Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der partijen niet in het geding-is opgekomen, en von- ( nissen op tegenspraak, waarbij beide partijen ver- ( schenen zijn. Verder onderscheidt men vonnissen, ( waarbij het geding geheel beëindigd wordt (eind- 1 vonnissen) en vonnissen, die slechts een bepaald ge- 1 schilpunt beslissen zonder aan het geding een einde ] te maken (incidenteele vonnissen). Het Wetboek i van Burgerlijke Rechtsvordering maakt nog afzon- i derlijk melding van praeparatoire en interlocutoire { vonnissen (art. 46). Voor praeparatoir worden gehouden vonnissen en bevelschriften, welke gegeven zijn tot instructie der zaak en welke strekken om het proces in staat van wijzen te brengen, zonder dat zulks op de zaak ten principale van eenigen invloed kan zijn. Voor interlocutoir worden gehouden vonnissen en bevelschriften, waarbij de rechter, alvorens recht te doen, een bewijs, een onderzoek of een instructie beveelt, waarvan de beslissing der zaak zelf afhankelijk kan zijn. Praeparatoir is b.v. een vonnis, waarbij verstek wordt verleend, interlocutoir een vonnis, waarbij een getuigenverhoor, een onderzoek door deskundigen of een verhoor op vraagpunten wordt gelast. Tegen vonnissen, die niet in het hoogste ressort gewezen zijn, staan verschillende rechtsmiddelen open. Men zie hierover appèl, cassatie, requeslciviel, revisie, verstek.

Voogdij. Minderjarigen, die niet staan onder ouderlijke macht (zie aldaar), staan onder voogdij. Voogdij komt dus te pas bij wettige kinderen, indien een der ouders is overleden of het huwelijk der ouders om andere redenen is ontbonden. Onwettige minderjarigen staan altijd onder voogdij. In elke voogdij is een voogd en een toeziende voogd. Wettige kinderen staan, indien een hunner ouders overleden is, van rechtswege onder voogdij van den langstlevende der ouders, voor zoover deze niet van de ouderlijke macht is ontheven of ontzet. Is het huwelijk tusschen de ouders door echtscheiding ontbonden, dan bepaalt de rechter, die de scheiding heeft uitgesproken, ten aanzien van ieder kind wie der ouders — behoudens het geval, dat deze beiden van de ouderlijke macht zijn ontheven of ontzet —- daarover de voogdij zal uitoefenen. Een onwettig kind staat van rechtswege onder de voogdij van den meerderjarigen vader of de meerderjarige moeder, die het heeft erkend, tenzij deze van de voogdij mocht zijn uitgesloten of de voogdij mocht hebben verloren, of wel een ander mocht zijn belast met de voogdij tijdens de minderjarigheid van den vader of de moeder, die het kind erkend heeft of voordat dit erkend was. Is de erkenning door beide ouders geschied, dan wordt degene voogd, die het kind het eerst erkend heeft; geschiedde de erkenning door beiden gelijktijdig, dan de vader. Ieder der ouders, die de ouderlijke macht of de voogdij over een of meer zijner kinderen uitoefent, heeft het recht een voogd over die kinderen te benoemen voor het geval, dat na zijn overlijden de voogdij niet aan den anderen der ouders behoort. Deze benoeming kan geschieden bij testament of bij uitsluitend daartoe opgemaakte notarieele akte. Zijn beide ouders overleden of verhinderd de voogdij uit te oefenen en is niet door hen op de zooeven vermelde wijze in de voogdij voorzien, dan wordt een voogd benoemd door den kantonrechter, die daarover zoo mogelijk de bloedverwanten of aangehuwden van den minderjarige raadpleegt (zie familieraad). De benoeming geschiedt op verzoek van de bloedverwanten, schuldeischers of andere belanghebbenden

of ook ambtshalve door den kantonrechter. De door den rechter benoemde voogd moet den eed afleggen, dat hij de aan hem toevertrouwde voogdij naar behooren en getrouwelijk zal waarnemen. De voogdij kan niet alleen worden opgedragen aan natuurlijke personen, maar ook aan vereenigingen, stichtingen of instellingen van weldadigheid, wier statuten, stichtingsbrieven of reglementen duurzame verzorging van minderjarigen voorschrijven. Hij die tot voogd is aangewezen, is in 't algemeen verplicht de voogdij op zich te nemen; slechts enkele gronden, door de wet uitdrukkelijk opgesomd (art. 434 Burg. Wetb.) geven aanleiding tot verschooning, b.v. 60jarige leeftijd, zware ziekte, het hebben van 5 wettige kinderen. Vrouwen kunnen sinds 1905 tot voogdes worden benoemd, maar zijn niet tot aanneming verplicht. Van de voogdij zijn uitgesloten krankzinnigen, minderjarigen, onder curateele gestelden en zij die uit de ouderlijke macht of voogdij over den minderjarige zijn ontzet. De rechtbank kan een voogd van zijn ambt ontzetten om ongeveer dezelfde redenen, die aanleiding kunnen geven tot ontzetting uit de ouderlijke macht (zie aldaar); deze redenen zijn in art. 437 Burg. Wetb. opgesomd en de procedure tot ontzetting is in de daarop volgende artikelen geregeld. De ontzetting kan gevraagd worden door den toezienden voogd, een der bloedverwanten of aangehuwden van den minderjarige tot den vierden graad ingesloten, den voogdijraad of het Openbaar Ministerie. De taak van den voogd is ongeveer dezelfde als die van de ouders,die de ouderlijke macht uitoefenen. Hij is belast met de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van den minderjarige, vertegenwoordigt hem bij burgerlijke handelingen en beheert zijn vermogen. Hij staat daarbij onder toezicht van den toezienden voogd. Deze wordt benoemd door den kantonrechter en moet in handen van dezen den eed afleggen, dat hij zijn plicht deugdelijk en getrouwelijk zal waarnemen. Omtrent de verplichting tot aanvaarding, de redenen van uitsluiting en de ontzetting geldt hetzelfde als bij den voogd. De toeziende voogd is verplicht tot het waarnemen der belangen van den minderjarige, wanneer deze met die van den voogd in tweestrijd zijn; hij moet toezien, dat de voogd voldoet aan zijn verplichting tot zekerheidstelling en moet den voogd noodzaken tot het maken van inventaris of boedelbeschrijving in nalatenschappen, die aan den minderjarige opkomen; hij ; moet om de twee jaren van den voogd (behalve vai der en moeder) een summiere rekening en verantwoording vorderen en zich de effecten en bescheiden

• van den minderjarige doen vertoonen; hij moet bij i ontstentenis van den voogd de voogdij waarnemen t en, indien daartoe aanleiding is, ontzetting van den , voogd of benoeming van een nieuwen voogd vragen.

• Behalve door het toezicht van den toezienden voogd ! is de voogd in zijn bevoegdheid beperkt, doordathij . voor verschillende handelingen machtiging van den j kantonrechter noodig heeft, met name voor geldi opneming, vervreemding of verpanding van onroet rende goederen, verkoop of overdracht van effecten,

- schuldvorderingen en actiën, verwerping van erfe1 nissen, aanneming van schenkingen, het sluiten van ) dadingen of het opdragen van een zaak aan de be1 slissing van scheidsmannen. De kantonrechter verb leent zijn machtiging eerst na verhoor van den toe-

- zienden voogd en de bloedverwanten en aangehuwi den (zie familieraad). Teneinde den minderjarige

Sluiten