Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechtsgeleerde, een zoon van den voorgaande, gebo- I ws ren te Franeker den lsten Juli 1729, studeerde te Utrecht en te Leiden, en werd vervolgens hoog- se, leeraar, eerst te Franeker en toen te Leiden. Wegens nu politieke geschillen werd hij in 1788 van zijn ambt re. ontzet, maar herkreeg het in 1795, waarna hij in St 1799 te Leiden overleed. Hij schreef: „Cnmineele 10 ordenantie van koning Philips"(met aanteekemngen, va 1792) en „Theses controversae" (1796). vc

Voorda, Joan Hendrik, een broeder van den be voorgaande, geboren te Utrecht den 8<"«> Juli 1732 ge werd hoogleeraar in de rechtsgeleerdheid te Utrecht, ni moest om staatkundige redenen zijn ambtnederleg- je gen bekleedde van 1795 tot 1802 dezelfde betrek- hl king te Franeker en overleed te Leeuwarden den „ 29s?en Maart 1814.

Voorde, Cornelis van de, een Nederlandsch ge- e< neeskundige, geboren te Middelburg omstreeks liet jaar 1630, studeerde te Leiden en promoveerde aldaar op een dissertatie: „De syncope",vestigde zich in zijn geboorteplaats en werd er weldra tot stadsgeneesheer en lector in de ontleed- enheelkun- t de benoemd. Aldaar opende hij den 16aen Juli 16o8 d met een redevoering het voor hem gestichte bolle- d gium anatomico-chirurgicum, hield er anatomische e voorlezingen, was examinator der heelmeesters r: voor de Oost-Indische Compagnie en overleed in c 1678. Zijn hoofdwerk is getiteld: „Lichtende fakkel c: der chirurgie, ontstoken ten profijte van al degenen, c die genegen zijn de heelkunst, zoowel theoretice als c practice, in haar volkomen perfectie te leeren (lbb4 ï en later bij herhaling).

Voorgebergte of Kaap. Zie Kaap. 5

Voorhamer is de naam van een zwaren ha- I mer met een langen steel, waarmede de voorslager i het ijzer bewerkt. Hij doet dit op de aanwijzing van den vuurwerker, die het werkstuk met de linkerhand bestuurt en in de rechterhand een kleinen hamer houdt, waarmede hij de plaats aanduidt, die de voorslager moet bewerken.

Voorhand beteekent in de rijschool het zich voor den zadel bevindende deel van het paard.

Voorhistorische voorwerpen Zie Praehistorie.

Voorhoede is die afdeeling van een marcheerenden troep, die vóór de eigenlijke troep uittrekt en dient om het front te dekken, tijdig bericht te geven van de nadering van den vijand en dezen zoolang mogelijk op te houden. Tevens moet zij het terrein onderzoeken en voor het oprukkend leger in gereedheid brengen. Zij moet samengesteld zijn uit de drie wapens. In den regel blijft zij niet geheel vereenigd, maar splitst zich in den voortroep, m twee zijtroepen en een achter den voortroep volgenden soutien. Is een leger in staat van rust, dan geeft men i aan dat gedeelte, dat tegen overrompeling moet waken, ook wel den naam van voorhoede.

Voorhoofd. Zie Schedel.

Voorhuid. Zie Besnijdenis en Geslachtsorganen.

Voorlader. Zie Geschut.

Voorloop. Zie Spiritus.

Voorlooper is iti de scheepstaal de naam van een klein stuk vlaggendoek, dat in de draden van de loglijn gestoken wordt op een afstand gelijk aan die van het vaartuig. Ook geeftmen dezen naam aan een eind tros aan het uiteinde van de marsschooten. Bij de timmerlieden is de voorlooper een soort schaaf, die het hout eerst ruw bewerkt,

waarop het door een fijnere schaaf wordt afgewerkt.

Voormeulen van Boekeren, Gerrit Rinse, een Nederlandsch letterkundige, geboren te Groningen den 303'™ April 1821, promoveerde in de rechten, was tot kort vóór zijn dood notaris te Stadskanaal en overleed te St. Michielsgestel den 10den Januari 1872. Hij schreef: „Leven en daden van Nederlands meestberoemde zeehelden en vlootvoogden, eenvoudig en nauwkeurig verhaald" 0-841, bekroond door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen), „1559—1568. Schetsen uit de geschiedenis van Neerlands opstand tegen Spanje, aan de jeugd verhaald", „Schetsen uit het leven van Johan de Witt en Michiel Adriaansz. de Ruyter , „Ter nagedachtenis van P. van Limburg Brouwer", „Geschiedenis en opkomst van Stadskanaal en een bewerking van de „Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde", van Schroeder Steinmetz. Voorn. Zie Karpervisschen (Cyprinidae). Voorne. Zie Voorne en Putten.

Voorne en Putten (zie de kaart van ZuidHolland), een van de Zuid-Hollandsche deltareilanden,bestond langen tijd uit twee eilanden,gescheiden door een breed water, Bornisse of Bernissegeheeten, eenmaal een drukke waterweg, thans een gewoon boezemwater. Evenals de meeste deltareilanden van ons land, is het ontstaan door aan- en opslibbing der in de getijdenwateren gelegen slikken, waarvan die van Voorne bij de duinen aansloten. Tusschen i die slikken stroomden de wateren der zee, vermengd t met het zoete water, dat de rivieren in dit deltagebied aanvoerden. Nadat men met de bedijking begonnen was, verkregen de wateren meer en meer

- het uiterlijk voorkomen van rivieren, terwijl som: mige, zooals de Bornisse en de Goote in Voorne, ï waarlangs eenmaal de zeeschepen tot voor den

- Briel kwamen, geheel dichtslibden en verdwenen.

Het eiland wordt in het W.bespoelddoordeNoorde zee, in het N. door de Brielsche Maas, de Nieuwe Maas en het Haartelsche Gat, in het N. O. door de li Oude Maas, in het Z. O. door het Spui en in het W.

door het Haringvliet en het Goereesche Gat. Tegen :- de Noordzee wordt het eiland beschermd door duinen, van Zeeburg in het N. tot de Quack in het Z., 3- die vooral in het N. met een breed strand in zee afct dalen, terwijl de duinen zelf op sommige plaatsen te tot 1000 ni. breed zijn; langs de getijdenwateren >n liggen dijken. De bodem bestaat, buiten de duinen, Bt geheel uit zeeklei, en is verdeeld in polders, die het er overtollig water gedeeltelijk rechtstreeks loozen, in gedeeltelijk door zes boezems op het buitenwater el brengen. Een van die boezems wordt gevormd door ee het Voornsche Kanaal (zie aldaar). In het N. is met in Putten, door een dam in het Haartelsche Gat, verin bonden het kleine, thans geheel ingedijkte eilandje et Weiplaat, dat uit eenige polders bestaat, in het W. is de bodem het hoogst, hoewel het verschil tusschen O. en W. niet groot is (in het O. zomerpeüen n. van 0,70 m. + A. P., in het W. van 1,70—2!m.v A. P.). Het hoofdmiddel van bestaan is landbouw; men 'kweekt er vooral tarwe, boonen, oliezaden en ,m vlas, ook beetwortelen. Van minder belang is de en vischvangst, en de handel, eenmaal in sommige iik plaatsen, zooals Brielle, zeer levendig, is thans zonen der beteekenis. Naast Brielle, moeten vooral gede noemd worden Hellevoetsluis, een oorlogshaven, )er aan het begin van het Voornsche Kanaal, Heenvliet, kt, in de nabijheid van het uiteinde van het kanaal,

Sluiten