj-, reliquien- en afgodendienst, het sjamanisme, het polytheïsme, het dualisme en het monotheïsme, de verschillende sekten, deneeredienst.hetbijgeloof enz. Verder vergelijkt hij de zeden en gewoonten van verschillende volken, bijv. de behandeling en de positie der vrouw, de gebruiken bij geboorte, huwelijk en dood, de wijze van oorlogvoeren, de begroetingen, de sieraden, de kleeding, de wijze van voeding, de woningen, de organisatie van familie, maatschappij, staat enz., de rechtsverhoudingen, het bezit enz.

De volkenkunde is in de eerste plaats vergelijkend. Vooral de bestudeering van de eenvoudigste volken, dus van de zoogenaamde natuurvolken, is voor het inzicht in het wezen van hoogere volken van het meeste belang. De wetenschap, die zich meer inzonderheid met het geestelijk leven van de verschillende volken bezighoudt, noemt men volr kenpsychologie (zie aldaar).

Als eenige der belangrijkste werken, welke de volkenkunde in haar geheelen omvang behandelen, kunnen genoemd worden die van Peschel, „Völkerkunde" (7de druk, 1897), Müller, „Allgemeine Ethnographie" (2de druk, 1879), Ratzel, „Völkerkunde" (2de druk, 1894), Froienius, „Völkerkunde in Charakterbildern" (2 dln., 1902), Schurtz, „Völkerkunde (in Klars „Die Erdkunde, Weenen, 1903), Achelis, „Moderne Völkerkunde" (1896), Lampert, „Die Völker der Erde" (1902), Knox, „The races of men" (2de druk, 1862), Wood, „Natural history of man" (1870), Maury, „La terre et 1'homme" (5de druk, 1891), Keane, „Ethnology" (2"e druk, 1901), Keane, „The world's peoples" (1908) en Deniker, „The ] races of men" (1900). Te Leiden verschijnt sedert 1 1888 het „Internationales Archiv für Ethnographie" 1 van J. D. E. Schmeltz, terwijl het „Geographisches Jahrbuch" van Wagner een geregeld critisch over- ] zicht der literatuur geeft. ]

Volkenpsychologie heeft, in tegenstelling ( tot de individueele psychologie, welke zich met i het zieleleven van den afzonderlijken mensch be- t

zighoudt, tot taak de bijzondere vormen, waarin zich de verschijnselen van het geestelijk leven der menigte uiten, na te gaan en er de wetten van te formuleeren. De op zich zelf staande mensch bijv. zou zeker geen taal hebben. Maar even zeker is het, dat deze niet door een willekeurige overeenkomst geschapen is. Zij heeft zich integendeel volgens psychologische wetten door het onderling verkeer der afzonderlijke individuen ontwikkeld.

De naam en de taak van dezen tak van wetenschap werd het eerst vastgesteld door Lazarus in zijn opstel „Über den Begriff und die Möglichkeit einer Völkerpsychologie" (1861). Na hem is het vooral Wundi geweest, die deze wetenschap op monumentale wijze heeft uitgebreid. Volgens hem heeft de volkenpsychologie tot taak het onderzoek van „den mensch in alle verhoudingen, welke buiten de grenzen van het individueele bestaan vallen en op de geestelijke wisselwerking als haar algemeene voorwaarde teruggevoerd kunnen worden." Zij houdt zich daarom bezig met de taal, de mythen en zeden. Zij staat in elk opzicht in nauwe betrekking tot de wetenschappen van den menschelijken geest (taalwetenschap, geschiedenis der zeden en van het recht, vergelijkende godsdienswetenschap), welke haar de feiten leveren, die zij op haar beurt van psychologisch standpunt uit tracht te verbinden en te verklaren.

Volkenrecht of Internationaal recht (Jus gentium, Jus internationale) noemt men de rechtsbeginselen, welke de onderlinge betrekking der verschillende staten regelen. Men onderscheidt een algemeen of ivijsgeerig en een praktisch of positief volkenrecht-, het eerste berust op de natuurlijke rechtsbegrippen, die algemeen door de beschaafde landen aangenomen worden, het laatste op verdragen, door verschillende staten gesloten, of op vaststaande gewoonten in het onderling verkeer. Praktisch Europeesch volkenrecht noemt men inzonderheid die regels, waaraan de staten, en wel in de eerste plaats de Christelijke staten van Europa en de door hen beheerschte en gekoloniseerde landen van andere werelddeelen, verplicht zijn zich te houden. Sedert 1856 is ook Turkije in de gemeenschap van het Europeesch volkenrecht opgenomen. De Noord-Amerikaansche Unie heeft zich niet onvoorwaardelijk verplicht naar deze bepalingen te handelen; bij die omtrent de kaapvaart heeft zij zich bijv. niet aangesloten. De verdragen, waarop het Europeesch volkenrecht voornamelijk berust, zijn de Vrede van Westfalen van 1648, de Vrede van Utrecht van 1713, de Weener Congresacte van den 9den Juli 1815 de zoogenaamde Heilige Alliantie van den 25®,en September 1815, het Conferentieprotocol van Aken van den 24®ten Mei 1818, de Vrede van Parijs van 1856, de Conventie van Genève van 1864, de Conventie van Petersburg van 1868 het Verdrag van Berlijn van 1878 de Kongoacte van 1885 en de Antislavernijacte van 1890 (zie ook Vredesconferentie). Verder zijn er een aantal verdragen, betrekking hebbende op handel en scheepvaart gesloten en moeten de internationale post- en telegrafieverdragen hier genoemd worden.

Het volkenrecht onderscheidt zich van het gewone recht daardoor, dat er een gemeenschappelijke rechterlijke autoriteit ontbreekt, en dientengevolge de praktische toepassing grootendeelsvandemachtsverhouding van de staten afhangt. In den laatsten tijd heeft men dikwijls de beslissing van een scheids-

Sluiten