Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„La bible enfin expliquée" (1776) enz. In Februari 1778 bezocht de vierentachtigjarige Vollaire voor de laatste maal Parijs, waar hij met eerbewijzen werd overladen, maar ook, wellicht door overspanning, ziek werd en den 308ten Mei van dat jaar overleed. De geestelijkheid aldaar weigerde hem een kerkelijke begrafenis en de abbé Mignot, die zijn stoffelijk overschot in de abdij van Scellières had doen bijzetten, ontving een bestraffing. In 1791 werd zijn gebeente naar het Panthéon, overgebracht. In 1890 werd te Ferney een standbeeld voor hem opgericht.

Voltaire was een wijsgeer, een geschiedkundige, een tooneel- en romanschrijver, soms ook een staatsman.In zijn wijsgeerige werken bestrijdt hij werkelijke of gewaande dwalingen en vooroordeelen vaak op een bijtenden toon, doch dikwijls ook met een onkunde, die zich achter geestrijkheid verschuilt. Hij richt zijn aanvallen dikwijls tegen het Christendom, maar ook tegen het atheïsme, want hij geloofde aan een persoonlijken God. De vrijheid van den wil werd aanvankelijk door hem aangenomen, later geloochend; evenzeer wisselde zijn meening omtrent de onsterfelijkheid van de ziel af. Als staatsman vond hij de Engelsche grondwet beter dan alle andere. De leus „Vrijheid en Gelijkheid" is van hem afkomstig; het eerste beteekende bij hem alleen afhankelijkheid van de wet, het laatste gelijkt' rechten voor alle burgers van den Staat. Het verschil van stand hield hij voor noodzakelijk, doch hij verwierp voorrechten, die alleen op geboorte berustten. Hij verwachtte geen heil van een revolutie van onderen op, doch van de hervormingen van een verlichte regeering. In zijn geschiedkundige tafereelen. hoe voortreffeMik ook van vorm,

ontbreekt nauwkeurigheid. Ofschoon in het bezit van een rijken schat van kennis, bleef hij oppervlakkig, en als onkunde hem niet tot onjuistheid vervoerde. dan geschiedde dit dikwijls door zijn leven¬

dige verbeelding en door zijn haat jegen het Christendom en de Kerk. Een geschiedkundig meesterstuk is zijn „Histoire de Charles XII". Zijn „Essai sur le siècle de Louis XIV" munt uit door rijke stof en een aantrekkelijke voorstelling. Van zijn gedichten hebben de epigrammen de meeste waarde, zijn kleine romans en verhalen, meestal op satirieken toon geschreven, zooals „Zadig", „Candide", „Jeannot et Colin", „Babouc", „Cosi Sancta", „La princesse de Babylone", „L'ingénu" enz., munten uit door een welgekozen mengeling van ernst en luim, keurigheid van stijl en aanschouwelijkheid van voorstelling. De meeste zorg echter besteedde hij aan zijn treurspelen, toch heeft hij de hoogte van Corneille en Rarine niet bereikt. Van zijn blijspelen heeft „L'enfant prodigue" de meeste waarde. Van de talrijke uitgaven van zijn werken, waarvan de brieven een groot deel uitmaken, noemen wij die van Beaumarchais, Condorcet en Decroix (70 dln., 1786—1789), van Beuchot (72 dln., 1829— 1841), Furne (13 dl.,1835—1838), Barré (20 dln., 1856—1859), Hachette (40 dln., 1859—1862; nieuwe druk, sedert 1900), Didot (13 dln., 1859)ten Molund (52 dln., 1877—1885). Zijn briefwisseling'vindt men het volledigst in de uitgave van Moland.

Voltameter is de naam van een toestel, waarmee men de sterkte van een galvanischen stroom bepaalt en wel door middel van de hoeveelheid water, welke in een bekend tijdsverloop door dien stroom wordt ontleed. Hij bestaat uit een flesch

met wijden mond, luchtdicht door een kurk gesloten, waarin zich water, vermengd met eenig zwavelzuur, bevindt. Door de kurk gaan twee geïsoleerde platinadraden, die in de flesch eindigen in platinaplaten. Worden die draden in verbinding gebracht met de polen van een galvanische batterij, dan ontleedt de stroom het water in zuurstof en waterstof, die in belletjes opstijgen en zich in het bovenste gedeelte tot knalgas vermengen. Dit laatste ontwijkt door een in de kurk aangebrachte glazen buis en wordt in een andere, in graden verdeelde glazen buis boven het water opgevangen. Als eenheid van stroomsterkte nam Jacoln die van een stroom, aan welke in een minuut een kubieke c.m. knalgas van 0° C. en van een spanning van 760 mm. ontwikkelde. De thans meest gebruikte eenheid, de ampère (zie aldaar), ontwikkelt in 1 minuut 10,44 cm3, knalgas. Nauwkeuriger resultaten krijgt men, wanneer men den stroom, die gemeten moet worden, door een oplossing van salpeterzuurzilver of zwavelzuur koper leidt en de hoeveelheid van het metaal, die aan den negatieven pool afgezet wordt, weegt. Een stroom van 1 ampère scheidt in 1 minuut 67,09 mg. zilver en 19,68 mg. koper af.

Voltampère. Zie Electrische eenheden.

Volta, Zuil van. Zie Galvanisch Element.

Voltcoulomb of Joule. Zie Joule.

Volte noemt men in de rijkunst de zwenkingen in een kleinen kring, die men het paard laat doen om het lenig en behendig te maken. Bij de geivone volte beschrijven de voor- en achterpooten slechts één hoefslag, bij de traversvolte zijn de achterpooten het bewegelijke middelpunt, waarom het voorste deel

den kring bescnnjlt, dij ae renversvoue gesciueui net omgekeerde.

In de schermkunst is de volte een bepaalde beweging om de stooten van de tegenpartij af te weren.

In het kaartspel verstaat men onder volte de kunstgreep om de kaarten zóó door te steken, dat een zekere kaart op een bepaalde plaats komt te liggen.

Voltelen, Florentius Jacóbus, een Nederlandsch geneeskundige, geboren aan de Kaap de Goede Hoop den 21"tcn Januari 1754, bezocht de Latijnsche school te 's Hertogenbosch, studeerde eerst in de theologie en promoveerde in 1778 in de geneeskunde, waarna hij zich te Utrecht wijdde aan de praktijk. Weldra verwierf hij een'gouden eerepenning door zijn verhandeling over de braakmiddelen en werd in 1784 eerst buitengewoon en kort daarna gewoon hoogleeraar te Leiden. Hij overleed reeds den 2aen Augustus 1795, na zijn dood verscheen zijn zeer gewaardeerde „Pharmacologia universa (3 dln., 1797—1800).

Völter, Daniël, een godgeleerde, van Duitsche afkomst, geboren den 14ael1 September 1855 te Eszlingen, vestigde zich in 1884 als privaatdocent te Tubingen, werd in 1885 hoogleeraar aan het Luthersch seminarium te Amsterdam en in 1886 gewoon hoogleeraar aan de stedelijke universiteit aldaar. Van zijn hand verschenen: „Die Entstehung der Apokalypse" (2de druk, 1885), „Der Ursprung des Donatismus" (1883), „Die Komposition der Paulinischen Hauptbriefe"(lBte dl., 1890), „Die ignatianischen Briefe, auf ihren Ursprung untersucht"

(1892), „Das Problem der Apokalypse" (1893), „Petrus Evangelium oder Aegypter—Evangelium"

(1893), „Der Ursprung des Mönchtums"k (1900),

Sluiten