Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„M. Tullii Ciceronis pro Caelio Oratio ad Judices, et optimos codices denuo collatos" (1887), „Les problèmes musicaux d'Aristote" met medewerking van F. A. Gevaert (1903).

Vollmar, Georg von, een Duitsch sociaal-democraat, geboren te München den 7aen Maart 1860, ontving zijn opvoeding in een klooster der Benedictijnen, werd vaandrig in een regiment Beiersche kurassiers en nam in 1866 als luitenant deel aan den oorlog tegen Pruisen. In het daarop volgende jaar verliet hij den Beierschen dienst en werd vrijwilliger in het pauselijk leger. Weldra keerde hij naar zijn vaderland terug, bezocht een polytechnische school en zag zich geplaatst bij de algemeene dicrectie der Beiersche spoorwegen. Gedurende den FranschDuitschen oorlog van 1870—1871 was hij ambtenaar der telegrafie bij het leger, werd bij Blois zwaar gewond en ontving dientengevolge pensioen. Zijn studiën gedurende zijn ziekte voerden hem op godsdienstig, staatkundig en sociaal gebied tot het radicalisme. Hij voegde zich in 1876 bij de sociaal-democraten en werd in 1877 redacteur van de „Dresdener Volkszeitung". Weldra werd hij tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld. In 1879 begaf hij zich naar Zürich, studeerde er aan de universiteit en bezocht in 1880 de école de droit te Parijs. Na zijn terugkeer in zijn vaderland was hij van 1883—1889 lid van den Saksischen Landdag en van 1881—1887 van den Rijksdag. Sedert 1890 is hij weer lid van den Rijksdag, sedert 1893 ook van den Beierschen Landdag. Hij behoort tot de gematigde richting van zijn partij. Hij woont te Soiensasz aan het Walchenmeer. Behalve vele opstellen in dagbladen en onderscheiden naamlooze geschriften leverde hij: „Der gegenwartige Stand der Waldschutzfrage" (1880), „Der isolierte soziale Staat" (1880) en „Waldverwüstung und Uberschwemmung" (1884).

Vollmöller, Karl, een Duitsch beoefenaar van de Romaansche philologie, geboren te Ilsfeld (Württemberg) den 16dcn October 1848, wijdde zich eerst aan den koophandel, bezocht daarna het gymnasium te Stuttgart, studeerde sedert 1870 te Tübingen, Bonn, München, Berlijn en Parijs, reisde in Frankrijk, Spanje, Engeland en Italië, vestigde zich in 1875 als privaatdocent te Straatsburg en werd in 1877 buitengewoon hoogleeraar te Erlangen en in 1881 gewoon hoogleeraar in de Romaansche talen te Göttingen. In 1891 nam hij zijn ontslag en vestigde zich te Dresden. Hij schreef: „Kürenberg und die Nibelungen" (1874), bezorgde uitgaven van: „Der Münchener Brut. Gottfried von Monmouth in franz. Verzen des 12 Jahrh." (met „Konrad Hofmann, 1877), „Poema del Cid" (1879) en „Octavian" (1883). Verder leverde hij: „Sammlung französischer Neudrucke" (9 dln., 1881—

1889), „Romanische Forschungen" (thans 24 dln., sedert 1883) en „Kritischer Jaliresbericht über die Fortschritte der romanischen Philologie" (sedert

1890).

Volmaaktheid is, in betrekkelijken zin, de overeenstemming van een individu met het zuivere (ideale) type van het geslacht of de soort. In volstrekten zin verstaat men er de vereeniging onder van het grootst mogelijk aantal eigenschappen in zoo hoog mogelijke mate, bij gelijktijdige afwezigheid van alle (inwendige) grenzen of belemmeringen voor haar ontplooiing. Het is deze volmaaktheid, welke Spinoza als grondeigenschap aanneemt in de

substantie, waaruit in zijn stelsel al het zelfstandig bestaande is opgebouwd. Bij den mensch onderscheidt men, naar de verschillende zijden van zijn natuur, een lichamelijke, zedelijke en geestelijke volmaaktheid, waarbij men dan, op het voetspoor van Leibniz, aanneemt, dat het vermogen om zich te vervolmaken een wezenlijke eigenschap van het mensch elijk wezen is.

Volmacht. Zie Mandaat.

Volney, Constantin Franfois de Chasseboeuf, graaf, een Fransch schrijver en reiziger, geboren te Craon in Anjou den 3den Februari 1757, studeerde te Parijs in de oude (vooral Oostersche) talen, volbracht van 1783 tot 1787 een reis naar den Levant en Egypte, welke hij beschreef in zijn: „Voyage en Syrië et en Egypte (2 dln., 1787) en werd in 1789 gekozen tot lid van de Nationale Vergadering. Daar hij zich tegen het schrikbewind van Robespierre verzette, werd hij in hechtenis genomen en bleef tot den 9den Thermidor (gedurende 10 maanden) in den kerker opgesloten. Na het herkrijgen van zijn vrijheid werd hij hoogleeraar in de geschiedenis aan de Ecole normale. In de jaren 1795 tot 1798 reisde hij in Amerika en schreef zijn: „Tableau du climat et du sol des Etats Unis d' Amérique." Na zijn terugkeer in Frankrijk bevorderde hij de revolutie van den 18aen Brumaire en verkreeg zitting in den Senaat. Later benoemde Napoleon hem tot graaf en tot commandeur van het Legioen van Eer, Lodevrijk XVIII verhief hem tot pair. Volney overleed den 25Bten April 1820. Zijn hoofdwerk: „Les ruines, ou méditations sur les révolutions des empires" (1791, laatste druk, 1904) is in alle beschaafde talen overgezet, verder schreef hij: „La loi naturelle" (1794), „Le?ons d'histoire prononcées a 1'école normale" (1794; nieuwe uitgave, 1810) en „Recherches nouvelles sur 1'histoire ancienne" (3 dln., 1814 —1815). Zijn „Oeuvres complètes" (182Ö, nieuwe druk, 1836) zijn in 8 deelen in het licht verschenen en zijn „Oeuvres choisies" (1846) in een deel.

Volo, Volos of Golos, de hoofdstad van de Grieksche nomos Magnesia en van de eparchie Volo, ligt aan de evenzoo genoemde Golf in de Egeesche Zee, te midden van tuinen en uitgestrekte olijfwouden, en is met Larissa en Kalabaka door een spoorweg, met Piraeus door een geregelden stoomvaartdienst verbonden. Als havenstad van Thessalië ontwikkelt zij zich meer en meer. Er is veel uitvoer van graan, vee, tabak, leer, zijde, olie, sesamzaad en wol. De stad is de zetel van een bisschop. Men vindt er een postkantoor, een gymnasium met een museum van oudheden, een rechtbank en 16 232 inwoners. De Turksche stad op een heuvel in het N. W. is bijna geheel verlaten, de nieuwe stad aan de zee neemt snel in bloei toe. Den 10aen April 1823 werden hier een antal Turksche schepen door de Grieken vernield, den li"1611 April 1824 behaalden de Turken een overwinning op Grieksche opstandelingen.

Volontair of Vrijwilliger noemt men dengene, die een dienst vrijwillig op zich neemt zonder daarvoor belooning te ontvangen, men geeft bijv. dien naam aan leerlingen op koopmanskantoren, bij de belastingen, bij den boekhandel enz., die bij hun patroons werkzaam zijn ten behoeve van hun vorming en niet om geld te verdienen. Volontair bij het leger is de zoodanige, die zich tot den krijgs-

Sluiten