Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter werden de uitgaven steeds slechter; ofschoon de houtsneden meer en meer afsleten, moesten zij toch telkens weer dienst doen, ook wel eens voor verhalen waarvoor zij in het geheel niet bestemd waren; aan den tekst werd weinig zorg besteed, somtijds werden gedeelten, die de goedkeuring van ■de kerkelijke censoren niet hadden verkregen, zoo maar weggelaten; de taal werd wel eenigszins gemoderniseerd, maar behield toch den kinderlijken ■eenvoudigen verhaaltrant, ouderwetsche woorden en uitdrukkingen bleven bewaard en de boeken werden meestal gedrukt op grauw koffiepapier. Zij daalden af tot de lagere kringen van de maatschappij en kregen toen den naam volksboeken. Behalve de romans, die bewerkt zijn naar een berijmden ridderroman, bezitten wij er in onze taal een groot aantal, die uit een andere taal, vooral uit het Latijn en het Fransch zijn vertaald. Omwerkingen in proza van oude rijmromans zijn bijv.: „Historie van de vier Heemskinderen", „Die schoone historie van Malegijs", „Schoone historie van Margarieten van Lijmborch", „Schoone historie van Huyghe van Bourdeus", „Historie van Floris en Blanchefleur", „Een schoone ende miraculeuze historie van den Ridder metter Swane", „Den droeflijcken strijtopten Berch van Roncevale in Spaengen geschiet", waarvan slechts een gedeelte in proza is overgebracht, terwijl groote stukken den rijmvorm hebben behouden, „De historie van Reinaert de Vos", „Seghelijn van Jeruzalem en „Borchgravinne van Vergi." Tot de vertaalde volksboeken behooren o.a.; „Die schooneende die suverlicke Historie van Apollonius van Thyro", „Die historie van die seven wijse mannen van Romen", „Historiën van Troyen", „Godevaert van Boloen", „Historie] van der goeder vrouwen Griseldis," „Een schoone historie van Alexander van Metz", „Wonderlijcke historie van de verduldige Helena van Constantinopolen" deze (laatste drie ook onder den titel „Der Vrouwen peerle"), „Roman van Valentijn en Ourson", „Historie van Genoveva", „Historie van den vromen ridder Parijs", „Melusyne", „Historie van Buevijne van Austoen", „Warachtige historie van heer Frederick van Jennen in Lombardije", „Historie van Virgilius", „Historie van Fortunatus", „Historie van Tijl Uilenspiegel" en „Warachtige historie van Johannes Faust."

Volksbond. Zie Afschaffingsgenootschappen.

Volksdichtheid. Zie Bevolkingsstatistiek.

Volksdrachten. Zie Kleederdrachten.

Volksetymologie noemt men de verbastering, die een ongewoon klinkend woord dikwijls ondergaat, wanneer de spraakmakende gemeente dit woord niet begrijpt en het in verband brengt met een haar bekend woord en het daarnaar herschept Meestal worden vreemde woorden op deze wijze veranderd, soms ook inheemsche. Zoo werd mutsaard tot mosterd in: hij weet, waar Abraham den mosterd haalt, zoo werd velodpide wielpeerdje, teacosy theekous enz.

Volksfeesten zijn zoodanige feesten, waaraan het geheele volk, inzonderheid zij, die tot de lagere klassen behooren, kunnen deelnemen. De meest verbreide en oudste volksfeesten zijn die, welke in verband staan met de verschijnselen, die de afwisseling van de jaargetijden begeleiden en met het natuurleven. Zoo vierden verschillende volken bijv. feest bij het aanbreken van de lente, bij het zaaien, bij het oogsten enz. Meer tot enkele

volken of deelen van volken zijn de volksfeesten beperkt, die hun oorsprong aan een of ander belangrijk feit te danken hebben, zooals de Guy FawkesDay in Engeland, de feesten ter herinnering aan een veldslag of aan een belangrijk persoon, die bij een troonsbestijging enz. De wijze, waarop een feest gevierd wordt, staat in nauw verband met het volkskarakter en is zeer verschillend. De Grieken hadden hun kampspelen, de Spanjaarden hebben hun stierengevechten, de Engelsclien hun wedrennen. Sommige feesten zijn uit maatschappelijke instellingen ontstaan, zoo bijv. de gildefeesten en de jaarmarkten. De volksfeesten stonden vroeger veel meer dan tegenwoordig in nauw verband met den godsdienst. Vooral de heidensche godsdiensten waren rijk aan feesten, die met vele plechtigheden gepaard gingen. Een aantal Christelijke feesten zijn voortzettingen van de oude heidensche, zooals bijv. het Paasch-, Pinkster- en Kerstfeest.

Volkshoogescholen, inrichtingen, welke de hoogere vorming van de breedere volksmassa beoogen, hebben zich van Scandinavië uit verspreid. De eerste Noorsche Folkehöjskoler werd in 1844 door Severin Grundtvig te Rödding gesticht. Vooral na 1864 vond deze wetenschappelijke vorming ingang in Denemarken; daarna verspreidde zij zicli ook over Noorwegen (1864), Zweden (1868) en Finland (1869) In Denemarken bestonden op het einde der 19de eeuw reeds 70 volkshoogescholen, welke jaarlijks door ongeveer 5 000 leerlingen werden bezocht. De inrichting daarvan loopt zeer uiteen. Het bezoek beperkt zicli meestal tot de wintermaanden. Dikwijls werken zij samen met vereenigingen voor volksleeszalen, wandelvoordrachten enz. Buiten haar eigenlijk vaderland viel dit streven naar hooger onderwijs voor de breedere lagen van het volk samen met die der university extension (zie aldaar). Is deze echter meer berekend op de eigenlijke stadsbewoners, gene houdt meer rekening met de verhoudingen ten platten lande.

Volksinitiatief noemt men de in Zwitserland rechtens bestaande instelling, dat een bepaald aantal burgers aan de wetgevende macht te kennen kan geven, dat het volk de behandeling van bepaalde wetsvoorstellen verlangt.

Volksknnde. Zie Folklore.

Volksleger noemt men een leger, dat zoodanig ingericht is, dat de geheele weerbare bevolking onder de wapens geroepen kan worden. In staten met zulk een leger bestaat algemeene weerplicht; men heeft er alleen militiekader, geen vrijwilligers. Alle weerbare burgers komen bij tusschenpoozen in dienst. Dergelijke volkslegers bezitten Zwitserland en Noorwegen. Zie Leger.

Volkslied is in het algemeen de naam van elk lied, dat door het volk uit het geheugen gezongen wordt. De grens tusschen volksfied en kunstlied is niet scherp te trekken; vele liederen van kunstdichters zijn tot echte volksliederen geworden (zie verder Lied). Ook geeft men aan de nationale hymnen, de liederen, die uitdrukking geven aan de liefde van het volk voor het vaderland, den naam van volksliederen (zie Nationale Hymnen).

Volksmenner of Demagoog noemt men iemand, die in onrustige tijden zich aan het hoofd van het volk plaatst en vooral door zijn redevoeringen, veel invloed op het volk weet te verkrijgen. Het woord heeft een ongunstige beteekenis. Demagoog,

Sluiten